<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2005:AT2971</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T21:57:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AT2971</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2005-05-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">03112/04</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2005:AT2971" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AT2971</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2005, 313</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2005:AT2971">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2005:AT2971</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T22:10:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2005-05-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2005:AT2971 Hoge Raad , 24-05-2005 / 03112/04</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2005:AT2971:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het (namens verdachte voorgestelde) middel klaagt over de afwijzing van het ter terechtzitting door de A-G bij het hof gedane verzoek, door het hof kennelijk opgevat als een een vordering, tot nader onderzoek. Het hof, overwegende dat het verzoek wordt afgewezen “omdat de noodzaak daartoe niet is gebleken”, heeft aldus de juiste maatstaf toegepast. ‘s Hofs oordeel is niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat de vordering blijkens het p-v van de terechtzitting niet nader is gemotiveerd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2005:AT2971:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>24 mei 2005 </para>
      <para>Strafkamer </para>
      <para>nr. 03112/04 </para>
      <para>AGJ/AG </para>
    </parablock>
    <para> </para>
    <para>Hoge Raad der Nederlanden </para>
    <para> </para>
    <para>Arrest </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 27 februari 2004, nummer 23/150287-02, in de strafzaak tegen: </para>
      <para>[verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Nigeria) op [geboortedatum] 1972, wonende te [woonplaats]. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. De bestreden uitspraak </para>
    <para />
    <para>Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Haarlem van 16 december 2002 - de verdachte ter zake van "in het bezit zijn van een reisdocument waarvan zij redelijkerwijs moet vermoeden dat het vervalst is" veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf, waarvan één maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met onttrekking aan het verkeer zoals in het arrest omschreven. </para>
    <para> </para>
    <para>2. Geding in cassatie </para>
    <para>	 </para>
    <parablock>
      <para>Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. E. Jense, advocaat te Purmerend, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. </para>
      <para>De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. </para>
    </parablock>
    <para> </para>
    <para>3. Beoordeling van het eerste en het tweede middel </para>
    <para />
    <para>De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. </para>
    <para> </para>
    <para>4. Beoordeling van het derde middel </para>
    <para> </para>
    <para>4.1. Het middel klaagt onder meer dat de afwijzing van het ter terechtzitting in hoger beroep van 27 februari 2004 door de Advocaat-Generaal bij het Hof gedane verzoek, door het Hof kennelijk opgevat als een vordering  tot nader onderzoek onvoldoende is gemotiveerd. </para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>4.2. De bestreden uitspraak houdt, voorzover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in: </para>
      <para>"Het verzoek van de advocaat-generaal tot het door de Nigeriaanse autoriteit laten onderzoeken aan wie het paspoort met nummer [001] is afgegeven, wijst het hof af omdat de noodzaak daartoe niet is gebleken".</para>
    </parablock>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>4.3. Aldus heeft het Hof bij de beoordeling van de vordering, strekkende tot aanhouding van de zaak tot het doen van nader onderzoek, de juiste maatstaf toegepast.  </para>
      <para>'s Hofs oordeel is voorts niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat de vordering blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting niet nader is gemotiveerd.</para>
    </parablock>
    <para> </para>
    <para>4.4. De klacht faalt. </para>
    <para> </para>
    <para>4.5. Het middel kan voor het overige evenmin tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel in zoverre niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. </para>
    <para> </para>
    <para>5. Slotsom </para>
    <para />
    <para>Nu de middelen niet tot cassatie kunnen leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen. </para>
    <para> </para>
    <para>6. Beslissing </para>
    <para />
    <para>De Hoge Raad verwerpt het beroep. </para>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 24 mei 2005.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>