<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2003:AF6206</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T11:22:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AF6206</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2003-06-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C02/072HR</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2003:AF6206" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2003:AF6206</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001830&amp;artikel=81&amp;g=2003-06-20">Wet op de rechterlijke organisatie 81</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2003, 340</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2003/258</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2003:AF6206">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2003:AF6206</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T18:33:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2003-06-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2003:AF6206 Hoge Raad , 20-06-2003 / C02/072HR</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2003:AF6206:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>20 juni 2003 Eerste Kamer Nr. C02/072HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: DE SCHEVENINGSE PIER EXPLOITATIE B.V., gevestigd te 's-Gravenhage, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. R.F. Thunnissen, t e g e n GOTHAM CITY MUSIC PROMOTIONS B.V., gevestigd te 's-Gravenhage, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. K.T.B. Salomons. 1. Het geding in feitelijke instanties Verweerster in cassatie - verder te noemen: Gotham - heeft bij exploit van 2 juli 1997 eiseres tot cassatie - verder te noemen: De Pier - gedagvaard voor de Rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd bij vonnis, voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:...</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2003:AF6206:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>20 juni 2003</para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>Nr. C02/072HR</para>
      <para>JMH</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <para>DE SCHEVENINGSE PIER EXPLOITATIE B.V., gevestigd te 's-Gravenhage,</para>
    <para />
    <para>EISERES tot cassatie,</para>
    <para />
    <para>advocaat: mr. R.F. Thunnissen,</para>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <para>GOTHAM CITY MUSIC PROMOTIONS B.V., gevestigd te 's-Gravenhage,</para>
    <para />
    <para>VERWEERSTER in cassatie,</para>
    <para />
    <para>advocaat: mr. K.T.B. Salomons.</para>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instanties</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerster in cassatie - verder te noemen: Gotham - heeft bij exploit van 2 juli 1997 eiseres tot cassatie - verder te noemen: De Pier - gedagvaard voor de Rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd bij vonnis, voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:</para>
      <para>a. te verklaren voor recht dat De Pier toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verbintenis voortvloeiend uit de in de dagvaarding omschreven overeenkomst, en</para>
      <para>b. De Pier te veroordelen om aan Gotham te betalen een bedrag van ƒ 81.000,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf primair 1 januari 1997, subsidiair vanaf de dag der dagvaarding, tot de dag der algehele voldoening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Pier heeft de vorderingen bestreden en in reconventie gevorderd, Gotham te veroordelen, zulks bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, om aan De Pier te betalen een bedrag van ƒ 5.189,25, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 3 augustus 1997 tot aan de dag der algehele voldoening.</para>
      <para>Gotham heeft in reconventie de vordering bestreden.</para>
      <para>De Rechtbank heeft bij tussenvonnis van 21 oktober 1997 een comparitie van partijen gelast. Bij eindvonnis van 14 oktober 1998 heeft de Rechtbank in conventie de vordering van Gotham afgewezen en in reconventie de vordering van De Pier toegewezen.</para>
      <para>Tegen dit eindvonnis heeft Gotham hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage.</para>
      <para>Na een tussenarrest van 18 mei 2000 heeft het Hof bij een tweede tussenarrest van 1 november 2001 De Pier tot bewijslevering toegelaten, een comparitie van partijen gelast en iedere verdere beslissing aangehouden.</para>
      <para>Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen het tussenarrest van het Hof van 1 november 2001 heeft De Pier beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>Gotham heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.</para>
      <para>De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van de middelen</para>
    <para />
    <para>De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>verwerpt het beroep;</para>
      <para>veroordeelt De Pier in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Gotham begroot op € 1.026,34 aan verschotten en €. 1.365,-- voor salaris.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren D.H. Beukenhorst en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 20 juni 2003.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>