<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2003:AF5430</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T13:26:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AF5430</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2003-04-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">03462/00 H</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#herziening">Herziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2003:AF5430" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2003:AF5430</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001903&amp;artikel=457&amp;g=2003-04-01">Wetboek van Strafvordering 457</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001903&amp;artikel=468&amp;g=2003-04-01">Wetboek van Strafvordering 468</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2003:AF5430">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2003:AF5430</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T18:30:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2003-07-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2003:AF5430 Hoge Raad , 01-04-2003 / 03462/00 H</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2003:AF5430:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>1 april 2003 Strafkamer nr. 03462/00 H IK Hoge Raad der Nederlanden Arrest op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam van 1 oktober 1999, nummer 13/061762-99, ingediend door mr. S.J.M. Jaasma, advocaat te Amsterdam, namens: [aanvrager], geboren te [geboorteplaats] (Joegoslavië) op [geboortedatum] 1959, wonende te [woonplaats]. 1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd ...</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2003:AF5430:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>1 april 2003</para>
      <para>Strafkamer</para>
      <para>nr. 03462/00 H</para>
      <para>IK</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam van 1 oktober 1999, nummer 13/061762-99, ingediend door mr. S.J.M. Jaasma, advocaat te Amsterdam, namens:</para>
      <para>[aanvrager], geboren te [geboorteplaats] (Joegoslavië) op [geboortedatum] 1959, wonende te [woonplaats].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd</para>
    <para />
    <para>De Politierechter heeft - voorzover voor de beoordeling van de aanvraag van belang - de aanvrager ter zake van "diefstal" veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf.</para>
    <para />
    <para>2. De aanvraag tot herziening</para>
    <para />
    <para>De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
    <para />
    <para>3. De conclusie van de Advocaat-Generaal</para>
    <para />
    <para>De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvraag zal afwijzen.</para>
    <para />
    <para>4. Beoordeling van de aanvraag</para>
    <para />
    <para>4.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voorzover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden die bij het onderzoek op de terechtzitting de rechter niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.</para>
    <para />
    <para>4.2. De aanvraag berust op de stelling dat er sprake is van een omstandigheid als evenvermeld. Daartoe wordt aangevoerd dat niet de aanvrager, maar een ander het bewezenverklaarde feit heeft begaan en dat deze bij zijn aanhouding tegenover de politie de personalia van de aanvrager heeft opgegeven. Ter staving van deze stelling is onder meer overgelegd een door de politie opgemaakt proces-verbaal nr. PL0763/00-217946. Dit proces-verbaal bevat een aangifte van de aanvrager ter zake van het valselijk gebruik van zijn persoonsgegevens en handtekening door een zekere [A].</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.3. Naar aanleiding van de aanvraag is op verzoek van de Advocaat-Generaal Machielse een onderzoek ingesteld. De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in een schrijven van 13 september 2002 van K. Gerritsen, Officier van Justitie bij het Arrondissementsparket te Amsterdam, inhoudende onder meer: </para>
      <para>"In juni 2002 heb ik dhr. P. Heeren, politieparketsecretaris van district Amsterdam Noord, verzocht onderzoek te doen naar de vermeende persoonsverwisseling. Hij heeft daartoe telefonisch contact gehad met de raadsman van [aanvrager], mr. Jaasma, met het verzoek zijn cliënt op het politiebureau te laten komen ter daadwerkelijke vergelijking van de veroordeelde [aanvrager] en de (foto en vingerafdrukken van de) destijds aangehouden persoon. Vanaf die tijd (eind juni 2002) heeft dhr. Heeren herhaaldelijk - al dan niet met succes - bij mr. Jaasma geïnformeerd naar de stand van zaken, in ieder geval eind juli, begin augustus en half augustus 2002. Het lukte mr. Jaasma kennelijk niet om contact met zijn cliënt te krijgen. Op 22 augustus 2002 heeft dhr. Heeren zowel aan [aanvrager] als aan zijn raadsman een (aangetekende) brief verzonden met het dringende verzoek contact op te nemen. Hierop is geen reactie gekomen. Uit de gemeenschappelijke basisadministratie blijkt dat het adres waarnaar die brief is gezonden, het adres is waar [aanvrager] staat ingeschreven. Tot slot heeft dhr. Heeren op 9 september 2002 contact gehad met mr. Jaasma, hetgeen evenmin iets opleverde.</para>
      <para>De conclusie van het bovenstaande moet zijn dat [aanvrager] voldoende gelegenheid heeft gehad de juistheid van zijn stellingen aan te tonen."</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.4. Gelet op de hiervoor onder 4.3 weergegeven resultaten van het te dezen ingestelde onderzoek, geeft de inhoud van de hiervoor onder 4.2 weergegeven aangifte onvoldoende steun aan de stelling waarop de aanvraag berust, te weten dat er sprake is van een persoonsverwisseling. Het aangevoerde kan derhalve niet worden aangemerkt als een omstandigheid die het onder 4.1 bedoelde ernstige vermoeden doet ontstaan. De aanvraag is dus ongegrond en moet ingevolge art. 468 Sv worden afgewezen. </para>
    <para />
    <para>5. Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af.</para>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren G.J.M. Corstens en A.J.A. van Dorst, in bijzijn van de waarnemend-griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 1 april 2003.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>