<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2000:AA7788</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T21:16:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AA7788</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2000-10-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">00711/99</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2000:AA7788" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2000:AA7788</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001854&amp;artikel=68&amp;g=2000-10-24">Wetboek van Strafrecht 68</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2000, 518</rdf:li>
          <rdf:li>NJ 2001, 12</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2000:AA7788">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2000:AA7788</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T16:11:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2001-08-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2000:AA7788 Hoge Raad , 24-10-2000 / 00711/99</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2000:AA7788:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2000:AA7788:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>24 oktober 2000</para>
      <para>Strafkamer</para>
      <para>nr. 00711/99</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
      <para>Arrest</para>
    </parablock>
    <para>		</para>
    <parablock>
      <para>op het beroep in cassatie tegen een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te </para>
      <para>Breda, van 15 maart 1999 alsmede tegen alle op de terechtzitting van deze </para>
      <para>Rechtbank gegeven beslissingen in de strafzaak tegen:</para>
      <para>[verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Joegoslavië) op [geboortedatum] 1937, </para>
      <para>wonende te [woonplaats].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. De bestreden uitspraak</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Rechtbank heeft in hoger beroep - met vernietiging van een bij verstek </para>
      <para>gewezen von-nis van het Kantongerecht te Breda van 18 april 1997 - de verdachte </para>
      <para>van het primair tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van “als degene aan wie </para>
      <para>het kenteken is opgegeven voor een motorrijtuig, waarvan een kentekenbewijs is </para>
      <para>afgegeven, niet een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheids-</para>
      <para>verzekering motorrijtuigen heeft gesloten en in stand gehouden” veroordeeld tot </para>
      <para>twee weken hechtenis met ontzegging van de rijbevoegdheid motorrijtuigen te </para>
      <para>besturen voor de tijd van vier maanden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.1. Het beroep - dat zich kennelijk niet richt tegen de gegeven vrijspraak - is </para>
      <para>ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. E.Th. Hummels, advocaat te </para>
      <para>Zeist, bij schriftuur midde-len van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit </para>
      <para>arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>De Advocaat-Generaal Wortel heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.2. De Hoge Raad heeft kennis genomen van het schriftelijk commentaar van de </para>
      <para>raadsman, op de conclusie van de Advocaat-Generaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van de middelen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.1 Het eerste middel strekt onder meer ten betoge dat de Rechtbank ten </para>
      <para>onrechte de ter terechtzitting in hoger beroep van 15 maart 1999 gedane vordering </para>
      <para>tot wijziging van de tenlastelegging heeft toegewezen. Gesteld wordt dat aldus </para>
      <para>aan de bij inleidende dagvaarding tenlastegelegde overtreding van art. 30, eerste </para>
      <para>lid, WAM, begaan op 9 juli 1996, is toegevoegd de overtreding van art. 30, tweede </para>
      <para>lid, WAM, eveneens begaan op 9 juli 1996, welke laatste overtreding ten tijde van </para>
      <para>bedoelde vordering evenwel was verjaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.2 In aanmerking genomen dat de tenlastelegging tengevolge van de door de </para>
      <para>Rechtbank toegelaten wijziging niet een ander feit in de zin van art. 68 Sr is gaan </para>
      <para>inhouden, hebben de vervolgingsdaden ten aanzien van de oorspronkelijk </para>
      <para>tenlastegelegde overtreding ook te gelden als vervolgingsdaden ten aanzien van de </para>
      <para>overtreding die bij die wijziging is toegevoegd. Het middel dat kennelijk van een </para>
      <para>andere opvatting uitgaat, faalt dus.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.3 De overige klachten van het eerste middel en het tweede middel kunnen niet </para>
      <para>tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu </para>
      <para>de middelen in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het </para>
      <para>belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.4 De middelen falen daarom.</para>
    <para />
    <para>4. Slotsom</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen </para>
      <para>grond aanwezig oordeelt waarop de be-streden uitspraak - voorzover aan zijn </para>
      <para>oordeel onderworpen - ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het </para>
      <para>beroep worden verworpen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Hoge Raad verwerpt het beroep.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president W.J.M. Davids als voor-zit-ter, en de </para>
      <para>raadsheren F.H. Koster, J.P. Balkema, A.J.A. van Dorst, en B.C. de Savornin </para>
      <para>Lohman, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 24 oktober</para>
      <para>2000.</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>