<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2002:AF2249</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T20:54:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AF2249</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2002-12-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">37044</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Belastingblad 2003/377</rdf:li>
          <rdf:li>BNB 2003/93</rdf:li>
          <rdf:li>FED 2003/14</rdf:li>
          <rdf:li>WFR 2003/27, 3</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2003/4.3 met annotatie van Redactie</rdf:li>
          <rdf:li>NTFR 2003/48 met annotatie van mr. J.F. Kastelein MRE MRICS RV</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2002:AF2249">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2002:AF2249</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T18:19:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2002-12-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2002:AF2249 Hoge Raad , 20-12-2002 / 37044</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2002:AF2249:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2002:AF2249:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>Nr. 37.044</para>
      <para>20 december 2002</para>
      <para>WM</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>gewezen op het beroep in cassatie van X N.V. te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 19 maart 2001, nr. BK-99/00904, betreffende na te melden beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken.</para>
    <para />
    <para>1. Beschikking, bezwaar en geding voor het Hof</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van belanghebbende is bij beschikking de waarde van de onroerende zaak a-straat 1 te Q voor het tijdvak 1 januari 1997 tot en met 31 december 2000 vastgesteld op ƒ 452.000.</para>
      <para>Na door belanghebbende daartegen gemaakt bezwaar heeft de Inspecteur der Gemeentebelastingen van de gemeente Leiden bij uitspraak de waarde nader vastgesteld op ƒ 382.000.</para>
      <para>Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.</para>
      <para>Het Hof heeft die uitspraak vernietigd en de beschikking in zoverre gewijzigd, dat de waarde van de onroerende zaak wordt vastgesteld op ƒ 314.000. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Geding in cassatie</para>
    <para />
    <para>Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van het middel</para>
    <para />
    <para>3.1. Het middel betoogt onder meer dat het Hof in strijd met het door partijen ingenomen standpunt heeft geoordeeld dat de aanvankelijk vastgestelde waarde van de onderwerpelijke onroerende zaak van ƒ 452.000, indien wordt uitgegaan van een gemiddelde staat van onderhoud, juist is.</para>
    <para />
    <para>3.2. Het middel is gegrond. Met zijn evenvermelde oordeel heeft het Hof miskend dat de Inspecteur bij de uitspraak op het bezwaarschrift de waarde nader heeft vastgesteld op ƒ 382.000 onder meer in verband met de omstandigheid dat aanvankelijk van een te grote grond- en woonoppervlakte is uitgegaan. In aanmerking genomen dat daarmee tussen partijen vaststond dat de aanvankelijk vastgestelde waarde van ƒ 452.000, ook indien wordt uitgegaan van een gemiddelde staat van onderhoud, in ieder geval te hoog was, is het Hof aldus buiten de rechtsstrijd van partijen getreden.</para>
    <para />
    <para>3.3. Nu het Hof bij zijn uiteindelijke oordeel over de waarde van de onderwerpelijke onroerende zaak voormelde waarde van ƒ 452.000 tot uitgangspunt heeft genomen, kan zijn uitspraak niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen voor een onderzoek van de zaak in volle omvang. Het middel behoeft verder geen behandeling.</para>
    <para />
    <para>4. Proceskosten</para>
    <para />
    <para>De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.</para>
    <para />
    <para>5. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>verklaart het beroep gegrond,</para>
      <para>vernietigt de uitspraak van het Hof, behoudens de beslissing omtrent het griffierecht,</para>
      <para>verwijst het geding naar het Gerechtshof te Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest, en</para>
      <para>gelast dat de gemeente Leiden aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie verschuldigd geworden griffierecht ten bedrage van ƒ 630 (€ 285,88).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president E. Korthals Altes als voorzitter, en de raadsheren P.J. van Amersfoort en A.R. Leemreis, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 20 december 2002.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>