<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2001:AD4585</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T12:46:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AD4585</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2001-11-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">03625/00 B</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2001:AD4585" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2001:AD4585</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001903&amp;artikel=94&amp;g=2001-11-20">Wetboek van Strafvordering 94</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001903&amp;artikel=94a&amp;g=2001-11-20">Wetboek van Strafvordering 94a</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001903&amp;artikel=552a&amp;g=2001-11-20">Wetboek van Strafvordering 552a</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2001:AD4585">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2001:AD4585</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T17:18:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2002-01-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2001:AD4585 Hoge Raad , 20-11-2001 / 03625/00 B</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2001:AD4585:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2001:AD4585:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>20 november 2001</para>
      <para>Strafkamer</para>
      <para>nr. 03625/00 B</para>
      <para>AS/AS</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beschikking</para>
      <para>op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Arrondissementsrechtbank te Middelburg van 19 september 2000, nummer 12/000043-00, op een beklag als bedoeld in </para>
      <para>artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:[klager], geboren te [geboorteplaats] (Tunesië) op [geboortedatum] 1967, wonende te [woonplaats].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. De bestreden beschikking</para>
    <para />
    <para>De Rechtbank heeft ongegrond verklaard het door klager ingediende beklag strekkende tot teruggave aan hem van de in bovenvermelde beschikking omschreven goederen.</para>
    <para />
    <para>2. Geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep is ingesteld door klager. Namens deze heeft mr. J. Wouters, advocaat te Middelburg, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Ambtshalve beoordeling van de bestreden beschikking</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.1. De stukken waarvan de Hoge Raad kennis neemt, houden in dat, voorzover in cassatie nog van belang, onder de klager op de voet van art. 94a Sv een geldsbedrag van 1.660.000 Belgische Franken in beslag is genomen. </para>
      <para>Daartegen is het beklag gericht. De Rechtbank heeft dit beklag ongegrond verklaard en daartoe onder meer </para>
      <para>overwogen:</para>
      <para> "Uit het onderzoek in raadkamer is voorts aannemelijk geworden dat tijdens de huiszoeking op 13 juni 2000 onder [klager] voornoemd een bedrag van Bfr. 1.660.000,00 in beslag is genomen. Het lid van de enkelvoudige kamer is met de officier van justitie van oordeel dat het belang van de strafvordering zich verzet tegen teruggave van voornoemd bedrag aan </para>
      <para>klager, aangezien het in dit geval niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de inbeslaggenomen gelden verbeurd zal verklaren."</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.2. Aldus oordelend heeft de Rechtbank miskend dat het hier een beslag op de voet van art. 94a Sv betrof, zodat de door haar te hanteren maatstaf niet was of zich al dan niet het geval voordoet dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de inbeslaggenomen gelden verbeurd zal verklaren, maar of zich al dan niet het geval voordoet dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, een geldboete tot minstens die hoogte zal opleggen danwel aan de verdachte de verplichting tot betaling van een geldsbedrag tot minstens die hoogte ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel zal opleggen.</para>
    <para />
    <para>4. Slotsom</para>
    <para />
    <para>Hetgeen hiervoor onder 3.2 is overwogen brengt mee dat het middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.</para>
    <para> </para>
    <para>5. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>Vernietigt de bestreden beschikking; </para>
      <para>Verwijst de zaak naar het Gerechtshof te </para>
      <para>'s-Gravenhage opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren G.J.M. Corstens en A.J.A. van Dorst, in bijzijn van de waarnemend-griffier W.J.V. Spek, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van </para>
      <para>20 november 2001.</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>