<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2003:AF2686</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-18T12:28:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AF2686</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2003-03-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">R02/073HR</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2003:AF2686" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2003:AF2686</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=826&amp;g=2003-03-07">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 826</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2003, 127</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2003/113</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2003:AF2686">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2003:AF2686</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T18:21:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2003-03-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2003:AF2686 Hoge Raad , 07-03-2003 / R02/073HR</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2003:AF2686:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2003:AF2686:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>Rek.nr. R02/073HR</para>
      <para>7 maart 2003 </para>
      <para>SB</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Beschikking</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <para>[De man], wonende te [woonplaats],</para>
    <para />
    <para>VERZOEKER tot cassatie,</para>
    <para />
    <para>advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand,</para>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <para>[De vrouw], wonende te [woonplaats],</para>
    <para />
    <para>VERWEERSTER in cassatie,</para>
    <para />
    <para>advocaat: mr. R.T.R.F. Carli.</para>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instanties</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met een op 20 september 1999 gedateerd verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - zich gewend tot de Rechtbank te Utrecht en verzocht echtscheiding tussen haar en verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - uit te spreken. Voorts heeft zij verzocht het voortgezet gebruik van de echtelijke woning en een bijdrage in haar levensonderhoud van ƒ 15.000,-- per maand.</para>
      <para>De man heeft zich wat de echtscheiding betreft gerefereerd aan het oordeel van de Rechtbank en de overige verzoeken bestreden.</para>
      <para>De Rechtbank heeft bij beschikking van 10 mei 2000 het verzoek van de vrouw tot echtscheiding toegewezen. Voorts heeft de Rechtbank bepaald dat de man ƒ 15.000,-- per maand dient bij te dragen aan het levensonderhoud van de vrouw en bepaald dat de vrouw het recht zal hebben tot voortgezet gebruik van de echtelijke woning en de inboedel gedurende zes maanden tegen betaling van een gebruiksvergoeding van ƒ 1.500,-- per maand, dit alles op voorwaarde dat de vrouw de echtelijke woning op het ogenblik van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking bewoont.</para>
      <para>Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam. Daarbij heeft hij primair verzocht de echtscheiding alsnog af te wijzen. Subsidiair heeft hij verzocht de uitkering voor levensonderhoud van de vrouw te bepalen op ƒ 3.450,-- per maand en de vergoeding voor het voortgezet gebruik van de echtelijke woning te bepalen op ƒ 80.000,-- op jaarbasis. Tijdens de behandeling van de zaak heeft de man het Hof verzocht een deskundige te benoemen voor de bepaling van zijn draagkracht en de behoefte van de vrouw.</para>
      <para>De vrouw heeft ingestemd met de benoeming van een deskundige, maar tevens het Hof verzocht een beslissing te nemen over de echtscheiding.</para>
      <para>Bij beschikking van 20 juni 2002 heeft het Hof de beschikking waarvan beroep voorzover daarbij de echtscheiding tussen partijen is uitgesproken, bekrachtigd, en alvorens verder te beslissen een deskundigenonderzoek bevolen en daartoe een deskundige benoemd.</para>
      <para>De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen de beschikking van het Hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal in buitengewone dienst J.K. Moltmaker strekt tot verwerping van het beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van het middel</para>
    <para />
    <para>De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. </para>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Hoge Raad verwerpt het beroep.</para>
    <para />
    <para>Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.E.M. van der Putt-Lauwers, als voorzitter, H.A.M. Aaftink en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 7 maart 2003.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>