<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2004:AO7417</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T23:52:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AO7417</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2004-07-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C03/286HR</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2004:AO7417" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2004:AO7417</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001830&amp;artikel=81&amp;g=2004-07-09">Wet op de rechterlijke organisatie 81</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2004, 412</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2004/267</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2004:AO7417">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2004:AO7417</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T20:52:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2004-07-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2004:AO7417 Hoge Raad , 09-07-2004 / C03/286HR</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2004:AO7417:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>9 juli 2004 Eerste Kamer Nr. C03/286HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: WLTO MAKELAARDIJ B.V., gevestigd te Rijswijk, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens, t e g e n  [Verweerder], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. 1. Het geding in feitelijke instanties...</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2004:AO7417:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>9 juli 2004</para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>Nr. C03/286HR</para>
      <para>JMH</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>WLTO MAKELAARDIJ B.V.,</para>
      <para>gevestigd te Rijswijk,</para>
      <para>EISERES tot cassatie,</para>
      <para>advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Verweerder],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>VERWEERDER in cassatie,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instanties</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres tot cassatie - verder te noemen: WLTO - heeft bij exploot van 5 november 1998 verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - gedagvaard voor de rechtbank te Haarlem en - voor zover in cassatie van belang - gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [verweerder] te veroordelen aan WLTO te betalen een bedrag van ƒ 26.886,40, te vermeerderen met de wettelijke rente.</para>
      <para>[Verweerder] heeft de vordering bestreden.</para>
      <para>De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 6 februari 2001 WLTO tot bewijslevering toegelaten. Na getuigenverhoor heeft de rechtbank bij eindvonnis van 19 februari 2002 [verweerder] veroordeeld tot betaling aan WLTO van een bedrag van € 10.609,18, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 juni 1996 tot aan de dag der algehele voldoening, dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en het meer of anders gevorderde afgewezen.</para>
      <para>Tegen dit vonnis heeft [verweerder] beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. WLTO heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.</para>
      <para>Bij arrest van 18 september 2003 heeft het hof in het principaal beroep het eindvonnis van de rechtbank vernietigd, voor zover [verweerder] daarbij is veroordeeld tot betaling aan WLTO van een bedrag van € 10.609,18, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 juni 1998, en, in zoverre opnieuw rechtdoende, de vordering van WLTO alsnog afgewezen. Het hof heeft het incidentele beroep verworpen.</para>
      <para>Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen het arrest van het hof heeft WLTO beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>Tegen de niet verschenen [verweerder] is verstek verleend.</para>
      <para>WLTO heeft de zaak doen toelichten door haar advocaat.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van het middel</para>
    <para />
    <para>De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>verwerpt het beroep;</para>
      <para>veroordeelt WLTO in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, E.J. Numann en F.B. Bakels en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 9 juli 2004.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>