<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2002:AD5830</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-18T12:41:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AD5830</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2002-01-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">R01/080HR</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2002:AD5830" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2002:AD5830</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2002, 4</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2002/11</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2002:AD5830">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2002:AD5830</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T17:23:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2002-01-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2002:AD5830 Hoge Raad , 11-01-2002 / R01/080HR</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2002:AD5830:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2002:AD5830:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>11 januari 2002</para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>Rek.nr. R01/080HR</para>
      <para>SB</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Beschikking</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <para>[De vader], wonende te [woonplaats],</para>
    <para />
    <para>VERZOEKER tot cassatie,</para>
    <para />
    <para>advocaat: mr. J.W. Wladimiroff-Nater,</para>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING TE ROTTERDAM, gevestigd te Rotterdam,</para>
      <para>niet verschenen,</para>
      <para>2. DE STICHTING JEUGDBESCHERMING TE ROTTERDAM, gevestigd te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>VERWEERSTER in cassatie,</para>
    <para />
    <para>advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3. [Betrokkene A en B], wonende te [woonplaats],</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instanties</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met een op 21 juli 1999 ter griffie van de Rechtbank te Rotterdam ingediend verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de vader - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht te bepalen:</para>
      <para>I dat hij hersteld zal worden in het gezag over de minderjarigen:</para>
      <para>1. [kind 1], geboren op 28 januari 1992 te [geboorteplaats],</para>
      <para>2. [kind 2], geboren op 28 januari 1992 te [geboorteplaats];</para>
      <para>II dat tussen hem en voornoemde minderjarigen een omgangsregeling wordt vastgesteld gedurende een weekeinde per twee weken van vrijdag 17.00 uur tot zondagavond 20.00 uur.</para>
      <para>Ter terechtzitting van 26 augustus 1999 is het verzoek behandeld en heeft verweerster in cassatie sub 2 - verder te noemen: Jeugdbescherming - het verzoek bestreden.</para>
      <para>De Rechtbank heeft bij beschikking van 9 september 1999 de vader niet-ontvankelijk verklaard in zijn primaire verzoek tot herstel van hem in het ouderlijk gezag over voornoemde minderjarigen, en de behandeling van de zaak voor het overige aangehouden.</para>
      <para>Tegen deze beschikking heeft de vader hoger beroep inge-steld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage.</para>
      <para>Het Hof heeft bij beschikking van 18 april 2001:</para>
      <para>de vader niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep ten aanzien van de omgangsregeling,</para>
      <para>de beschikking van de Rechtbank te Rotterdam van 9 september 1999 vernietigd voorzover daarbij de vader niet-ontvankelijk is verklaard in zijn verzoek tot herstel in het gezag,</para>
      <para>en in zoverre opnieuw beschikkende,</para>
      <para>de vader alsnog ontvankelijk verklaard in dit verzoek en het verzoek van de vader tot herstel in het gezag over de minderjarigen afgewezen.</para>
      <para>De beschikking van het Hof is aan deze beschikking ge-hecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen de beschikking van het Hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>Jeugdbescherming heeft verzocht het beroep te verwerpen.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal in buitengewone dienst J.K. Moltmaker strekt tot verwerping van het beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van de middelen</para>
    <para />
    <para>De middelen falen op de gronden vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal Moltmaker.</para>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Hoge Raad verwerpt het beroep.</para>
    <para />
    <para>Deze beschikking is gegeven door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren J.B. Fleers, en A.G. Pos, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 11 januari 2002.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>