<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2002:AE9256</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T14:07:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AE9256</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2002-11-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C01/113HR</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2002:AE9256" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2002:AE9256</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001830&amp;artikel=81&amp;g=2002-11-22">Wet op de rechterlijke organisatie 81</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2002, 631</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2002/432</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2002:AE9256">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2002:AE9256</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T18:09:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2002-11-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2002:AE9256 Hoge Raad , 22-11-2002 / C01/113HR</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2002:AE9256:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2002:AE9256:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>22 november 2002</para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>Nr. C01/113HR</para>
      <para>JMH</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <para>ADECCO NEDERLAND BEHEER B.V., gevestigd te 's-Hertogenbosch,</para>
    <para />
    <para>EISERES tot cassatie,</para>
    <para />
    <para>advocaat: mr. R.T.R.F. Carli,</para>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <para>RLKS COMMUNICATIETRAININGEN B.V., gevestigd te Wijnandsrade, gemeente Nuth,</para>
    <para />
    <para>VERWEERSTER in cassatie,</para>
    <para />
    <para>advocaat: mr. R.A.A. Duk.</para>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instanties</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerster in cassatie - verder te noemen: RLKS - heeft bij exploit van 20 mei 1998 eiseres tot cassatie - verder te noemen: Adecco - op verkorte termijn gedagvaard voor de Rechtbank te 's-Hertogenbosch en gevorderd Adecco bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen:</para>
      <para>1. aan RLKS te voldoen de door haar geleden schade op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;</para>
      <para>2. aan RLKS te betalen de schade van RLKS als omschreven in het lichaam der dagvaarding ad ƒ 250.000,--;</para>
      <para>3. alsmede te voldoen de buitengerechtelijke incassokosten primair conform de algemene voorwaarden ad 15% en subsidiair conform het NOVA tarief;</para>
      <para>4. alsook te voldoen de contractuele rente vanaf 7 maart 1997, dan wel subsidiair de wettelijke rente vanaf 7 maart 1997 tot de dag der algehele voldoening,</para>
      <para>alles met veroordeling van Adecco in de kosten van dit geding, waaronder de kosten van het voorlopig getuigenverhoor.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Adecco heeft de vordering bestreden.</para>
      <para>De Rechtbank heeft bij vonnis van 23 oktober 1998 Adecco veroordeeld tot vergoeding van de door Communicatietraining geleden schade ten gevolge van de ontijdige beëindiging door Adecco van de op 22 januari 1996 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst, neergelegd in de in het vonnis genoemde brief van 23 januari 1996, en het missen door Communicatietraining van tweemaal 100 trainingen in de jaren 1997 en 1998, op te maken bij staat, en het meer of anders gevorderde afgewezen.</para>
      <para>Tegen dit vonnis heeft Adecco hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. RLKS heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.</para>
      <para>Bij arrest van 14 november 2000 heeft het Hof in het principaal en incidenteel appel het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.</para>
      <para>Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen het arrest van het Hof heeft Adecco beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>RLKS heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.</para>
      <para>De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal F.B. Bakels strekt tot verwerping van het beroep, met veroordeling van Adecco in de kosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van de middelen</para>
    <para />
    <para>De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>verwerpt het beroep;</para>
      <para>veroordeelt Adecco in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van RLKS begroot op € 3.020,91 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.E.M. van der Putt-Lauwers, als voorzitter, H.A.M. Aaftink en D.H. Beukenhorst, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 22 november 2002.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>