<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2002:AF0100</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-18T12:47:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AF0100</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2002-12-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C00/219HR</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2002:AF0100" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2002:AF0100</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001830&amp;artikel=81&amp;g=2002-12-20">Wet op de rechterlijke organisatie 81</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2002, 703</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2002/472</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2002:AF0100">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2002:AF0100</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T18:12:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2002-12-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2002:AF0100 Hoge Raad , 20-12-2002 / C00/219HR</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2002:AF0100:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2002:AF0100:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>20 december 2002</para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>Nr. C00/219HR</para>
      <para>JMH</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <para>[Eiser], wonende te [woonplaats],</para>
    <para />
    <para>EISER tot cassatie,</para>
    <para />
    <para>advocaat: mr. J.H. van Gelderen,</para>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <para>[Verweerder], wonende te [woonplaats], Canada,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>VERWEERDER in cassatie,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instanties</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploit van 1 december 1994 en bij herstelexploit van 21 juni 1996 verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - gedagvaard voor de Rechtbank te 's-Gravenhage en - na vermindering van eis - gevorderd bij vonnis, voor zover wettelijk geoorloofd uitvoerbaar bij voorraad, [verweerder] te veroordelen om aan [eiser] te betalen een bedrag van ƒ 108.443,79, te vermeerderen met de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf de datum van betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening.</para>
      <para>[Verweerder] heeft zich gerefereerd voor wat betreft een bedrag van ƒ 41.068,--, voor het overige de vordering bestreden en van zijn kant in reconventie gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [eiser] te veroordelen om aan [verweerder] te betalende som van ƒ 15.000,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 maart 1997.</para>
      <para>Bij conclusie van repliek in conventie heeft [eiser] zijn vordering verminderd met een bedrag van ƒ 14.733,49 en bij conclusie van antwoord in reconventie heeft hij de reconventionele vordering bestreden.</para>
      <para>Bij conclusie van dupliek in conventie heeft [verweerder] geconcludeerd tot referte voor wat betreft het bedrag van de aanslag inkomstenbelasting voorzover dit betrekking heeft op de overbedeelsom van ƒ 405.000,--.</para>
      <para>Na een tussenvonnis van 4 maart 1998 heeft de Rechtbank bij eindvonnis van 19 augustus 1998 in conventie [verweerder] veroordeeld om aan [eiser] te voldoen een bedrag van ƒ 71.317,23, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 december 1994 tot aan de dag der algehele voldoening, en het meer of anders gevorderde afgewezen. In reconventie heeft de Rechtbank de vordering afgewezen.</para>
      <para>Tegen het eindvonnis heeft [verweerder] zowel in conventie als in reconventie hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage. [Eiser] heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.</para>
      <para>Bij arrest van 6 april 2000 heeft het Hof in het principaal en incidenteel beroep de bestreden vonnissen van de Rechtbank vernietigd, [verweerder] veroordeeld om aan [eiser] te betalen een bedrag van ƒ 36.689,-- met de wettelijke rente daarover vanaf 1 december 1994, [eiser] veroordeeld om aan [verweerder] te betalen ƒ 15.000,-- met de wettelijke rente daarover vanaf 18 maart 1997, en het meer of anders gevorderde afgewezen.</para>
      <para>Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen het arrest van het Hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>Tegen de niet verschenen [verweerder] is verstek verleend.</para>
      <para>De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal F.B. Bakels strekt tot verwerping van het beroep, met toepassing van art. 81 RO.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van het middel</para>
    <para />
    <para>De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>verwerpt het beroep;</para>
      <para>veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren A.G. Pos en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 20 december 2002.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>