<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:1999:ZD6205</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-15T10:00:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZD6205</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1999-09-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">111.306</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1999:ZD6205">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1999:ZD6205</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-07T15:23:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-05-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:1999:ZD6205 Hoge Raad , 21-09-1999 / 111.306</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:1999:ZD6205:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:1999:ZD6205:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>21 september 1999 </para>
  <para>Strafkamer </para>
  <para>nr. 111.306 </para>
  <para>SM</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Hoge Raad der Nederlanden</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Arrest</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 10 november 1997 alsmede tegen alle op de terechtzitting van dit Hof gegeven beslissingen in de strafzaak tegen:</para>
    <para>
      <emphasis role="underline">
        [verdachte]
      </emphasis>, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1948, wonende te <emphasis role="underline">[plaats]</emphasis>.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">1. De bestreden einduitspraak</emphasis>
  </para>
  <para />
  <parablock>
    <para>1.1. Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Arnhem van 15 juni 1995 - de verdachte ter zake van 1. "valsheid in geschrift, meermalen gepleegd" en 2. "opzettelijk een der in artikel 10 van de Coördinatiewet Sociale Verzekeringen genoemde verplichtingen niet nakomen" veroordeeld tot achttien maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>1.2. Het verkorte arrest en de aanvulling daarop als bedoeld in art. 365a, tweede lid, Sv zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">2. Geding in cassatie</emphasis>
  </para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr L.G.U. Compri, advocaat te Nijmegen , bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
    <para>De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De conclusie is aan dit arrest gehecht.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">3. Beoordeling van het middel</emphasis>
  </para>
  <para />
  <parablock>
    <para>3.1. Het middel behelst onder II de klacht dat het Hof een door de verdachte gevoerd "onrechtmatig verkregen bewijs-verweer" niet gemotiveerd heeft weerlegd.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>3.2. Hetgeen in dit verband door de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep van 15 juli 1997 is aangevoerd, is weergegeven in rubriek 3.3.2 onder A en onder B van de conclusie van de Advocaat-Generaal.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>3.3. Het Hof heeft verzuimd in zijn arrest een gemotiveerde beslissing op die verweren A en B te geven, zodat het middel in zoverre terecht is voorgesteld. Dat behoeft evenwel op grond van het navolgende niet tot cassatie te leiden.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>3.4.1. Voorzover het verweer het oog heeft op de huiszoeking in een kamer in perceel [a-straat 1] te [plaats] , welke kamer naar de stelling van de verdachte door [betrokkene 1] van hem werd gehuurd (verweer A) verdient opmerking dat het zich bij de stukken van het geding bevindende verlof tot huiszoeking voor geen andere uitleg vatbaar is dan dat het is gegeven voor het gehele perceel [a-straat 1] , zodat de gestelde huurverhouding er niet aan in de weg stond dat de bevoegdheid tot huiszoeking zich uitstrekte tot het gehele perceel. Het middel faalt derhalve in zoverre.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>3.4.2. Voorzover het middel blijkens de toelichting ziet op verweer B faalt het eveneens. Immers, door een onderzoek als in het verweer gesteld zou geen inbreuk zijn gemaakt op een rechtens beschermd belang van de verdachte.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>3.5. Ook voor het overige kan het middel niet tot cassatie leiden. Dat behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering, nu het middel in zoverre niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. </para>
  </parablock>
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">4. Slotsom</emphasis>
  </para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>5. Beslissing</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>De Hoge Raad verwerpt het beroep.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president Haak als voorzitter, en de raadsheren Bleichrodt en Orie, in bijzijn van de griffier Bakker, en uitgesproken op <emphasis role="underline">21 september 1999.</emphasis></para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>