<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2000:AA7306</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T17:51:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AA7306</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2000-10-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">01887/99</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2000:AA7306" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2000:AA7306</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001854&amp;artikel=45&amp;g=2000-10-10">Wetboek van Strafrecht 45</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2000, 485</rdf:li>
          <rdf:li>NJ 2001, 4 met annotatie van Y. Buruma</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2000:AA7306">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2000:AA7306</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T16:09:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2000-10-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2000:AA7306 Hoge Raad , 10-10-2000 / 01887/99</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2000:AA7306:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de</para>
        <para>Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam van 16 juni 1998 - </para>
        <para>de verdachte ter zake van 1. en 2. “poging tot doodslag, meermalen gepleegd” </para>
        <para>veroordeeld tot vijf jaren gevangenisstraf, met onttrekking aan het verkeer zoals in </para>
        <para>het arrest omschreven.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het</para>
        <para>beroep zal verwerpen.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2000:AA7306:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>10 oktober 2000</para>
      <para>Strafkamer</para>
      <para>nr. 01887/99</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
      <para>Arrest</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van </para>
      <para>14 juni 1999 in de strafzaak tegen:</para>
      <para>[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedatum],</para>
      <para>wonende te [woonplaats], ten tijde van de bestreden uitspraak gedetineerd in de </para>
      <para>Penitentiaire Inrichting 'De Stadspoort lokatie De Havenstraat' te Amsterdam. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. De bestreden uitspraak</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.1. Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de</para>
      <para>Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam van 16 juni 1998 - </para>
      <para>de verdachte ter zake van 1. en 2. 'poging tot doodslag, meermalen gepleegd' </para>
      <para>veroordeeld tot vijf jaren gevangenisstraf, met onttrekking aan het verkeer zoals in </para>
      <para>het arrest omschreven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.2. Het verkorte arrest en de aanvulling daarop als bedoeld in art. 365a, tweede</para>
      <para>lid, Sv zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Geding in cassatie</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep is ingesteld door de verdachte. Van deze is bij de Hoge Raad een</para>
      <para>geschrift binnengekomen, dat evenwel niet kan worden beschouwd als een </para>
      <para>schriftuur met middelen van cassatie. Namens de verdachte heeft mr. J. Kuijper, </para>
      <para>advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De </para>
      <para>schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het</para>
      <para>beroep zal verwerpen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Beoordeling van het middel</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.1. Het middel klaagt dat de bewezenverklaring van het onder 2 primair</para>
      <para>tenlastegelegde onvoldoende met redenen is omkleed, omdat uit de gebezigde </para>
      <para>bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat er sprake was van opzettelijk </para>
      <para>handelen van de verdachte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.2. Ten laste van de verdachte is onder 2 primair bewezenverklaard dat:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>“hij op 3 maart 1995 te Amsterdam ter uitvoering van het door verdachte</para>
      <para>voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer A] van het leven te beroven, met </para>
      <para>dat opzet met een vuurwapen in de richting van [slachtoffer A] heeft geschoten”. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.3. Het Hof heeft met betrekking tot het bewezenverklaarde opzet onder het</para>
      <para>kopje “overwegingen omtrent het bewijs” overwogen zoals is weergegeven op blz. </para>
      <para>2 en 3 van het verkorte arrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.4. Het Hof heeft blijkens de gebezigde bewijsmiddelen vastgesteld dat:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>- de verdachte op 3 maart 1995 in een Amsterdams café met een door hem</para>
      <para>meegenomen pistool heeft geschoten op een zekere [slachtoffer B] en dat </para>
      <para>[slachtoffer B] daarbij is geraakt;</para>
      <para>- de verdachte vervolgens is vastgepakt door de getuige [getuige 1] die de arm met</para>
      <para>het vuurwapen wegdraaide in de richting van de bar alsmede door de getuige </para>
      <para>[getuige 2], die de hand van de verdachte heeft vastgepakt;</para>
      <para>- de verdachte zijn hand heeft losgetrokken en voor de tweede keer heeft</para>
      <para>geschoten; </para>
      <para>- een andere bezoeker van het café, waarin het erg druk was, een zekere</para>
      <para>[slachtoffer A], door dat tweede schot is geraakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.5. In de hiervoor onder 3.3 genoemde bewijsoverweging heeft het Hof overwogen</para>
      <para>dat de verdachte, nadat hij [slachtoffer B] had neergeschoten, had kunnen</para>
      <para>verwachten dat hij door één of meer aanwezigen in het café, waar een groot aantal</para>
      <para>bezoekers aanwezig was, zou worden vastgepakt teneinde te voorkomen dat hij</para>
      <para>nogmaals zou schieten en dat hij door op dat moment zijn wapen vast te blijven</para>
      <para>houden zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat </para>
      <para>het vuurwapen zou afgaan en een ander zou worden getroffen. </para>
      <para>Deze bewijsoverweging moet aldus worden verstaan dat het Hof daarin als zijn</para>
      <para>oordeel tot uitdrukking heeft gebracht dat de verdachte, gezien de wijze waarop en </para>
      <para>de omstandigheden waaronder hij heeft gehandeld zoals daarvan blijkt uit de </para>
      <para>gebezigde bewijsmiddelen - waartoe ook behoort de omstandigheid dat de </para>
      <para>verdachte schoot nadat hij zijn hand had weten los te rukken -, zich willens en </para>
      <para>wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat hij een andere </para>
      <para>bezoeker, die [slachtoffer A] bleek te zijn genaamd, dodelijk zou treffen en dat </para>
      <para>aldus zijn opzet voorwaardelijk op dat gevolg was gericht. Dat oordeel geeft in het </para>
      <para>licht van de gebezigde bewijsmiddelen, in het bijzonder voorzover daaruit blijkt dat </para>
      <para>de verdachte ten tweede male heeft geschoten, niet blijk van een onjuiste </para>
      <para>rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Het middel, dat uitgaat van de stelling dat </para>
      <para>het wapen "per ongeluk" is afgegaan, faalt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Slotsom</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond</para>
      <para>aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te </para>
      <para>worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Hoge Raad verwerpt het beroep.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voor-zit-ter, en de</para>
      <para>raadsheren H.A.M. Aaftink, A.M.J. van Buchem-Spapens, A.J.A. van Dorst en</para>
      <para>B.C. de Savornin Lohman, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken</para>
      <para>op 10 oktober 2000.</para>
      <para>Mr. H.A.M. Aaftink is buiten staat dit arrest te onderteken.</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>