<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2002:AD7364</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-18T12:42:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AD7364</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2002-02-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C01/274HR</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2002:AD7364" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2002:AD7364</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=337&amp;g=2002-02-08">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 337</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=337&amp;g=2002-02-08">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 337</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2002, 89</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2002/58</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2002:AD7364">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2002:AD7364</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T17:28:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2002-02-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2002:AD7364 Hoge Raad , 08-02-2002 / C01/274HR</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2002:AD7364:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2002:AD7364:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>8 februari 2002 </para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>Nr. C01/274HR</para>
      <para>SB</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <para>[Eiser], wonende te [woonplaats],</para>
    <para />
    <para>EISER tot cassatie,</para>
    <para />
    <para>advocaat: mr. drs. R.A. van der Hansz,</para>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <para>[Verweerder], wonende te [woonplaats],</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>VERWEERDER in cassatie,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instanties</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploit van 15 juli 1998 verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - gedagvaard voor de Rechtbank te Breda en gevorderd [verweerder], bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen aan [eiser] te betalen ƒ 12.471,14, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding, alsmede een bedrag ter vergoeding van de door [eiser] geleden immateriële schade, door de Rechtbank ex aequo et bono vast te stellen op ƒ 5.000,-- of een zodanig bedrag als de Rechtbank juist zal achten.</para>
      <para>[Verweerder] heeft de vordering bestreden.</para>
      <para>De Rechtbank heeft bij tussenvonnis van 20 april 1999 - voor zover in cassatie van belang - [eiser] opgedragen te bewijzen:</para>
      <para>- dat door of namens [betrokkene A] een schikkingsvoorstel is gedaan in de procedure tussen [eiser] en deze [betrokkene A], waarbij [betrokkene A] heeft aangeboden de zaak te regelen tegen betaling aan hem van ƒ 3.500,-- alsmede;</para>
      <para>- dat [verweerder] de aanvaarding van dit aanbod van deze [betrokkene A] aan [eiser] heeft afgeraden;</para>
      <para>- bepaald dat van dit vonnis geen hoger beroep kan worden ingesteld dan tegelijk met het eindvonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch.</para>
      <para>Bij arrest van 17 april 2001 heeft het Hof [eiser] niet-ontvankelijk verklaard in zijn appel tegen het tussenvonnis van de Rechtbank en de zaak ter verdere berechting teruggewezen naar de Rechtbank.</para>
      <para>Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen het arrest van het Hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding en het herstelexploit zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.</para>
      <para>Tegen de niet verschenen [verweerder] is verstek verleend.</para>
      <para>De conclusie van de Plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep met veroordeling van [eiser] in de kosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van de middelen </para>
    <para />
    <para>De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>verwerpt het beroep;</para>
      <para>veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.E.M. van der Putt-Lauwers, als voorzitter, H.A.M. Aaftink en D.H. Beukenhorst, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 8 februari 2002.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>