<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2000:AA8408</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T05:09:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AA8408</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2000-11-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">00860/99</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2000:AA8408" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2000:AA8408</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001903&amp;artikel=339&amp;g=2000-11-21">Wetboek van Strafvordering 339</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2000, 592</rdf:li>
          <rdf:li>NJ 2001, 48</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2000:AA8408">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2000:AA8408</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T16:13:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2001-08-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2000:AA8408 Hoge Raad , 21-11-2000 / 00860/99</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2000:AA8408:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2000:AA8408:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>21 november 2000</para>
      <para>Strafkamer</para>
      <para>nr. 00860/99 E</para>
      <para>ACH/ABG</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
      <para>	Arrest</para>
      <para>				op het beroep in cassatie</para>
      <para>		tegen een vonnis van de Economische Politierechter</para>
      <para>		in de Arrondissementsrechtbank te </para>
      <para>		's-Hertogenbosch van 11 januari 1999 in de strafzaak tegen:</para>
      <para>	[verdachte], gevestigd te Huissen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.   De bestreden uitspraak</para>
    <para />
    <para>     De Economische Politierechter heeft de verdachte ter zake van “overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 60, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren” veroordeeld tot een geldboete van vijfhonderd gulden.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>2.   Geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>	Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.J.J.E. Stassen, advocaat te Tilburg, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>	De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd dat </para>
      <para>de Hoge Raad het bestreden vonnis zal vernietigen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te </para>
      <para>’s-Hertogenbosch, Economische Kamer, opdat de zaak op de inleidende dagvaarding opnieuw kan worden berecht en afgedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.	Beoordeling van de bestreden uitspraak naar aanlei-</para>
      <para>ding van het middel en ambtshalve</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.1.	Het middel bevat de klacht dat de bewezenverklaring</para>
      <para>slechts steunt “op één enkele verklaring, niet afkomstig van een afkomstig van een opsporingsambtenaar”.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.2. De bewezenverklaring houdt in:</para>
      <para>“dat verdachte als vervoerder op 30 juni 1997 in de gemeente Sint-Oedenrode en/of Helmond, een varken, zijnde een dier van een soort en/of categorie als bedoeld in artikel 60, eerste lid van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, heeft vervoerd, zonder inachtneming van het ten aanzien van het vervoer van die soort en/of categorie van dieren bij of krachtens het Besluit dierenvervoer 1994 bepaalde, immers heeft zij toen daar, in die hoedanigheid, een varken, (afkomstig van [eigenaar]) dat ziek en/of gewond was (met de symptomen kyphose, zeer mager, arthritis rechtsachter) ten vervoer aangenomen en/of vervoerd terwijl het betrof een meer dan licht ziek en/of meer dan licht gewond dier, waarvoor het vervoer onnodig lijden tot gevolg had”.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>3.3.	Deze bewezenverklaring steunt op:</para>
      <para>a.	een proces-verbaal van de Algemene Inspectiedienst van</para>
      <para>6 januari 1998, op ambtseed opgemaakt door buitengewone opsporingsambtenaren, voorzover inhoudende als relaas van verbalisanten:</para>
      <para>   “Van de zijde van de RVV werd aan de Algemene Inspectiedienst toegezonden een diergeneeskundige verklaring, gedateerd op 30 juni 1997, inzake de aanvoer/vervoer van een meer dan licht gewond of meer dan licht ziek varken te Helmond”.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>b.	een diergeneeskundige verklaring opgemaakt door de </para>
      <para>keuringsarts Van der Plaetsen op 30 juni 1997, voorzover inhoudende:</para>
      <para>   “Op 30 juni 1997 heb ik omstreeks 12.00 uur bij Proreco te Helmond een varken, voorzien van het identificatienummer 1715992, aangetroffen. Dit varken was afkomstig van het bedrijf […]/Sint Oedenrode. De eigenaar was [eigenaar], [adres] te </para>
      <para>Sint Oedenrode (verdachte). Dit varken was aangevoerd door [verdachte] te Huissen. Als letsel heb ik bij dat varken waargenomen kyphose, zeer mager, rechts achter arthiritis ter hoogte van torsus, mank en hersenletselen. Het dier woog circa 8 kg. Er was sprake van een meer dan licht gewond dier. Het letsel is opgetreden voor het vervoer. Voor dit dier heeft het vervoer onnodig lijden tot gevolg gehad”.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.4.	Kennelijk heeft de Economische Politierechter de</para>
      <para>hiervoren onder 3.3 sub b weergegeven inhoud van de diergeneeskundige verklaring tot het bewijs doen meewerken als deskundigenverslag in de zin van art. 344, eerste lid aanhef en onder 4°, Sv.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.5.	Een schriftelijk relaas van een deskundige kan </para>
      <para>alleen bewijskracht hebben als “verslag van deskundigen” in de zin van genoemde wetsbepaling voorzover dit relaas het gevoelen van die deskundige behelst betreffende hetgeen zijn wetenschap hem leert aangaande datgene wat aan zijn oordeel is onderworpen. Gelet hierop kan uit voormelde verklaring slechts worden afgeleid dat het door de deskundige onderzocht varken “ziek en/of gewond was (met de symptomen kyphose, zeer mager, arthritis rechtsachter) terwijl het betrof een meer dan licht ziek en/of meer dan licht gewond dier, waarvoor het vervoer onnodig lijden tot gevolg had”, zoals is bewezenverklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.6.	Voorzover voormelde verklaring tevens inhoudt dat het</para>
      <para>onderzochte varken was aangevoerd door [verdachte] te Huissen, behelst zij een conclusie van de keuringsarts die aan de rechter is voorbehouden. Bij gebreke van andere bewijsmiddelen waaruit zou kunnen volgen dat deze conclusie terecht is getrokken door de keuringsarts - het tot bewijs gebezigde proces-verbaal houdt immers niet meer in dan dat de diergeneeskundige verklaring door de AID is ontvangen - kan zij niet worden vereenzelvigd met een door de Economische Politierechter getrokken conclusie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.7.	Uit het voorgaande volgt dat de bewezenverklaring</para>
      <para>niet naar de eis der wet met redenen is omkleed.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.	Slotsom</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen hiervoor onder 3 is overwogen brengt mee dat</para>
      <para>de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5.	Beslissing</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Hoge Raad:</para>
      <para>Vernietigt het bestreden vonnis;</para>
      <para>Verwijst de zaak naar het Gerechtshof te </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>’s-Hertogenbosch, Economische Kamer, opdat de zaak op de bestaande dagvaarding opnieuw wordt berecht en afgedaan.</para>
    <para>	</para>
    <parablock>
      <para>     Dit arrest is gewezen door de vice-president </para>
      <para>W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren </para>
      <para>F.H. Koster, J.P. Balkema, A.J.A. van Dorst en </para>
      <para>B.C. de Savornin Lohman, in bijzijn van de griffier </para>
      <para>S.P. Bakker, en uitgesproken op 21 november 2000.</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>