<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2004:AN8075</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T15:48:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AN8075</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2004-02-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C02/289HR</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2004:AN8075" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2004:AN8075</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001830&amp;artikel=81&amp;g=2004-02-06">Wet op de rechterlijke organisatie 81</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=192&amp;g=2004-02-06">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 192</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=166&amp;g=2004-02-06">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 166</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2004, 66</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2004/49</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2004:AN8075">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2004:AN8075</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T20:26:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2004-02-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2004:AN8075 Hoge Raad , 06-02-2004 / C02/289HR</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2004:AN8075:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>6 februari 2004 Eerste Kamer Nr. C02/289HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest  in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], Verenigd Koninkrijk, EISER tot cassatie, advocaat: mr. M.H. van der Woude, t e g e n de rechtspersoon naar vreemd recht BANQUE CENTRALE POPULAIRE, handelende onder de naam Banque Chaabi du Maroc, gevestigd te Amsterdam, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. E. Grabandt. 1. Het geding in feitelijke instanties...</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2004:AN8075:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>6 februari 2004</para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>Nr. C02/289HR</para>
      <para>JMH/AT</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Eiser],</para>
      <para>wonende te [woonplaats], Verenigd Koninkrijk,</para>
      <para>EISER tot cassatie,</para>
      <para>advocaat: mr. M.H. van der Woude,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtspersoon naar vreemd recht BANQUE CENTRALE POPULAIRE, handelende onder de naam Banque Chaabi du Maroc,</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>VERWEERSTER in cassatie,</para>
      <para>advocaat: mr. E. Grabandt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instanties</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploot van 17 maart 1999 verweerster in cassatie - verder te noemen: de Bank - gedagvaard voor de kantonrechter te Utrecht en gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de Bank te veroordelen tegen bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen:</para>
      <para>(a) een bedrag van ƒ 1.471.967,-- ter zake van achterstallige huurpenningen en vergoedingen als in de dagvaarding vermeld, vermeerderd met de contractuele vertragingsrente van 1.5% per maand vanaf 31 december 1998 tot aan die der algehele voldoening, en</para>
      <para>(b) een bedrag van ƒ 50.078,01 ter zake van buitengerechtelijke kosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Bank heeft de vorderingen bestreden.</para>
      <para>De kantonrechter heeft bij vonnis van 4 augustus 1999 de vordering afgewezen.</para>
      <para>Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij de rechtbank te Utrecht.</para>
      <para>[Eiser] heeft bij akte de grondslag van zijn eis gewijzigd en aangevuld.</para>
      <para>Bij tussenvonnis van 25 oktober 2000 heeft de rechtbank [eiser] tot bewijslevering toegelaten en hem in de gelegenheid gesteld nadere inlichtingen te verstrekken en de zaak daartoe naar de rol verwezen.</para>
      <para>Bij eindvonnis van 24 april 2002 heeft de rechtbank het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.</para>
      <para>Beide vonnissen van de rechtbank zijn aan dit arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen het eindvonnis van de rechtbank heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>De Bank heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.</para>
      <para>De Bank heeft de zaak doen toelichten door haar advocaat.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van het middel</para>
    <para />
    <para>De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>verwerpt het beroep;</para>
      <para>veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Bank begroot op € 4.609,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren J.B. Fleers, O. de Savornin Lohman, A. Hammerstein en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 6 februari 2004.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>