<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2004:AO9552</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T15:11:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AO9552</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2004-09-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C03/145HR</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2004:AO9552" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2004:AO9552</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001830&amp;artikel=81&amp;g=2004-09-03">Wet op de rechterlijke organisatie 81</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2004, 430</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2004/297</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2004:AO9552">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2004:AO9552</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T20:59:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2004-09-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2004:AO9552 Hoge Raad , 03-09-2004 / C03/145HR</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2004:AO9552:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>3 september 2004 Eerste Kamer Nr. C03/145HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: 1. LA FRANCAISE D'EXPORTATION NEDERLAND B.V., 2. L.F.E. HOLDING B.V., beide gevestigd te Maartensdijk, EISERESSEN tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n 1. [Verweerster 1], 2. [Verweerster 2] beide gevestigd te [vestigingsplaats], VERWEERSTERS in cassatie, advocaat: mr. H.A. Groen. 1. Het geding in feitelijke instanties...</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2004:AO9552:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>3 september 2004</para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>Nr. C03/145HR</para>
      <para>JMH</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. LA FRANCAISE D'EXPORTATION NEDERLAND B.V.,</para>
      <para>2. L.F.E. HOLDING B.V.,</para>
      <para>beide gevestigd te Maartensdijk,</para>
      <para>EISERESSEN tot cassatie,</para>
      <para>advocaat: mr. P. Garretsen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. [Verweerster 1],</para>
      <para>2. [Verweerster 2]</para>
      <para>beide gevestigd te [vestigingsplaats],</para>
      <para>VERWEERSTERS in cassatie,</para>
      <para>advocaat: mr. H.A. Groen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instanties</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerster in cassatie - gezamenlijk verder te noemen: [verweerster] c.s. - hebben bij exploot van 30 juli 1999 eiseressen tot cassatie - gezamenlijk verder te noemen: LFE c.s. - gedagvaard voor de rechtbank te Utrecht en gevorderd bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:</para>
      <para>Primair:</para>
      <para>1. te verklaren voor recht dat tussen [verweerster 1] en LFE c.s. een overeenkomst tot stand is gekomen op grond waarvan LFE c.s. gehouden zijn aan [verweerster 1] de over de door [verweerster 1] afgenomen flessen wijn betaalde wijnaccijns die door LFE c.s. zijn terugontvangen van de fiscus aan [verweerster 1] te betalen, alsmede op grond waarvan LFE c.s. gehouden zijn om aan [verweerster 1] van de gehele door haar ontvangen teruggaaf van wijnaccijns 50% aan [verweerster 1] te betalen voor zover derden geen beroep hebben gedaan op terugbetaling;</para>
      <para>2. LFE c.s. te veroordelen tot betaling van een bedrag van ƒ 33.239.621,--, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover, alsmede te vermeerderen met 15% buitengerechtelijke incassokosten;</para>
      <para>3. LFE c.s. te verplichten om inzage in de belasting teruggaaf beschikkingen te verschaffen</para>
      <para>Subsidiair:</para>
      <para>4. te verklaren voor recht dat er tussen [verweerster 1] en LFE c.s. in ieder geval een overeenkomst tot stand is gekomen op grond waarvan LFE c.s. gehouden zijn aan [verweerster 1] de over de door [verweerster 1] afgenomen wijn betaalde wijnaccijns die door LFE c.s. aan [verweerster 1] is doorberekend en door LFE c.s. zijn terugontvangen of zal worden terugontvangen van de fiscus, aan [verweerster 1] te betalen;</para>
      <para>5. LFE c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling van ƒ 11.490.243,-- althans een bedrag van ƒ 6.50l.243,--, te vermeerderen met wettelijke rente daarover en te vermeerderen met 15% buitengerechtelijke incassokosten;</para>
      <para>Meer Subsidiair:</para>
      <para>6. LFE c.s. hoofdelijk te veroordelen op grond van onverschuldigde betaling dan wel ongerechtvaardigde verrijking tot betaling aan [verweerster 1] van het bedrag van ƒ 11.490.243,--, althans een bedrag van ƒ 6.501.243,--, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover en te vermeerderen met 15% buitengerechtelijke incassokosten;</para>
      <para>7. LFE c.s. hoofdelijk te veroordelen tot het door de door LFE benoemde accountant berekende verschuldigde bedrag van ƒ 2.772.445,--, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover, en te vermeerderen met 15% incassokosten, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>LFE c.s. hebben de vorderingen bestreden.</para>
      <para>De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 12 april 2000 een comparitie van partijen gelast en bij vonnis van 2 mei 2001 voor recht verklaard dat tussen [verweerster 1] en LFE een overeenkomst tot stand is gekomen op grond waarvan LFE gehouden is aan [verweerster 1] te betalen de over de door [verweerster 1] afgenomen flessen wijn betaalde wijnaccijns die door LFE is terugontvangen van de fiscus, alsmede op grond waarvan LFE gehouden is om aan [verweerster 1] van de gehele door haar ontvangen teruggaaf van wijnaccijns 50% te betalen voor zover derden geen beroep hebben gedaan op terugbetaling, en iedere verdere beslissing aangehouden.</para>
      <para>Tegen het vonnis van 2 mei 2001 hebben LFE c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.</para>
      <para>Bij arrest van 12 december 2002 heeft het hof het vonnis waarvan beroep vernietigd en, opnieuw rechtdoende,</para>
      <para>voor recht verklaard dat partijen een overeenkomst hebben gesloten op grond waarvan LFE c.s. zijn gehouden om aan [verweerster 1] te betalen de van de fiscus terugontvangen wijnaccijns op de door LFE c.s. aan [verweerster 1] geleverde wijn en de helft van de van de fiscus terugontvangen wijnaccijns op de door LFE c.s. aan derden geleverde wijn, voor zover die derden geen beroep hebben gedaan op doorbetaling van de terugontvangen wijnaccijns, zulks onder aftrek van een evenredig deel van de interne en externe kosten die LFE c.s. redelijkerwijs hebben moeten maken om de teruggaaf van de wijnaccijns te bewerkstelligen, en de zaak terugverwezen naar de rechtbank ter verdere afdoening.</para>
      <para>Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen het arrest van het hof hebben LFE c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>[Verweerster 1] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.</para>
      <para>De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verweerster 1] mede door mr. M.W. Scheltema, advocaat bij de Hoge Raad.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van de middelen</para>
    <para />
    <para>De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>verwerpt het beroep;</para>
      <para>veroordeelt LFE c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] c.s. begroot op € 4.895,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, P.C. Kop en E.J. Numann, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 3 september 2004.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>