<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:2000:AA4874</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-18T12:14:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AA4874</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2000-02-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C98/213HR</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:2000:AA4874" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:2000:AA4874</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001827&amp;artikel=705&amp;g=2000-02-18">Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 705</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOL 2000, 121</rdf:li>
          <rdf:li>NJ 2000, 278</rdf:li>
          <rdf:li>PW 2000, 21200</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2000:AA4874">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2000:AA4874</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T15:58:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2001-08-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:2000:AA4874 Hoge Raad , 18-02-2000 / C98/213HR</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:2000:AA4874:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:2000:AA4874:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>18 februari 2000</para>
      <para>Eerste Kamer</para>
      <para>Nr. C98/213HR</para>
      <para>Hoge Raad der Nederlanden</para>
      <para>Arrest</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <para>MAATSCHAPPIJ TOT EXPLOITATIE VAN ONROERENDE GOEDEREN "AMSTERDAM-SEMARANG" B.V.,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>EISERES tot cassatie,</para>
      <para>advocaat: mr P. Garretsen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>t e g e n</para>
    <para />
    <para>1.	[verweerder 1], wonende te Dongen,</para>
    <para />
    <para>2.	[verweerder 2], wonende te   Tilburg,</para>
    <para />
    <para>3.	H.M.C. VAN TUIJN, in zijn hoedanigheid van bijzonder curator van [onder curatele gestelde], wonende te [woonplaats],</para>
    <para />
    <para>4.	[erfgename 1], wonende te [woonplaats], Spanje,</para>
    <para />
    <para>5.	[erfgename 2], wonende te [woonplaats], België,</para>
    <para />
    <para>6.	[erfgename 3], wonende te [woonplaats], Australië,</para>
    <para />
    <para>7.	[erfgenaam 4], wonende te [woonplaats], Madagaskar,</para>
    <para />
    <para>8.	[erfgenaam 5], wonende te [woonplaats], Spanje,</para>
    <para />
    <para>9.	[erfgename 6], wonende te   [woonplaats], Spanje,</para>
    <para />
    <para>10.	[erfgenaam 7], wonende te [woonplaats], Spanje,</para>
    <para />
    <para>sub 4 tot en met 10 in hun hoedanigheid van erfgenamen onder het voorrecht van boedelbeschrijving van wijlen [overledene],</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>VERWEERDERS in cassatie,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	Het geding in feitelijke instanties</para>
      <para>	Eiseres tot cassatie - verder te noemen: Amsem - heeft bij exploit van 23 december 1997 verweerders in cassatie - verder te noemen: [verweerders] en de [erfgenamen] - in kort geding gedagvaard voor de President van de Rechtbank te Amsterdam en ten aanzien van [verweerders] gevorderd:</para>
      <para>Primair: het executoriaal beslag dat [verweerders] hebben doen leggen op de in het lichaam van de dagvaarding genoemde onroerende zaken op te heffen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Subsidiair: het executoriaal beslag dat [verweerders] hebben doen leggen op die onroerende zaken op te heffen tegen betaling door Amsem van de kosten van de beslaglegging;</para>
    <para />
    <para>meer subsidiair: het executoriaal beslag dat [verweerders] hebben doen leggen op die onroerende zaken ten aanzien van het appartement [adres] te [woonplaats], kadastraal bekend gemeente [woonplaats] sectie [nummer] op te heffen, althans een zodanige voorziening te treffen als de President in het belang van Amsem vermeent te behoren;</para>
    <para />
    <para>zowel primair, subsidiair als meer subsidiair: [verweerders] te veroordelen in de kosten van deze procedure aan de zijde van Amsem gevallen, alsmede in de kosten van de [erfgenamen],</para>
    <para />
    <para>en ten aanzien van de [erfgenamen]: de [erfgenamen] te veroordelen om de beslissing zoals die geldt ten aanzien van [verweerders] te gehengen en te gedogen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>	[Verweerders] hebben de vorderingen bestreden en de [erfgenamen] hebben zich gerefereerd aan het oordeel van de President.</para>
      <para>	De President heeft bij vonnis van 29 januari 1998 de gevraagde voorzieningen geweigerd.</para>
      <para>	Tegen dit vonnis heeft Amsem hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.</para>
      <para>	Bij arrest van 28 mei 1998 heeft het Hof het bestreden vonnis bekrachtigd.</para>
      <para>	Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.	Het geding in cassatie</para>
      <para>	Tegen het arrest van het Hof heeft Amsem beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>	Tegen [verweerders] en de [erfgenamen] is verstek verleend.</para>
      <para>	Amsem heeft de zaak doen toelichten door haar advocaat.</para>
      <para>	De conclusie van de Advocaat-Generaal Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.	Beoordeling van de middelen</para>
      <para>	De middelen falen op de gronden vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal Langemeijer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.	Beslissing</para>
      <para>	De Hoge Raad:</para>
      <para>	verwerpt het beroep;</para>
      <para>	veroordeelt Amsem in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] en de [erfgenamen] begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>	Dit arrest is gewezen door de vice-president Roelvink als voorzitter en de raadsheren Heemskerk, Herrmann, Van der Putt-Lauwers en De Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer Heemskerk op 18 februari 2000.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>