<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2002:AE8173</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T01:14:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AE8173</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2002-11-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C00/299HR</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2002:AE8173" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2002:AE8173</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001830&amp;artikel=81&amp;g=2002-11-08">Wet op de rechterlijke organisatie 81</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2002, 594</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2002/407</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2002:AE8173">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2002:AE8173</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T18:05:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2002-11-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2002:AE8173 Hoge Raad , 08-11-2002 / C00/299HR</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2002:AE8173:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2002:AE8173:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>8 november 2002 </para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>Nr. C00/299HR</para>
      <para>JMH</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <para>THE RED BULL B.V., gevestigd te Helvoirt,</para>
    <para />
    <para>EISERES tot cassatie,</para>
    <para />
    <para>advocaat: mr. R.S. Meijer,</para>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <para>AUTO LEASE RORA B.V., gevestigd te Amsterdam,</para>
    <para />
    <para>VERWEERSTER in cassatie,</para>
    <para />
    <para>advocaat: mr. R.A.A. Duk.</para>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instanties</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres tot cassatie - verder te noemen: Red Bull - heeft bij exploit van 26 oktober 1992 verweerster in cassatie - verder te noemen: Rora - gedagvaard voor de Rechtbank te Amsterdam en gevorderd Rora bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen om aan Red Bull te betalen een bedrag van ƒ 60.150,--, te vermeerderen met de overeengekomen rente ad 1% per maand over ƒ 40.000,-- vanaf 1 oktober 1992, subsidiair tot betaling aan Red Bull van een bedrag van ƒ 44.350,--, te vermeerderen met de wettelijke rente over ƒ 40.000,-- vanaf 13 juni 1989, beide tot aan de dag der algehele voldoening. Bij akte ter terechtzitting van 12 juli 1995 heeft Red Bull haar eis gewijzigd en geconcludeerd primair tot toewijzing van de ingestelde vordering met nevenvorderingen, subsidiair tot toewijzing van een bedrag van ƒ 42.286,86, vermeerderd met de overeengekomen rente van 1% per maand vanaf 1 februari 1994 en vermeerderd met de buitengerechtelijke kosten.</para>
      <para>Rora heeft de vordering bestreden.</para>
      <para>De Rechtbank heeft bij tussenvonnis van 12 juni 1996 een comparitie van partijen gelast en bij tussenvonnis van 7 januari 1998 Rora tot bewijslevering toegelaten. Na enquête heeft de Rechtbank bij eindvonnis van 30 juni 1999 Rora veroordeeld om aan Red Bull te betalen een bedrag van ƒ 60.150,--, te vermeerderen met rente ad 1% per maand over ƒ 40.000,-- vanaf 1 oktober 1992 tot aan de dag der voldoening.</para>
      <para>Tegen de drie vermelde vonnissen heeft Rora hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.</para>
      <para>Bij arrest van 6 juli 2000 heeft het Hof het beroep niet-ontvankelijk verklaard voor zover gericht tegen het vonnis van de Rechtbank van 12 juni 1996, de vonnissen van de Rechtbank van 7 januari 1998 en 30 juni 1999 vernietigd en opnieuw rechtdoende de vordering van Red Bull alsnog afgewezen.</para>
      <para>Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen het arrest van het Hof heeft Red Bull beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>Rora heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.</para>
      <para>De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal C.L. de Vries Lentsch-Kostense strekt tot verwerping van het beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van het middel</para>
    <para />
    <para>De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>verwerpt het beroep;</para>
      <para>veroordeelt Red Bull in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Rora begroot op € 779,23 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink, A.G. Pos, D.H. Beukenhorst en A. Hammerstein, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 8 november 2002.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>