<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2005:AU2871</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T14:42:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AU2871</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2005-11-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">R05/100HR</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2005:AU2871" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AU2871</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001840&amp;artikel=15&amp;g=2005-11-25">Grondwet 15</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005700&amp;artikel=17&amp;g=2005-11-25">Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen 17</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005700&amp;artikel=19&amp;g=2005-11-25">Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen 19</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2005, 674</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2005/405</rdf:li>
          <rdf:li>GJ 2006/14</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2005:AU2871">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2005:AU2871</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T22:40:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2005-11-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2005:AU2871 Hoge Raad , 25-11-2005 / R05/100HR</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2005:AU2871:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bopz, geldigheidsduur van een machtiging tot voortgezet verblijf, vijfjaarstermijn ex art. 17 lid 4 i.p.v. tweejaarstermijn ex art. 19, analoge toepassing van art. 17 lid 4 niet verenigbaar met gesloten stelsel van de Wet Bopz, art. 15 lid 1 Gr. en art. 5 EVRM; HR doet zelf de zaak af.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2005:AU2871:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>25 november 2005</para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>Rek.nr. R05/100HR</para>
      <para>JMH</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Beschikking</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT ROTTERDAM,</para>
      <para>gevestigd te Rotterdam,</para>
      <para>VERZOEKER tot cassatie,</para>
      <para>advocaat: mr. D. Stoutjesdijk,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Verweerder],</para>
      <para>verblijvende te Poortugaal,</para>
      <para>VERWEERDER in cassatie,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instantie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie in het arrondissement Rotterdam heeft op 26 mei 2005 onder overlegging van een op 25 mei 2005 ondertekende geneeskundige verklaring een verzoek ingediend bij de rechtbank aldaar tot het verlenen van een machtiging tot voortgezet verblijf van verweerder in cassatie - verder te noemen: betrokkene - in een psychiatrisch ziekenhuis.</para>
      <para>Nadat de rechtbank betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat, en de plaatsvervangend behandelend arts op 31 mei 2005 had gehoord, heeft zij bij beschikking van diezelfde dag de verzochte machtiging tot uiterlijk 31 mei 2010 verleend.</para>
      <para>De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen de beschikking van de rechtbank heeft de officier van justitie beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>Betrokkene heeft geen verweerschrift ingediend.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot afdoening van de zaak door de Hoge Raad op de wijze als aangegeven in alinea 2.6 van deze conclusie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van het middel</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.1 Naar aanleiding van een verzoek van de officier van justitie om een machtiging te verlenen tot voortgezet verblijf van betrokkene in het psychiatrisch ziekenhuis DeltaBouman te Poortugaal heeft de rechtbank bij beschikking van 31 mei 2005 machtiging verleend tot voortgezet verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis tot uiterlijk 31 mei 2010. Met betrekking tot de geldigheidsduur van de machtiging heeft de rechtbank overwogen:</para>
      <para>"De behandelaar deelt mede, dat betrokkene zonder onderbreking meer dan ruim 10 jaar op grond van een rechterlijke machtiging in een psychiatrisch ziekenhuis verblijft. Bij betrokkene zijn alle mogelijke therapieën en verblijfsvormen (o.a. beschermd wonen toegepast, maar de betrokkene is duurzaam aangewezen op 7 x 24 uur toezicht. Verandering in de situatie is naar medisch inzicht in het geheel niet meer te verwachten. Van enige gerichte behandeling kan ook geen sprake meer zijn. In wezen fungeert de als long-stay ingerichte afdeling, waar betrokkene verblijft, voor hem als een verpleeginrichting. De behandelaar deelt mede dat ook op lange termijn de situatie en de beoordeling van de betrokkene niet verandert. De rechtbank zal in verband met het vorenstaande de geldigheidsduur van de te verlenen machtiging bepalen op 5 jaar."</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.2 Met dit oordeel heeft de rechtbank miskend dat voor de door haar bepaalde geldigheidsduur van vijf jaar de voor de onderhavige maatregel vereiste wettelijke grondslag ontbreekt. Anders dan de rechtbank kennelijk heeft aangenomen, leent het in art. 17 lid 4 Wet Bopz bepaalde zich niet voor analoge toepassing in een geval als het onderhavige, waarin het gaat om een machtiging tot voortgezet verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis. Deze analoge toepassing is niet te verenigen met het gesloten stelsel van de Wet Bopz, art. 15 lid 1 Grondwet en art. 5 EVRM. De op dit een en ander gerichte klachten van het middel zijn dus gegrond. De overige klachten behoeven geen behandeling.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.3 De Hoge Raad kan zelf de zaak afdoen, nu de vernietiging van de beschikking van de rechtbank slechts de termijn betreft waarvoor de machtiging is verleend.</para>
      <para>Op grond van de hiervóór aangehaalde overweging van de rechtbank kan als vaststaand worden aangenomen dat betrokkene zonder onderbreking meer dan ruim tien jaar op grond van een rechterlijke machtiging in een psychiatrisch ziekenhuis verblijft. Derhalve kan op grond van art. 19 Wet Bopz een machtiging tot voorgezet verblijf worden verleend die een geldigheidsduur heeft van ten hoogste twee jaren. Nu voorts uit de beschikking van de rechtbank volgt dat deze geldigheidsduur van de machtiging gerechtvaardigd en wenselijk is, zal de Hoge Raad machtiging voor de duur van twee jaren verlenen, te rekenen vanaf de datum van de beschikking van de rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>vernietigt de beschikking van de rechtbank te Rotterdam van 31 mei 2005;</para>
      <para>verleent machtiging tot voortgezet verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis tot uiterlijk 31 mei 2007.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Deze beschikking is gegeven door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink, O. de Savornin Lohman, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 25 november 2005.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>