<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2002:AE5805</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-18T12:46:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AE5805</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2002-10-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">R02/025HR</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2002:AE5805" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2002:AE5805</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001830&amp;artikel=81&amp;g=2002-10-25">Wet op de rechterlijke organisatie 81</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=827&amp;g=2002-10-25">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 827</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2002, 560</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2002/388</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2002:AE5805">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2002:AE5805</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T17:57:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2002-10-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2002:AE5805 Hoge Raad , 25-10-2002 / R02/025HR</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2002:AE5805:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2002:AE5805:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>25 oktober 2002</para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>Rek.nr. R02/025HR</para>
      <para>JMH</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Beschikking</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <para>[De man], wonende te [woonplaats],</para>
    <para />
    <para>VERZOEKER tot cassatie,</para>
    <para />
    <para>advocaat: mr. B.D.W. Martens,</para>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <para>[De vrouw], wonende te [woonplaats],</para>
    <para />
    <para>VERWEERSTER in cassatie,</para>
    <para />
    <para>advocaat: mr. M.E.M.G. Peletier.</para>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instanties</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met een op 12 juli 1999 ter griffie van de Rechtbank te Amsterdam ingediend verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht echtscheiding uit te spreken tussen haar en verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - en, voor zover in cassatie nog van belang, alleen haar te belasten met de uitoefening van het gezag over de minderjarige kinderen [kind 1] en [kind 2], beiden geboren op 1 april 1997, met bepaling dat de man als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van die minderjarigen ƒ 500,-- per kind per maand zal betalen.</para>
      <para>De vader heeft tegen het verzoek om echtscheiding uit te speken geen verweer gevoerd en het verzoek tot vaststelling van een gezagsvoorziening en veroordeling tot betaling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen bestreden. Daarbij heeft hij verzocht alleen te worden belast met het ouderlijk gezag over de kinderen en de vrouw te veroordelen tot betaling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen tot een bedrag van ƒ 750,-- per kind per maand.</para>
      <para>De Rechtbank heeft bij beschikking van 16 augustus 2000 de echtscheiding tussen partijen uitgesproken, bepaald dat de man voorlopig ƒ 500,-- per kind per maand zal bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van beide kinderen, en de beslissing omtrent de definitieve vaststelling van de gezagsvoorziening en de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen aangehouden. Na een tussenbeschikking van 17 januari 2001 heeft de Rechtbank bij beschikking van 11 april 2001 onder meer bepaald dat de man aan de vrouw ƒ 500,-- per kind per maand zal betalen als definitieve bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen, te verhogen met het bedrag van iedere uitkering die hem op grond van geldende wetten of regelingen ten behoeve van die minderjarigen kan of zal worden verleend, het verzoek van de man terzake de door de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen afgewezen, en de beslissing omtrent de definitieve gezagsvoorziening aangehouden. Bij beschikking van 18 juli 2001 heeft de Rechtbank de verzoeken van de ouders om alleen met het gezag te worden belast afgewezen, bepaald dat de kinderen woonplaats hebben bij de vrouw en een omgangsregeling voor de man getroffen.</para>
      <para>Tegen de beschikkingen van 11 april 2001 en 18 juli 2001 heeft de man, onderscheidenlijk voor wat betreft de vaststelling van de kinderalimentatie en wat betreft de omgangsregeling, in twee afzonderlijke verzoekschriften hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam. De vrouw heeft in het hoger beroep tegen de beschikking van 18 juli 2001 incidenteel hoger beroep ingesteld en daarbij verzocht alleen te worden belast met het gezag over de kinderen.</para>
      <para>Bij beschikking van 31 januari 2002 heeft het Hof de beschikkingen van de Rechtbank van 11 april 2001 en 18 juli 2001 vernietigd voor zover aan zijn oordeel onderworpen en heeft het Hof, voor zover in cassatie van belang, bepaald dat het gezag aan de moeder alleen toekomt en dat de man met ingang van 16 augustus 2000 een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen van € 120,25 per kind per maand dient te betalen.</para>
      <para>De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen de beschikking van het Hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal in buitengewone dienst J.K. Moltmaker strekt tot verwerping van het beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van de middelen</para>
    <para />
    <para>De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Hoge Raad verwerpt het beroep.</para>
    <para />
    <para>Deze beschikking is gegeven door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 25 oktober 2002.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>