<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2000:AA9136</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-18T11:53:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AA9136</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2000-12-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">R00/031HR</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2000:AA9136" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2000:AA9136</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2000, 660</rdf:li>
          <rdf:li>JWB 2000/258</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2000:AA9136">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2000:AA9136</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T16:17:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2001-08-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2000:AA9136 Hoge Raad , 22-12-2000 / R00/031HR</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2000:AA9136:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2000:AA9136:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>22 december 2000</para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>Rek.nr. R00/031HR</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
      <para>Beschikking</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <para>DE GEMEENTE KERKRADE, gevestigd te Kerkrade,</para>
    <para />
    <para>VERZOEKSTER tot cassatie,</para>
    <para />
    <para>advocaat: mr. J.E. Molenaar,</para>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <para>[Verweerder], wonende te [woonplaats],</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>VERWEERDER in cassatie,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Het geding in feitelijke instanties</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met een op  1 mei 1998 ter griffie van het Kantongerecht te Heerlen ingediend verzoekschrift heeft verzoekster tot cassatie - verder te noemen: de Gemeente - zich gewend tot de Kantonrechter aldaar en verzocht vast te stellen dat verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - met ingang van de datum van de beschikking van de Kantonrechter ter zake van terug te vorderen kosten van bijstand aan de Gemeente zal hebben te voldoen een      totaalbedrag van ƒ 6.266,73 hetwelk terstond kan worden ingevorderd.</para>
      <para>Voor het verdere verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar hetgeen de Rechtbank te Maastricht in haar beschikking van 7 januari 2000 onder 3.1 heeft overwogen.</para>
      <para>Voormelde beschikking is aan deze beschikking gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen de beschikking van de Rechtbank heeft de Gemeente beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>[Verweerder] heeft geen verweerschrift ingediend.</para>
      <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal Wesseling-  van Gent strekt tot vernietiging van de beschikking van de Rechtbank van 7 januari 2000 en tot verwijzing ter verdere behandeling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van het middel</para>
    <para />
    <para>3.1 In cassatie kan worden uitgegaan van de feiten die zijn vermeld in de punten 1.1 - 1.3 van de conclusie van de Advocaat-Generaal Wesseling-van Gent.</para>
    <para />
    <para>3.2 De Kantonrechter heeft het inleidend verzoek toegewezen. Op het hoger beroep van [verweerder] heeft de Rechtbank de beschikking van de Kantonrechter vernietigd en de       Gemeente alsnog niet-ontvankelijk verklaard in haar inleidend verzoek op de grond - kort en zakelijk weergegeven - dat, nu de Gemeente het inleidend verzoekschrift heeft ingediend na 30 juni 1997, de Gemeente op grond van de sinds 1 juli 1997 van kracht zijnde Wet van 25 april 1996, Stb. 248 (Wet boeten, maatregelen, en terug- en invordering sociale zekerheid) alsmede de herziene Algemene bijstandswet de bestuursrechtelijke procedure had moeten volgen.</para>
    <para />
    <para>3.3 Het middel keert zich terecht tegen voormeld oordeel van de Rechtbank. Nu in het onderhavige geval het besluit tot terugvordering van ten onrechte aan [verweerder] verleende bijstand is bekend gemaakt vóór 1 juli 1997 en het inleidend verzoekschrift is ingediend na 30 juni 1997, is ingevolge het bepaalde in art. XVI lid 2 van de Wet boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale zekerheid de Kantonrechter bevoegd kennis te nemen van het door de Gemeente gedane verzoek.</para>
    <para />
    <para>4. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>vernietigt de beschikking van de Rechtbank te Maastricht van 7 januari 2000;</para>
      <para>verwijst het geding ter verdere behandeling en beslissing naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Deze beschikking is gegeven door de raadsheren R. Herrmann, als voorzitter, A.E.M. van der Putt-Lauwers en H.A.M. Aaftink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.H. Heemskerk op 22 december 2000.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>