<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:1999:ZC2857</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-31T12:00:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZC2857</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1999-02-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">16720 (C97/199)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:1998:37" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:1998:37</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1999:ZC2857">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1999:ZC2857</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-03-22T09:32:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-03-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:1999:ZC2857 Hoge Raad , 26-02-1999 / 16720 (C97/199)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:1999:ZC2857:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Conservatoire derdenbeslag. Curator.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:1999:ZC2857:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>26 februari 1999</para>
  <para>Eerste Kamer </para>
  <para>Nr. 16.720 (C97/199HR) </para>
  <para>AT </para>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="bold">Hoge Raad der Nederlanden</emphasis>
  </para>
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="bold">Arrest</emphasis>
  </para>
  <para>in de zaak van: </para>
  <para />
  <para>
    [eiseres] , </para>
  <para>gevestigd te [vestigingsplaats] , </para>
  <para>EISERES tot cassatie, </para>
  <para>advocaat: mr P.J.L.J. Duijsens, </para>
  <para />
  <para>t e g e n </para>
  <para />
  <para>Mr Elisabeth Margaretha VAN ESSEN, in haar hoedanigheid van curator in het faillissement             van [A], </para>
  <para>wonende te [woonplaats] , </para>
  <para>VERWEERSTER in cassatie, </para>
  <para>advocaat: mr E. van Staden ten Brink. </para>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">1.     Het geding in feitelijke instanties </emphasis>
  </para>
  <para>De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [A], gevestigd te Aalsmeer, hierna: [A], heeft bij exploit van 14 oktober 1988 eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - gedagvaard voor de Rechtbank te Haarlem en gevorderd [eiseres] te veroordelen om aan [A] te betalen een bedrag van ƒ 37.949,62, te vermeerderen met 10% rente per jaar vanaf 1 november 1988, en van waarde te verklaren het bij de dagvaarding betekende conservatoire derdenbeslag.</para>
  <para>
    [eiseres] heeft een conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid, tevens voorwaardelijke conclusie van antwoord in conventie genomen; in reconventie heeft zij de veroordeling van [A] gevorderd tot betaling van een bedrag van ƒ 152.161,47, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van het nemen van deze conclusie.</para>
  <para>
    [A] heeft in reconventie de vordering bestreden.</para>
  <para>Op 8 april 1992 is [A] in staat van faillissement verklaard,  waarna verweerster in cassatie - verder te noemen: de Curator - de procedure in conventie heeft overgenomen.</para>
  <para>De Rechtbank heeft bij tussenvonnis van 14 maart 1995 de zaak naar de rol verwezen voor het nemen van een akte  aan de  zijde van  de Curator. Bij  eindvonnis van 9 januari 1996 heeft de Rechtbank in conventie de vordering toegewezen.</para>
  <para>Tegen beide vonnissen in conventie heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.</para>
  <para>Bij tussenarrest van 13 maart 1997 heeft het Hof de zaak naar de rol verwezen voor het nemen van een akte aan de zijde van [eiseres] en iedere verdere beslissing aangehouden.</para>
  <para>Het tussenarrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.</para>
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">2.     Het geding in cassatie </emphasis>
  </para>
  <para>Tegen het tussenarrest van het Hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
  <para>De Curator heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.</para>
  <para>De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.</para>
  <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal De Vries Lentsch-Kostense strekt tot verwerping van het beroep.</para>
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">3.     Beoordeling van het middel </emphasis>
  </para>
  <para>Het middel faalt op de gronden uiteengezet in de conclusie van het Openbaar Ministerie onder nrs. 6 en 8.</para>
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">4.     Beslissing </emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>De Hoge Raad: verwerpt het beroep;</para>
    <para>veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de  Curator  begroot  op  ƒ 1.067,20 aan  verschotten en ƒ 3.000,-- voor salaris.</para>
    <para />
  </parablock>
  <para />
  <para>Dit arrest is gewezen door de raadsheren Korthals Altes, als voorzitter, Van der Putt-Lauwers en Fleers, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer Heemskerk op <emphasis role="underline">26 februari 1999</emphasis>.</para>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>