<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:1999:AA2836</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T20:44:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AA2836</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1999-07-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">33933</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:1999:AA2836" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:1999:AA2836</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>BNB 1999/363 met annotatie van J. den Boer</rdf:li>
          <rdf:li>WFR 1999/1009, 2</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 1999/35.16 met annotatie van Redactie</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1999:AA2836">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1999:AA2836</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T15:46:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2006-02-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:1999:AA2836 Hoge Raad , 27-07-1999 / 33933</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:1999:AA2836:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Nr. 33.933</para>
      <para />
      <para>27 juli 1999 </para>
      <para />
      <para>TVW gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 7 november 1997 betreffende de aan </para>
      <para />
      <para>X te Z voor het jaar 1994 opgelegde aanslag inkomsten- belasting/premie volksverzekeringen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:1999:AA2836:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te ‘s-Gravenhage van 7 november 1997 betreffende de aan X te Z voor het jaar 1994 opgelegde aanslag inkomsten-belasting/premie volksverzekeringen.</para>
      <para>1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof</para>
      <para>Aan belanghebbende is voor het jaar 1994 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd naar een belastbaar inkomen van f 360.698,--, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.</para>
      <para>Belanghebbende is van de uitspraak van de Inspecteur in beroep gekomen bij het Hof.</para>
      <para>Het Hof heeft die uitspraak vernietigd en de aanslag verminderd tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen van f 346.397,--. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.</para>
      <para>2. Geding in cassatie</para>
      <para>De Staatssecretaris van Financiën heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
      <para>Belanghebbende heeft bij vertoogschrift het cassatieberoep bestreden.</para>
      <para>De Advocaat-Generaal Van den Berge heeft op 13 augustus 1998 geconcludeerd tot verwerping van het beroep.</para>
      <para>3. Beoordeling van het middel</para>
      <para>3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. Belanghebbende bezit een woning in Canada, die hij verhuurt aan zijn zoon, die noch als binnenlandse noch als buitenlandse belastingplichtige kan worden aangemerkt. In het onderhavige jaar heeft hij aan huur ontvangen f 2.394,--. De kosten, lasten en afschrijvingen ter zake van deze woning bedroegen in dit jaar f 16.553,--.</para>
      <para>3.2. De Inspecteur heeft, ervan uitgaande dat een zakelijk bepaalde huur f 1.500,-- per maand zou bedragen, het standpunt ingenomen dat de bewoning door de zoon ten dele berust op een aan die zoon om niet toegekend gebruiksrecht en dat dientengevolge een evenredig deel van de kosten, lasten en afschrijvingen ingevolge artikel 36, lid 8, in verbinding met artikel 42a, lid 5, (tekst 1994) van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (hierna: de Wet) niet aftrekbaar is. Dit standpunt is door het Hof verworpen, maar wordt in cassatie opnieuw verdedigd.</para>
      <para>3.3. Het Hof heeft op goede gronden terecht geoordeeld dat in de onderhavige situatie artikel 36, lid 8, van de Wet de aftrekbaarheid van de op de inkomsten uit de woning drukkende kosten, lasten en afschrijvingen, niet beperkt. Anders dan in het middel wordt betoogd, biedt de wetsgeschiedenis geen steun voor de opvatting dat, in afwijking van de wettekst, deze aftrekbeperking ook zou moeten gelden in situaties waarin, zoals hier, ten aanzien van de bewoner het huurwaardeforfait niet van toepassing is.</para>
      <para>3.4. In het middel wordt nog een beroep gedaan op de omstandigheid dat door de verhuur tegen een te lage prijs in feite een vergelijkbaar resultaat is bereikt als wanneer de woning tegen een normale prijs zou zijn verhuurd en een deel van de ontvangen huur aan de zoon zou zijn geschonken, in welk geval echter voor aftrek van het geschonkene aan de criteria van artikel 46, lid 1, aanhef en onder a, van de Wet voor aftrek van uitgaven tot voorziening in het levensonderhoud zou moeten zijn voldaan. Deze omstandigheid kan echter geen reden zijn de zuivere inkomsten uit de woning op een hoger bedrag te stellen dan belanghebbende werkelijk heeft genoten.</para>
      <para>3.5. Het middel faalt derhalve.</para>
      <para>4. Proceskosten</para>
      <para>De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.</para>
      <para>5. Beslissing</para>
      <para>De Hoge Raad verwerpt het beroep.</para>
      <para>Dit arrest is op 27 juli 1999 vastgesteld door de vice-president Stoffer als voorzitter, en de raadsheren Zuurmond, Pos, Beukenhorst en Monné, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Fehmers, en op die datum in het openbaar uitgesproken.</para>
      <para>Van de Staatssecretaris van Financiën wordt ter zake van het door hem ingestelde beroep in cassatie een recht geheven van f 340,--.</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>