<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2005:AU3257</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T05:22:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AU3257</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2005-12-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C04/261HR</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2005:AU3257" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AU3257</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001830&amp;artikel=81&amp;g=2005-12-02">Wet op de rechterlijke organisatie 81</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2005, 697</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2005/419</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2005:AU3257">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2005:AU3257</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T22:41:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2005-12-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2005:AU3257 Hoge Raad , 02-12-2005 / C04/261HR</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2005:AU3257:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geschil over tekortkoming in de nakoming van een distributieovereenkomst, bewijskwestie, 81 RO.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2005:AU3257:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>2 december 2005</para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>Nr. C04/261HR</para>
      <para>RM/JMH</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>PARICO COSMETICS GmbH,</para>
      <para>gevestigd te Dorsten, Duitsland,</para>
      <para>EISERES tot cassatie,</para>
      <para>advocaat: mr. P.S. Kamminga,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>COTY BENELUX B.V. (voorheen General Cosmetics B.V.),</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>VERWEERSTER in cassatie,</para>
      <para>advocaat: mr. M.E. Gelpke.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instanties</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres tot cassatie - verder te noemen: Parico - heeft bij exploot van 21 oktober 1996 verweerster in cassatie - verder te noemen: General Cosmetics - gedagvaard voor de rechtbank te Amsterdam en gevorderd General Cosmetics te veroordelen om aan Parico te betalen een bedrag van ƒ 945.593,58, althans een zodanig bedrag als de rechtbank juist voorkomt, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 januari 1995 tot aan de dag der algehele voldoening.</para>
      <para>General Cosmetics heeft de vordering bestreden en harerzijds in reconventie gevorderd Parico te veroordelen aan haar een bedrag van ƒ 61.662,20 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente als in de conclusie van antwoord in conventie, tevens houdende eis in reconventie, gespecificeerd.</para>
      <para>Parico heeft de vordering in reconventie bestreden.</para>
      <para>Bij tussenvonnis van 26 januari 2000 heeft de rechtbank Parico tot bewijslevering toegelaten. Na getuigenverhoor heeft de rechtbank bij tussenvonnis van 7 november 2001 General Cosmetics tot bewijslevering toegelaten. Na getuigenverhoor heeft de rechtbank bij tussenvonnis van 4 september 2002 in conventie Parico in de gelegenheid te gesteld bij akte haar schade te specificeren en aannemelijk te maken. De rechtbank heeft voorts bepaald dat van dit vonnis reeds hoger beroep openstaat.</para>
      <para>Tegen laatstgenoemd vonnis heeft General Cosmetics hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.</para>
      <para>Bij arrest van 27 mei 2004 heeft het hof het vonnis waarvan beroep vernietigd en, opnieuw rechtdoende, in conventie de vorderingen van Parico afgewezen en in reconventie Parico veroordeeld tot betaling van € 27.962,94 aan General Cosmetics, te vermeerderen met de wettelijke rente als in het arrest gespecificeerd.</para>
      <para>Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen het arrest van het hof heeft Parico beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>General Cosmetics heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.</para>
      <para>De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van het middel</para>
    <para />
    <para>De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>verwerpt het beroep;</para>
      <para>veroordeelt Parico in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van General Cosmetics begroot op € 5.740,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 2 december 2005.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>