<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2001:ZC3661</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-18T12:08:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZC3661</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2001-10-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C99/362HR</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2001:ZC3661" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2001:ZC3661</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=179&amp;g=2001-10-05">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 179</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=188&amp;g=2001-10-05">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 188</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2001, 517</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2001/231</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2001:ZC3661">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2001:ZC3661</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T14:15:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2001-10-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2001:ZC3661 Hoge Raad , 05-10-2001 / C99/362HR</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2001:ZC3661:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2001:ZC3661:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>5 oktober 2001 </para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>Nr. C99/362HR</para>
      <para>AP</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <para>[Eiser], wonende te [woonplaats],</para>
    <para />
    <para>EISER tot cassatie,</para>
    <para />
    <para>advocaat: mr. A.L.C.M. Oomen,</para>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <para>[Verweerder], wonende te [woonplaats],</para>
    <para />
    <para>VERWEERDER in cassatie,</para>
    <para />
    <para>advocaat: mr. E. Grabandt.</para>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instanties</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder in cassatie - verder te noemen: de werknemer - heeft bij exploit van  24 november 1992 eiser tot cassatie - verder te noemen: de werkgever - gedagvaard voor de Rechtbank te 's-Hertogenbosch en gevorderd de werkgever te veroordelen om aan de werknemer te betalen de door deze geleden schade, nader op te maken bij staat.</para>
      <para>De werkgever heeft de vordering bestreden.</para>
      <para>De werknemer heeft bij akte ter rolle d.d. 3 juni 1994 zijn eis gewijzigd in een vordering tot betaling van ƒ 1.150.000,--. Nadat de werkgever zich tegen deze wijziging van eis had verzet heeft de Rolrechter bij rolbeslissing van 2 december 1994 het verzet gegrond verklaard.</para>
      <para>Na twee tussenvonnissen van 6 oktober 1995 en 14 maart 1997 heeft de Rechtbank bij eindvonnis van 31 juli 1998:</para>
      <para>de werkgever ter zake van immateriële schade en verduistering/niet-doorbetaling van uitkeringen veroordeeld tot betaling aan de werknemer van ƒ 51.000,--;</para>
      <para>de werkgever ter zake van de schadefactoren beperking verdienvermogen en achtergehouden loon veroordeeld tot schadevergoeding op te maken bij staat;</para>
      <para>het meer of anders gevorderde afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen de vonnissen van de Rechtbank van 6 oktober 1995, 14 maart 1997 en 31 juli 1998 heeft de werkgever hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch.</para>
      <para>Bij tussenarrest van 24 augustus 1999 heeft het Hof de werkgever bewijs opgedragen als in rov. 4.11 van zijn arrest is aangegeven en iedere verdere beslissing aangehouden.</para>
      <para>Het tussenarrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen het arrest van het Hof heeft de werkgever beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>De werknemer heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.</para>
      <para>De zaak is voor de werknemer toegelicht door zijn advocaat.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van de middelen</para>
    <para />
    <para>De in de middelen vervatte klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beant-woording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>verwerpt het beroep;</para>
      <para>veroordeelt de werkgever in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de werknemer begroot op ƒ 1.377,20 aan verschotten en ƒ 3.000,-- voor salaris.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H.J. Mijnssen als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman en A. Hammerstein, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 5 oktober 2001.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>