<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2003:AF1792</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-18T12:29:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AF1792</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2003-01-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C01/164HR</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2003:AF1792" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2003:AF1792</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001830&amp;artikel=81&amp;g=2003-01-10">Wet op de rechterlijke organisatie 81</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2003, 17</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2003/14</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2003:AF1792">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2003:AF1792</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T18:17:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2003-01-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2003:AF1792 Hoge Raad , 10-01-2003 / C01/164HR</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2003:AF1792:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2003:AF1792:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>10 januari 2003</para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>Nr. C01/164HR</para>
      <para>JMH</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <para>1. [Eiser 1],</para>
    <para />
    <para>2. [Eiseres 2]</para>
    <para />
    <para>beiden wonende te [woonplaats],</para>
    <para />
    <para>EISERS tot cassatie,</para>
    <para />
    <para>advocaat: mr. J. Groen,</para>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <para>1. ACADEMISCH ZIEKENHUIS ROTTERDAM, zetelende te Rotterdam,</para>
    <para />
    <para>2. [Verweerder 2], wonende te [woonplaats],</para>
    <para />
    <para>VERWEERDERS in cassatie,</para>
    <para />
    <para>advocaat: mr. H.A. Groen.</para>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instanties</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisers tot cassatie - verder te noemen: [eiser] c.s. - hebben bij exploiten van 21 november 1997 verweerders in cassatie - verder te noemen: AZR c.s. - gedagvaard voor de Rechtbank te Rotterdam en gevorderd:</para>
      <para>1. AZR c.s. te veroordelen, des dat de één betalende de ander gekweten zij, tot vergoeding aan eiser tot cassatie sub 1 (hierna afzonderlijk te noemen: [eiser 1]) van alle schade, welke [eiser 1] direct en indirect geleden heeft en nog mocht lijden, als gevolg van de door verweerder in cassatie sub 2 (hierna: [verweerder 2]) verrichte als wanprestatie en/of onrechtmatige daad te kwalificeren handelingen;</para>
      <para>2. [verweerder 2] te veroordelen tot vergoeding aan [eiser] c.s. van alle schade, welke [eiser] c.s. ieder voor zich direct en indirect geleden hebben en nog mochten lijden, als gevolg van de door [verweerder 2] verrichte als wanprestatie en/of onrechtmatige daad te kwalificeren handeling;</para>
      <para>3. verweerder in cassatie sub 1 (verder: AZR) te veroordelen tot vergoeding aan [eiser] c.s. van alle schade, welke [eiser] c.s. ieder voor zich direct en indirect geleden hebben en nog mochten lijden, als gevolg van de door [verweerder 2] verrichte als wanprestatie en/of onrechtmatige daad te kwalificeren handeling;</para>
      <para>nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, tevens te verhogen met de wettelijke rente.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>AZR c.s. hebben de vordering bestreden.</para>
      <para>De Rechtbank heeft bij vonnis van 24 september 1998 de vordering afgewezen.</para>
      <para>Tegen dit vonnis hebben [eiser] c.s. hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage.</para>
      <para>Bij arrest van 28 februari 2001 heeft het Hof het bestreden vonnis bekrachtigd.</para>
      <para>Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen het arrest van het Hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>AZR c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.</para>
      <para>De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.</para>
      <para>De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 4 november 2002 op deze conclusie gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van het middel</para>
    <para />
    <para>De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>verwerpt het beroep;</para>
      <para>veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van AZR c.s. begroot op € 286,88 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink en D.H. Beukenhorst, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 10 januari 2003.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>