<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2001:ZC3687</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-18T12:11:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZC3687</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2001-10-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C00/273HR</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2001:ZC3687" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2001:ZC3687</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001830&amp;artikel=101a&amp;g=2001-10-05">Wet op de rechterlijke organisatie 101a</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2001, 520</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2001/235</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2001:ZC3687">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2001:ZC3687</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T14:15:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2001-10-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2001:ZC3687 Hoge Raad , 05-10-2001 / C00/273HR</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2001:ZC3687:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2001:ZC3687:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>5 oktober 2001</para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>Nr. C00/273HR</para>
      <para>AS</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
      <para>Arrest</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <para>[Eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats],</para>
    <para />
    <para>EISERES tot cassatie,</para>
    <para />
    <para>advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,</para>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <para>1. [Verweerster 1], gevestigd te [vestigingsplaats],</para>
    <para />
    <para>2. [Verweerder 2], wonende te [woonplaats],</para>
    <para />
    <para>3. [Verweerder 3], wonende te [woonplaats],</para>
    <para />
    <para>4. [Verweerder 4], wonende te [woonplaats],</para>
    <para />
    <para>VERWEERDERS in cassatie,</para>
    <para />
    <para>advocaat: mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt.</para>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instanties</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - heeft bij exploit van 7 juli 1998 verweerders in cassatie - verder te noemen: [verweerder] c.s. - gedagvaard voor de Rechtbank te Alkmaar. Na wijziging van eis heeft [eiseres]  gevorderd [verweerder] c.s. te veroordelen om aan [eiseres] over te dragen en zo nodig te leveren en af te geven de gehele partij van 1.600 RR "Allium Globemaster" in goede en deugdelijke staat alsmede het kwekersrecht op dit ras voor een prijs van ƒ 1.300.000,-- zulks op straffe van een dwangsom van ƒ 100.000,-- per dag dat [verweerder] c.s. daarmee, na betekening van het vonnis, in gebreke blijven, alsmede hoofdelijke veroordeling van [verweerder] c.s. tot schadevergoeding, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.</para>
      <para>[Verweerder] c.s. hebben de vorderingen bestreden en in reconventie gevorderd dat de Rechtbank voor recht zal verklaren dat de in de conclusie van eis in reconventie geschetste gang van zaken tegenover hen onrechtmatig is, met veroordeling van [eiseres] tot vergoeding van de daaruit voortvloeiende schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.</para>
      <para>[Eiseres] heeft de vorderingen bestreden.</para>
      <para>De Rechtbank heeft bij vonnis van 23 september 1999 in conventie en in reconventie de vorderingen afgewezen.</para>
      <para>Tegen dit vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.</para>
      <para>Bij arrest van 8 juni 2000 heeft het Hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.</para>
      <para>Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen het arrest van het Hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>[Verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.</para>
      <para>De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van de middelen</para>
    <para />
    <para>De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>verwerpt het beroep;</para>
      <para>veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op ƒ 632,20 aan verschotten en ƒ 3.000,-- voor salaris.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H.M. Jansen, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en A. Hammerstein, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 5 oktober 2001.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>