<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2005:AR6656</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T01:24:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AR6656</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2005-02-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C03/172HR</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2005:AR6656" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2005:AR6656</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001830&amp;artikel=81&amp;g=2005-02-11">Wet op de rechterlijke organisatie 81</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=157&amp;g=2005-02-11">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 157</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2005, 95</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2005/64</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2005:AR6656">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2005:AR6656</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T21:38:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2005-02-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2005:AR6656 Hoge Raad , 11-02-2005 / C03/172HR</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2005:AR6656:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>11 februari 2005 Eerste Kamer Nr. C03/172HR RM/JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n COÖPERATIEVE RAIFFEISEN BOERENLEENBANK "HOOGLAND" B.A., gevestigd te Hoogland, gemeente Amersfoort, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans. 1. Het geding in feitelijke instanties...</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2005:AR6656:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>11 februari 2005</para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>Nr. C03/172HR</para>
      <para>RM/JMH</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Eiseres],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>EISERES tot cassatie,</para>
      <para>advocaat: mr. P. Garretsen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>COÖPERATIEVE RAIFFEISEN BOERENLEENBANK "HOOGLAND" B.A.,</para>
      <para>gevestigd te Hoogland, gemeente Amersfoort,</para>
      <para>VERWEERSTER in cassatie,</para>
      <para>advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instanties</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - heeft bij exploot van 12 mei 1998 verweerster in cassatie - verder te noemen: de bank - gedagvaard voor de rechtbank te Utrecht en gevorderd de bank te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van ƒ 135.420,39, te vermeerderen met de wettelijke rente over ƒ 127.486,09 vanaf 7 november 1997 tot de dag der algehele voldoening.</para>
      <para>De bank heeft bij incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring gevorderd te bepalen dat notaris mr. A. Veldhuizen tegen een door de rechtbank te bepalen terechtzitting zal worden gedagvaard. Nadat [eiseres] deze vordering had bestreden, heeft de rechtbank bij incidenteel vonnis van 14 oktober 1998 de vordering van de Bank afgewezen en in de hoofdzaak de zaak naar de rol verwezen voor conclusie van antwoord aan de zijde van de bank.</para>
      <para>De bank heeft de vordering van [eiseres] bij conclusie van antwoord bestreden.</para>
      <para>Na een ingevolge een tussenvonnis van 16 februari 2000 op 19 april 2000 gehouden comparitie van partijen heeft [eiseres] haar vordering bij conclusie van repliek vermeerderd en voorts veroordeling van de bank tot betaling van immateriële schadevergoeding, nader op te maken bij staat gevorderd.</para>
      <para>De rechtbank heeft bij eindvonnis van 21 november 2001 de vordering afgewezen.</para>
      <para>Tegen dit eindvonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.</para>
      <para>Na mondelinge behandeling op 17 december 2002 heeft het hof bij arrest van 16 januari 2003 het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.</para>
      <para>Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>De bank heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.</para>
      <para>De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal C.L. de Vries Lentsch-Kostense strekt tot verwerping van het beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van de middelen</para>
    <para />
    <para>De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>verwerpt het beroep;</para>
      <para>veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de bank begroot op € 1.576,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink, D.H. Beukenhorst, A.M.J. van Buchem-Spapens en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 11 februari 2005.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>