<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2004:AQ8179</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T01:22:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AQ8179</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2004-10-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C03/056HR</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2004:AQ8179" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2004:AQ8179</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=385&amp;g=2004-10-01">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 385</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=111&amp;g=2004-10-01">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 111</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2004, 497</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2004/332</rdf:li>
          <rdf:li>JOR 2004/336</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2004:AQ8179">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2004:AQ8179</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T21:20:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2004-10-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2004:AQ8179 Hoge Raad , 01-10-2004 / C03/056HR</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2004:AQ8179:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>1 oktober 2004 Eerste Kamer Nr. C03/056HR RM/JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], voor zich alsmede in zijn hoedanigheid van directeur/aandeelhouder van de gefailleerde besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [A] B.V., wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n 1. G.M.L. BEHEER B.V., voorheen G.M.L. Holding B.V., gevestigd te Heerlen, 2. GLASMY B.V., voorheen Glasmaatschappij [B] B.V., gevestigd te Heerlen, VERWEERSTERS in cassatie, niet verschenen. 1. Het geding in feitelijke instanties...</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2004:AQ8179:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>1 oktober 2004</para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>Nr. C03/056HR</para>
      <para>RM/JMH</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Eiser], voor zich alsmede in zijn hoedanigheid van directeur/aandeelhouder van de gefailleerde besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [A] B.V.,</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>EISER tot cassatie,</para>
      <para>advocaat: mr. P. Garretsen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. G.M.L. BEHEER B.V., voorheen G.M.L. Holding B.V.,</para>
      <para>gevestigd te Heerlen,</para>
      <para>2. GLASMY B.V., voorheen Glasmaatschappij [B] B.V.,</para>
      <para>gevestigd te Heerlen,</para>
      <para>VERWEERSTERS in cassatie,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instanties</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met een op 8 april 2002 ter griffie van de rechtbank te 's-Gravenhage ingediend verzoekschrift heeft eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - voor zich alsmede in zijn hoedanigheid van directeur/aandeelhouder van de gefailleerde besloten vennootschap [A] B.V. - verder te noemen: [A] - de rechtbank verzocht haar vonnis van 6 juni 1974 waarbij [A] in staat van faillissement is verklaard, te herroepen.</para>
      <para>De zaak is op grond van het bepaalde in art. 40 lid 2 RO behandeld door rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast werkzaam bij de rechtbank te Utrecht, als rechters-plaatsvervangers in de rechtbank te 's-Gravenhage.</para>
      <para>Bij beschikking van 19 juni 2002 heeft de rechtbank [eiser] bevolen om verweersters in cassatie - verder ook te noemen: de vennootschappen - tegen de terechtzitting van de rechtbank van 13 augustus 2002 op te roepen en [eiser] in de gelegenheid gesteld zijn stellingen bij dagvaarding aan te vullen overeenkomstig het bepaalde in art. 111 Rv.</para>
      <para>Bij dagvaarding van 5 augustus 2002 - hersteld bij exploot van 20 augustus 2002 - heeft [eiser] verweerders in cassatie gedagvaard en daarbij gevorderd de uitspraak van 6 juni 1974 van de rechtbank waarbij [A] in staat van faillissement is verklaard, te herroepen.</para>
      <para>De vennootschappen zijn niet verschenen.</para>
      <para>De rechtbank heeft bij vonnis van 18 december 2002 [eiser] niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering.</para>
      <para>Dit vonnis alsmede genoemde beschikking van de rechtbank zijn aan dit arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen het vonnis van de rechtbank heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding, gedateerd 3 januari 2003, is aan verweersters in cassatie betekend ten kantore van mr. F.W. Udo, curator in de faillissementen van deze vennootschappen.</para>
      <para>Bij arrest van 9 mei 2003, NJ 2003, 469 heeft de Hoge Raad [eiser] bevolen de cassatiedagvaarding bij herstelexploot te doen betekenen aan de vennootschappen op de wijze voorgeschreven in art. 50 of 54 Rv.</para>
      <para>Bij herstelexploot van 25 juni 2003 heeft [eiser] de cassatiedagvaarding doen betekenen aan de woonplaats van [betrokkene 1] als bestuurder van verweersters in cassatie.</para>
      <para>De cassatiedagvaarding en het herstelexploot zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.</para>
      <para>Tegen de vennootschappen is verstek verleend.</para>
      <para>De zaak is voor [eiser] toegelicht zijn advocaat.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.</para>
      <para>De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 11 juni 2004 op die conclusie gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van het middel</para>
    <para />
    <para>3.1 Het middel klaagt dat de rechtbank in haar hiervoor onder 1 vermelde tussenbeschikking van 19 juni 2002 ten onrechte heeft geoordeeld dat, nu het door [eiser] aangewende rechtsmiddel van herroeping betrekking heeft op een vonnis (tot faillietverklaring), het geding ingevolge art. 385 Rv. ingeleid diende te worden met een dagvaarding en niet met een verzoekschrift, zoals [eiser] had gedaan, en hem derhalve ten onrechte G.M.L. Holding B.V. en Glasmaatschappij [B] B.V. alsnog bij dagvaarding in rechte heeft laten betrekken.</para>
    <para />
    <para>3.2 Het middel kan wegens gemis aan belang niet tot cassatie leiden. Het bevat immers, terecht (vgl. HR 9 december 1983, nr. 12271, NJ 1984, 384), geen klacht tegen de op 18 december 2002 door de rechtbank gedane uitspraak waarbij [eiser] niet-ontvankelijk werd verklaard op de grond dat tegen een beslissing op een verzoek tot faillietverklaring het rechtsmiddel van herroeping niet openstaat.</para>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Hoge Raad verwerpt het beroep.</para>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, P.C. Kop en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 1 oktober 2004.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>