<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2000:AA8976</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T18:55:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AA8976</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2000-11-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">01241/99</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2000:AA8976" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2000:AA8976</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2000:AA8976">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2000:AA8976</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T16:16:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2001-08-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2000:AA8976 Hoge Raad , 28-11-2000 / 01241/99</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2000:AA8976:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2000:AA8976:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>28 november 2000</para>
      <para>Strafkamer</para>
      <para>nr. 01241/99</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
    <para />
    <para>Arrest</para>
    <para>		</para>
    <parablock>
      <para>op het beroep in cassatie tegen een vonnis van </para>
      <para>de Arrondissementsrechtbank te Almelo van 29 </para>
      <para>juli 1999, parketnummer 08/401307-98, in de </para>
      <para>strafzaak tegen:</para>
      <para>[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op </para>
      <para>[geboortedatum] 1955,  wonende te [woonplaats]. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.   De bestreden uitspraak</para>
    <para />
    <para>De Rechtbank heeft in hoger beroep - met vernietiging van een bij verstek gewezen vonnis van de Kantonrechter te Enschede van 15 februari 1999 - de verdachte ter zake van “overtreding van het bepaalde bij artikel 2.4.17 aanhef en onder b van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Losser” veroordeeld tot een geldboete van negentig gulden, subsidiair één dag hechtenis.</para>
    <para />
    <para>2.	Geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Deze heeft bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. </para>
      <para>De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>De Advocaat-Generaal Wortel heeft geconcludeerd dat de bestreden uitspraak zal worden vernietigd, doch uitsluitend ten aanzien van de kwalificatie, dat </para>
      <para>de Hoge Raad het bewezenverklaarde feit zal kwalificeren als: “Overtreding van het bepaalde bij artikel 2.4.17 aanhef en tweede lid onder b van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de Gemeente Losser” en dat het beroep voor het overige zal worden verworpen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de verdachte op de conclusie van de Advocaat-Generaal.</para>
    <para />
    <para>3.   Beoordeling van het tweede middel.</para>
    <para />
    <para>3.1. Het middel bevat onder meer de klacht dat de Rechtbank het bewezenverklaarde onjuist heeft gekwalificeerd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.2. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij  "te De Lutte in de gemeente Losser, op 22 maart 1998, als eigenaar of houder van een hond, deze hond anders dan aangelijnd heeft laten lopen op of aan de Zandhuizerweg, gelegen in het gebied </para>
      <para>Lutterzand, zijnde een voor het publiek toegankelijke en door burgemeester en wethouders aangewezen plaats".</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.3. De Rechtbank heeft het bewezenverklaarde gekwalificeerd als "overtreding van het bepaalde bij artikel 2.4.17 aanhef en onder b van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Losser".</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.4. Art. 2.4.17 van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Losser luidde ten tijde van het bewezenverklaarde feit als volgt:</para>
      <para>“Het is de eigenaar of houder van een hond </para>
      <para>verboden die hond te laten verblijven of te laten </para>
      <para>lopen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. a. binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond aangelijnd is;</para>
      <para>b. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door burgemeester en wethouders aangewezen plaats;</para>
      <para>c. op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband </para>
      <para>of een door middel van tatoeage aangebracht identifi-</para>
      <para>catiemerk, die de eigenaar of houder duidelijk doen </para>
      <para>kennen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. Burgemeester en wethouders kunnen andere plaatsen </para>
      <para>aanwijzen waar het naar hun oordeel:</para>
      <para>a.	een eigenaar of houder van een hond verboden is</para>
      <para>die hond te laten verblijven of te laten lopen;</para>
      <para>b.een eigenaar of houder van een hond verboden is </para>
      <para>die hond te laten verblijven of te laten lopen zonder dat deze is aangelijnd”.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.5. Gelet op de hiervoor onder 3.2 vermelde bewezenverklaring en de onder 3.4 weergegeven tekst van de te dezen toepasselijke APV-bepaling, is de kwalificatie die de Rechtbank aan de bewezenverklaring heeft gegeven minder juist. Deze behoort te luiden: </para>
      <para>“Overtreding van een voorschrift, gegeven bij </para>
      <para>artikel 2.4.17, aanhef en onder 2 sub b, van de </para>
      <para>Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Losser”. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.6. De kwalificatie behoeft dus verbetering. Voorzover het middel daarover klaagt, is het terecht voorgesteld. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.7. Voor het overige kan het middel niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere </para>
      <para>motivering nu het middel in zoverre  niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.	Beoordeling van het eerste en het derde middel</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit </para>
      <para>behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Slotsom</para>
    <para />
    <para>Nu vernietiging op grond van het tweede middel slechts tot de hierna te vermelden verbetering leidt, terwijl de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet worden beslist als volgt.</para>
    <para />
    <para>6. Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>Vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend </para>
      <para>voor wat betreft de kwalificatie van het bewezenverklaarde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kwalificeert het bewezenverklaarde feit als “Overtreding van een voorschrift, gegeven bij artikel 2.4.17, aanhef en onder 2 sub b, van de Algemene Plaatselijke Verordening voor de gemeente Losser”;</para>
      <para>Verwerpt het beroep voor het overige.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en B.C. de Savornin Lohman, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 28 november 2000.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>