<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2005:AT3568</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-18T14:13:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AT3568</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2005-04-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">03291/04 H</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#herziening">Herziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001903">Wetboek van Strafvordering</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001903&amp;artikel=457">Wetboek van Strafvordering 457</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0006622">Wegenverkeerswet 1994</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0006622&amp;artikel=181">Wegenverkeerswet 1994 181</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0004825">Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0004825&amp;artikel=20">Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) 20</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2005, 227</rdf:li>
          <rdf:li>NJ 2005, 351</rdf:li>
          <rdf:li>VR 2005, 87</rdf:li>
          <rdf:li>Module Verkeer 2005/114</rdf:li>
          <rdf:li>NbSr 2005/184</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2005:AT3568">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2005:AT3568</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T22:12:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2005-04-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2005:AT3568 Hoge Raad , 12-04-2005 / 03291/04 H</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2005:AT3568:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Herzieningsaanvrage. Aanvrager is veroordeeld t.z.v. overtreding van art. 20, aanhef en sub a RVV 1990, en stelt in de aanvrage dat deze overtreding niet door hem maar door een ander is begaan. Ex art. 181.1 WVW 1994 kan indien de bestuurder onbekend is gebleven de straf worden uitgesproken tegen de eigenaar of houder van het motorrijtuig voorzover deze niet reeds naast de bestuurder voor dat feit aansprakelijk is. Art. 181.2 WVW 1994 bepaalt dat lid 1 niet geldt indien de eigenaar of houder uiterlijk ter terechtzitting (in eerste aanleg, HR NJ 2000, 24) de naam en het volledige adres van de bestuurder bekend maakt. Met dit stelsel is niet verenigbaar dat degene die met toepassing van art. 181.1 WVW 1994 is veroordeeld in herziening met vrucht een beroep zou kunnen doen op de omstandigheid dat het motorvoertuig t.t.v. de overtreding door een met name genoemd persoon is bestuurd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2005:AT3568:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>12 april 2005</para>
      <para>Strafkamer</para>
      <para>nr. 03291/04 H</para>
      <para>SM</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank te Arnhem van 12 oktober 2004, nummer 05/300271-04, ingediend door mr. R.J. Mesland, advocaat te Hoofddorp namens: </para>
      <para>[aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965, wonende te [woonplaats].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd</para>
    <para />
    <para>De Kantonrechter heeft de aanvrager ter zake van "overtreding van art. 21 aanhef en onder a van het RVV 1990" veroordeeld tot een geldboete van € 432,-, subsidiair 8 dagen hechtenis.</para>
    <para />
    <para>2. De aanvrage tot herziening</para>
    <para />
    <para>De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van de aanvrage</para>
    <para />
    <para>3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.</para>
    <para />
    <para>3.2. De aanvrage heeft betrekking op een vonnis waarbij de aanvrager is veroordeeld ter zake van een op 20 september 2003 begane overtreding van art. 20, aanhef en onder a, RVV 1990. In de aanvrage wordt gesteld dat deze overtreding niet door de aanvrager maar door een ander is begaan. Ter staving van deze stelling is een schriftelijke verklaring overgelegd van [betrokkene 1] van 8 november 2004, inhoudende dat zij op 20 september 2003 ten tijde van de gepleegde overtreding gebruik heeft gemaakt van de auto van de aanvrager.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.3. Hetgeen in de aanvrage wordt aangevoerd, kan niet worden aangemerkt als een beroep op omstandigheden als hiervoor onder 3.1 vermeld. Immers, er moet van worden uitgegaan dat de aanvrager is veroordeeld wegens een snelheidsovertreding begaan door een onbekend gebleven bestuurder van een motorvoertuig (personenauto) waarvan de aanvrager eigenaar is. Op grond van art. 181, eerste lid, WVW 1994 kan indien de bestuurder onbekend is gebleven de straf worden uitgesproken tegen de eigenaar of houder van het motorrijtuig voor zover deze niet reeds naast de bestuurder voor dat feit aansprakelijk is. In het tweede lid van art. 181 WVW 1994 is - voor zover voor de beoordeling van de aanvrage van belang - bepaald dat het eerste lid van dat artikel niet geldt indien de eigenaar of houder uiterlijk tijdens de terechtzitting de naam en het volledige adres van de bestuurder bekend maakt. Met "terechtzitting" in art. 181, tweede lid, WVW </para>
      <para>1994 wordt gedoeld op de terechtzitting in eerste aanleg. </para>
      <para>(vgl. HR 12 oktober 1999, NJ 2000, 24). Met dat in art. 181 WVW 1994 vervatte stelsel is niet verenigbaar dat degene die met toepassing van art. 181, eerste lid, WVW 1994 is veroordeeld, in herziening met vrucht een beroep zou kunnen doen op de omstandigheid dat het motorvoertuig ten tijde van de overtreding door een met name genoemd persoon is bestuurd. Die omstandigheid kan daarom niet als novum gelden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren G.J.M. Corstens en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier J.S. Holthuis, en uitgesproken op 12 april 2005.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>