<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2000:ZD9709</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-10T08:41:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZD9709</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2000-04-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">321-99-V CJIB 21834094</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2000:ZD9709">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2000:ZD9709</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-02T11:24:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2000:ZD9709 Hoge Raad , 04-04-2000 / 321-99-V CJIB 21834094</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2000:ZD9709:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Wet Mulder zaak. Niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht, art. 62 en 68.1.c RVV 1990. Ktr heeft omschrijving van gedraging gewijzigd in ‘’als bestuurder niet stoppen voor stopstreep daar waar dit op grond van het RVV 1990 verplicht is’’. Heeft gemachtigde van betrokkene zich kunnen verdedigen tegen wijziging van omschrijving van gedraging door Ktr? Uit art. 68.1.c jo. 79 RVV volgt dat gedraging ‘’niet stoppen voor rood licht’’ moet worden geacht te zijn verricht indien komt vast te staan dat desbetreffend voertuig voor rood licht niet is gestopt vóór stopstreep (vgl. HR:1994:ZC9752). Uit voorgaande vloeit voort dat Ktr, die is uitgegaan van juistheid van de door betrokkene gestelde feitelijke toedracht, omschrijving van gedraging ten onrechte heeft gewijzigd. Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat aan klacht dat betrokkene zich niet heeft kunnen verdedigen tegen wijziging van omschrijving, belang is komen te ontvallen.</para>
        <para>Volgt vernietiging v.zv. Ktr omschrijving van gedraging in zijn beslissing heeft gewijzigd en verwerping voor het overige.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2000:ZD9709:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>4 april 2000</para>
  <para>Strafkamer</para>
  <para>Nr. 321-99-V</para>
  <para>CJIB 21834094</para>
  <para>AB</para>
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Hoge Raad der Nederlanden</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Arrest</emphasis>
    </para>
    <para>op het beroep in cassatie tegen de beslissing van de Kantonrechter te Sittard van 5 maart 1999 betreffende:</para>
    <para>
      <emphasis role="underline">
        [betrokkene]
      </emphasis>, wonende te <emphasis role="underline">[woonplaats]</emphasis>, voor wie als gemachtigde optreedt <emphasis role="underline">[gemachtigde]</emphasis>, wonende te <emphasis role="underline">[woonplaats]</emphasis>.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">
      <emphasis role="underline">1. De beslissing van de Kantonrechter</emphasis>
    </emphasis>
  </para>
  <para />
  <parablock>
    <para>De Kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van f 50,--.</para>
    <para>De beslissing van de Kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. </para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">2. Geding in cassatie</emphasis>
  </para>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      [gemachtigde] heeft, als gemachtigde van de betrokkene, tegen de beslissing van de Kantonrechter beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. </para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">3. Beoordeling van de bestreden beslissing</emphasis>
  </para>
  <para />
  <parablock>
    <para>3.1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking met toepassing van art. 5 WAHV een administratieve sanctie opgelegd ter zake van: ‘’Niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht’’, feitcode R602.</para>
    <para>De bij die feitcode behorende gedraging is een overtreding van het voorschrift van art. 62 in verbinding met art. 68, eerste lid, aanhef en sub c, RVV 1990.</para>
    <para>Art. 62 RVV 1990 houdt in dat weggebruikers verplicht zijn gevolg te geven aan de verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden. </para>
    <para>Art. 68, eerste lid, aanhef en sub c, luidt:</para>
    <para>‘’Bij driekleurige verkeerslichten betekent rood licht: stop’’.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>3.1.2. Art. 79 RVV luidt: ‘’Bestuurders moeten voor een voor hen bestemde stopstreep stoppen indien stoppen op grond van dit besluit is verplicht’’.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>3.1.3. Uit art. 68, eerste lid, aanhef en onder c, RVV 1990 in verbinding met art. 79 RVV volgt dat de gedraging ‘’niet stoppen voor rood licht’’ moet worden geacht te zijn verricht indien komt vast te staan dat het desbetreffende voertuig voor rood licht niet is gestopt vóór de stopstreep (vgl. HR 7 juni 1994, DD 94.381). </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>3.2. De gemachtigde van de betrokkene – die ten tijde van de gedraging de auto bestuurde – heeft in feitelijke aanleg aangevoerd dat zij, terwijl het verkeerslicht rood uitstraalde niet vóór de stopstreep is gestopt, doch na de stopstreep de auto vóór het verkeerslicht tot stilstand heeft gebracht. Zij heeft daaraan de gevolgtrekking verbonden dat de in de inleidende beschikking omschreven gedraging niet is verricht. De Kantonrechter heeft de betrokkene daarin gevolgd en heeft, met vernietiging van de inleidende beschikking en van de beslissing van de Officier van Justitie in zoverre, de omschrijving van de gedraging gewijzigd in: ‘’als bestuurder niet stoppen voor stopstreep daar waar dit op grond van het RVV 1990 verplicht is’’. </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>3.3. Uit hetgeen hiervoor onder 3.1 is overwogen vloeit voort dat de Kantonrechter, die is uitgegaan van de juistheid van de door de betrokkene gestelde feitelijke toedracht, de omschrijving van de gedraging ten onrechte heeft gewijzigd. De Hoge Raad zal de bestreden beslissing in zoverre vernietigen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>3.4. De in cassatie opgeworpen klacht komt in de kern erop neer dat de gemachtigde van de betrokkene zich niet heeft kunnen verdedigen tegen de wijziging van de omschrijving van de gedraging door de Kantonrechter. Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat aan die klacht het belang is komen te ontvallen. </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>3.5. Nu de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 3.3 vermelde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden beslissing ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet als volgt worden beslist.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">4. Beslissing</emphasis>
  </para>
  <para />
  <parablock>
    <para>De Hoge Raad:</para>
    <para>Vernietigt de bestreden beslissing, doch uitsluitend voorzover daarbij de inleidende beschikking en de beslissing van de Officier van Justitie voor wat de omschrijving van de gedraging betreft zijn vernietigd en die omschrijving is gewijzigd; </para>
    <para>Verwerpt het beroep voor het overige.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp en F.H. Koster, in bijzijn van de waarnemend-griffier Verboon, en uitgesproken op <emphasis role="underline">4 april 2000</emphasis>. </para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>