<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2005:AU6362</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T21:54:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AU6362</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2005-12-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">01894/05 U</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2005:AU6362" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AU6362</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2005, 710</rdf:li>
          <rdf:li>NJ 2006, 482 met annotatie van N. Keijzer</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2005:AU6362">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2005:AU6362</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T22:52:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2005-12-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2005:AU6362 Hoge Raad , 06-12-2005 / 01894/05 U</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2005:AU6362:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Uitleveringszaak; OM-cassatie tegen ontoelaatbaarverklaring. Ter zitting van de rb heeft de opgeëiste persoon verklaard in Maasmechelen (België) te wonen. In cassatie is geen adres in Nederland bekend en hij is hier niet gedetineerd. Het onder o.m. de voorwaarde (dat de opgeëiste persoon zich wekelijks bij de politie Maastricht meldt) geschorste bevel bewaring kan niet meer worden geëffectueerd a.g.v. de ontoelaatbaarverklaring door de rb. Aangenomen moet worden dat de opgeëiste persoon zich niet in Nederland bevindt en voorts dat Nederland niet in staat zal zijn hem ter beschikking te stellen van de autoriteiten van de verzoekende Staat. Gelet daarop moet worden aangenomen dat aan de inleidende vordering van de OvJ tot het in behandeling nemen van het uitleveringsverzoek de grondslag is komen te ontvallen. HR verklaart OvJ alsnog niet-ontvankelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2005:AU6362:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>6 december 2005</para>
      <para>Strafkamer</para>
      <para>nr. 01894/05 U</para>
      <para>SG/AM</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank te Maastricht van 7 juni 2005, nummer 03/702008-05, op een verzoek van de Republiek Italië tot uitlevering van:</para>
      <para>[de opgeëiste persoon], geboren te [geboorteplaats] (Italië) op [geboortedatum] 1960, zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. De bestreden uitspraak</para>
    <para />
    <para>De Rechtbank heeft de gevraagde uitlevering van de opgeëiste persoon ontoelaatbaar verklaard.</para>
    <para />
    <para>2. Geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep is ingesteld door de Officier van Justitie. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>De plaatsvervangend Procureur-Generaal Fokkens heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de bestreden uitspraak zal vernietigen en de Officier van Justitie alsnog niet-ontvankelijk zal verklaren in de inleidende vordering tot het in behandeling nemen van het verzoek tot uitlevering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van de Officier van Justitie in de inleidende vordering tot in behandeling nemen van het uitleveringsverzoek</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.1. De bestreden uitspraak houdt in dat de opgeëiste persoon ter zitting van de Rechtbank heeft verklaard dat hij woonachtig is te [plaats A] (België) en dat hij niet de Nederlandse nationaliteit bezit. </para>
      <para>Het ten behoeve van de aanzegging van de behandeling van het cassatieberoep opgevraagde overzicht van 14 juli 2005 inzake de adresgegevens van de opgeëiste persoon houdt in dat hier te lande geen adres van hem bekend is en dat hij hier niet is gedetineerd. </para>
      <para>Het door de Rechter-Commissaris belast met de behandeling van strafzaken in voormelde Rechtbank gegeven bevel tot bewaring als bedoeld in art. 15, eerste lid, UW van 17 februari 2005 dat nadien door de Rechter-Commissaris is geschorst onder het stellen van onder meer de voorwaarde dat de opgeëiste persoon zich (aanvankelijk dagelijks, later gewijzigd in wekelijks) op nader aangegeven tijd en plaats zal melden bij de politie te Maastricht - welk geschorst bevel blijkens de aan de Hoge Raad gezonden stukken niet is opgeheven, zodat moet worden aangenomen dat dit achterwege is gebleven - kan niet meer worden geëffectueerd als gevolg van de ontoelaatbaarverklaring van de verzochte uitlevering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.2. Op grond van hetgeen hiervoor onder 3.1 is vermeld, moet worden aangenomen dat de opgeëiste persoon zich niet in Nederland bevindt en voorts dat Nederland niet in staat zal zijn hem ter beschikking te stellen van de autoriteiten van de verzoekende Staat. Gelet daarop moet worden aangenomen dat aan de inleidende vordering van de Officier van Justitie tot het in behandeling nemen van het uitleveringsverzoek de grondslag is komen te ontvallen. Hieruit vloeit voort dat de Officier van Justitie in die vordering alsnog niet kan worden ontvangen.</para>
    <para />
    <para>4. Slotsom</para>
    <para />
    <para>Het vorenoverwogene brengt mee dat het middel geen bespreking behoeft en dat als volgt moet worden beslist.</para>
    <para />
    <para>5. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad: </para>
      <para>Vernietigt de bestreden uitspraak;</para>
      <para>Verklaart de Officier van Justitie alsnog niet-ontvankelijk in zijn inleidende vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en A.J.A. van Dorst, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 6 december 2005.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>