<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2003:AI0868</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T17:09:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AI0868</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2003-09-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">R02/097HR</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2003:AI0868" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2003:AI0868</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001830&amp;artikel=81&amp;g=2003-09-26">Wet op de rechterlijke organisatie 81</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2003, 460</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2003/343</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2003:AI0868">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2003:AI0868</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T19:15:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2003-09-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2003:AI0868 Hoge Raad , 26-09-2003 / R02/097HR</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2003:AI0868:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>26 september 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R02/097HR JMH/HJH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van:</para>
        <para>[de vrouw], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. M.H. van der Woude, t e g e n [de man], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. M.W. Scheltema. 1. Het geding in feitelijke instanties...</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2003:AI0868:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>26 september 2003</para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>Rek.nr. R02/097HR</para>
      <para>JMH/HJH</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Beschikking</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <para>[de vrouw], wonende te [woonplaats],</para>
    <para />
    <para>VERZOEKSTER tot cassatie,</para>
    <para />
    <para>advocaat: mr. M.H. van der Woude,</para>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <para>[de man], wonende te [woonplaats],</para>
    <para />
    <para>VERWEERDER in cassatie,</para>
    <para />
    <para>advocaat: mr. M.W. Scheltema.</para>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instanties</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met een op 21 juli 2000 gedateerd verzoekschrift en met een op 28 februari 2001 gedateerd aanvullend verzoekschrift heeft verzoekster tot cassatie - verder te noemen: de vrouw - zich gewend tot de rechtbank te Haarlem en verzocht tussen haar en verweerder in cassatie - verder te noemen: de man - echtscheiding uit te spreken en - voor zover in cassatie nog van belang en na wijziging van eis - de man te veroordelen tot betaling van een bijdrage in haar levensonderhoud van ƒ 12.500,-- per maand.</para>
      <para>De man heeft het alimentatieverzoek van de vrouw bestreden en zelfstandig verzocht de bijdrage in het levensonderhoud voor de vrouw vast te stellen op ƒ 4.000,-- per maand.</para>
      <para>De rechtbank heeft bij beschikking van 24 april 2001 de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en bepaald dat de man aan de vrouw een uitkering tot haar levensonderhoud zal betalen van ƒ 10.500,-- per maand met ingang van de dag dat deze beschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.</para>
      <para>Tegen deze beschikking heeft de man, wat de beslissing omtrent de alimentatie voor de vrouw betreft, hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vrouw had aanvankelijk geen verweerschrift ingediend.</para>
      <para>Het hof heeft bij tussenbeschikking van 6 september 2001 de man ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep.</para>
      <para>Nadat de vrouw alsnog een verweerschrift had ingediend, heeft het hof bij eindbeschikking van 5 september 2002 de beschikking waarvan beroep voorzover aan zijn oordeel onderworpen vernietigd, de door de man te betalen uitkering tot levensonderhoud van de vrouw met ingang van 25 juli 2001 bepaald op € 3.630,-- per maand, en het meer of anders verzochte afgewezen.</para>
      <para>De beschikking van het hof van 5 september 2002 is aan deze beschikking gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen laatstvermelde beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>De man heeft verzocht het beroep te verwerpen.</para>
      <para>De conclusie van de advocaat-generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van het middel</para>
    <para />
    <para>De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Hoge Raad verwerpt het beroep.</para>
    <para />
    <para>Deze beschikking is gegeven door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink, D.H. Beukenhorst, A.J.M. van Buchem-Spapens en A. Hammerstein en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 26 september 2003.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>