<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2003:AI0864</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T01:54:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AI0864</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2003-09-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C02/107HR</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2003:AI0864" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2003:AI0864</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001830&amp;artikel=81&amp;g=2003-09-19">Wet op de rechterlijke organisatie 81</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2003, 447</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2003/339</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2003:AI0864">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2003:AI0864</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T19:15:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2003-09-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2003:AI0864 Hoge Raad , 19-09-2003 / C02/107HR</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2003:AI0864:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>19 september 2003 Eerste Kamer Nr. C02/107HR SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], handelende onder de naam Mathurawala Exports, wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. W.B. Teunis, t e g e n</para>
        <para>[verweerder], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. I. de Vink. 1. Het geding in feitelijke instanties</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2003:AI0864:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>19 september 2003</para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>Nr. C02/107HR</para>
      <para>SM</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Eiser], handelende onder de naam [A] Exports,</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>EISER tot cassatie,</para>
      <para>advocaat: mr. W.B. Teunis,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[Verweerder],</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>VERWEERDER in cassatie,</para>
      <para>advocaat: mr. I. de Vink.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instanties</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploit van 5 maart 1999 verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - gedagvaard voor de Rechtbank te Utrecht en gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [verweerder] te veroordelen om aan [eiser] te betalen een bedrag van ƒ 154.604,--, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der dagvaarding en een bedrag van ƒ 10.790,40 met de wettelijke interessen over dit bedrag vanaf de datum van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.</para>
      <para>[Verweerder] heeft primair de vordering van [eiser] bestreden en subsidiair gevorderd eventuele tussen partijen bestaande overeenkomsten te vernietigen, althans de gevolgen daarvan op grond van art. 3:54 in verbinding met art. 6:248 BW ten voordele van [verweerder] te wijzigen, althans meer subsidiair de gevolgen van eventuele overeenkomsten op grond van art. 6:258 BW ten voordele van [verweerder] te wijzigen of deze geheel of gedeeltelijk te ontbinden op grond van onvoorziene omstandigheden.</para>
      <para>De Rechtbank heeft bij vonnis van 6 december 2000 [verweerder] veroordeeld aan [eiser] ƒ 154.604,-- te voldoen, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 maart 1999 tot aan de dag der voldoening, en het meer of anders gevorderde afgewezen.</para>
      <para>Tegen het vonnis van 6 december 2000 heeft [verweerder] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.</para>
      <para>Bij arrest van 27 december 2001 heeft het Hof het vonnis waarvan beroep vernietigd en, opnieuw rechtdoende, [verweerder] veroordeeld om aan [eiser] te betalen een bedrag van ƒ 77.302,--, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 maart 1999 tot de dag van voldoening, dit arrest uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en het meer of anders gevorderde afgewezen.</para>
      <para>Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen het arrest van het Hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.</para>
      <para>De zaak is voor [verweerder] toegelicht door zijn advocaat.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van het middel</para>
    <para />
    <para>De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Hoge Raad:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwerpt het beroep;</para>
      <para>veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 941,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren P.C. Kop en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer O. de Savornin Lohman op 19 september 2003.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>