<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2002:AE8466</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T22:52:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AE8466</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2002-11-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">R01/073HR</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2002:AE8466" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2002:AE8466</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001830&amp;artikel=81&amp;g=2002-11-15">Wet op de rechterlijke organisatie 81</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2002, 604</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2002/415</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2002:AE8466">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2002:AE8466</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T18:06:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2002-11-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2002:AE8466 Hoge Raad , 15-11-2002 / R01/073HR</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2002:AE8466:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2002:AE8466:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>15 november 2002</para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>Rek.nr. R01/073HR</para>
      <para>AT</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Beschikking</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <para>[De man], wonende te [woonplaats],</para>
    <para />
    <para>VERZOEKER tot cassatie,</para>
    <para />
    <para>advocaat: mr. P.C.M. van Schijndel,</para>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <para>[De vrouw], wonende te [woonplaats],</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>VERWEERSTER in cassatie,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instanties</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met een op 10 november 1998 ter griffie van de Rechtbank te Zutphen ingediend verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - zich gewend tot die Rechtbank en, voor zover in cassatie van belang, verzocht: </para>
      <para>1. tussen hem en verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - echtscheiding uit te spreken;</para>
      <para>2. te bepalen dat de man alleen het ouderlijk gezag zal uitoefenen over het minderjarige kind van partijen (hierna: de zoon);</para>
      <para>3. te bepalen dat de vrouw zal bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de zoon met een bedrag van ƒ 500,-- per maand.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vrouw heeft het verzoek ten aanzien van de punten 2 en 3 bestreden en zelfstandig verzocht:</para>
      <para>1. te bepalen dat zij alleen het ouderlijk gezag zal uitoefenen over de zoon;</para>
      <para>2. te bepalen dat de man zal bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de zoon met een bedrag van ƒ 500,--.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Rechtbank heeft bij beschikking van 27 januari 2000, voor zover in cassatie van belang, tussen partijen echtscheiding uitgesproken, de behandeling met betrekking tot het gezag over, de omgang met en de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de zoon geschorst en de Raad voor de Kinderbescherming verzocht haar te rapporteren en te adviseren omtrent het gezag over, de omgang met en de opvoedingssituatie van de zoon.</para>
      <para>Na rapportage van de Raad voor de Kinderbescherming heeft de Rechtbank bij eindbeschikking van 7 september 2000 bepaald dat de zoon zijn hoofdverblijfplaats bij de vrouw heeft en dat de man recht heeft op omgang met de zoon, uit te voeren overeenkomstig de aanwijzingen van de gezinsvoogd. Voorts heeft de Rechtbank bepaald dat de man met ingang van de datum waarop de beschikking van 27 januari 2000, voor zover daarbij de echtscheiding is uitgesproken, is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de zoon aan de vrouw zal betalen de som van ƒ 500,-- per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen. Het meer of anders verzochte heeft de Rechtbank afgewezen. </para>
      <para>Tegen de eindbeschikking van de Rechtbank heeft de man hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Arnhem.</para>
      <para>Bij beschikking van 3 april 2001 heeft het Hof de beschikking waarvan beroep bekrachtigd. </para>
      <para>De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen de beschikking van het Hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van het middel</para>
    <para />
    <para>De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Hoge Raad verwerpt het beroep.</para>
    <para />
    <para>Deze beschikking is gegeven door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren A. Hammerstein en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 15 november 2002.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>