<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:1998:ZD1026</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T20:31:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZD1026</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1998-04-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">107.006</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:1998:36" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:1998:36</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001854&amp;artikel=242&amp;g=1998-04-21">Wetboek van Strafrecht 242</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJ 1998, 781 met annotatie van J. de Hullu</rdf:li>
          <rdf:li>AA19980900 met annotatie van Roos de Th.A. Theo</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1998:ZD1026">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1998:ZD1026</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-09-15T12:41:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-09-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:1998:ZD1026 Hoge Raad , 21-04-1998 / 107.006</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:1998:ZD1026:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:1998:ZD1026:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>21 april 1998</para>
  <para>Strafkamer </para>
  <para>nr. 107.006 </para>
  <para>SM </para>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="bold">Hoge Raad der Nederlanden </emphasis>
  </para>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="bold">Arrest</emphasis>
  </para>
  <para> op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 24 december 1996 alsmede tegen alle op de terechtzitting van dit Hof gegeven beslissingen in de strafzaak tegen: </para>
  <para>
    <emphasis role="underline">
      [verdachte]
    </emphasis>, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1951, ten tijde van de bestreden uitspraak gedetineerd in het Huis van Bewaring "De Schie" te Rotterdam.</para>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">1.   De bestreden einduitspraak </emphasis>
  </para>
  <para />
  <para>Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Rotterdam van 8 augustus 1996 - de verdachte ter zake van "verkrachting" en "feitelijke aanranding van de eerbaarheid" veroordeeld tot vierentwintig maanden gevangenis- straf, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen in voege als in het arrest vermeld.</para>
  <para>De bestreden uitspraak is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">2.   Het cassatieberoep </emphasis>
  </para>
  <para>Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr D. Vermaat, advocaat te Barendrecht, een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">3.   De conclusie van het Openbaar Ministerie </emphasis>
  </para>
  <para />
  <para>De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest voor zover inhoudende de beslissing waarbij het bewezene als verkrachting is gekwalificeerd, de aanhaling van art. 242 Sr en de strafoplegging, en tot verwijzing van de zaak naar een aangrenzend hof teneinde in zoverre opnieuw te worden berecht en afgedaan.</para>
  <para>                      </para>
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">4.   Beoordeling van het middel </emphasis>
  </para>
  <para />
  <para>Het middel kan niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering aangezien het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of van de rechtsontwikkeling.</para>
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">5.  Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak </emphasis>
  </para>
  <para />
  <para>5.1. Gelet op de omstandigheid dat het Hof het bewezenverklaarde mede heeft gekwalificeerd als "verkrachting", heeft het Hof klaarblijkelijk geoordeeld dat het bewezenverklaarde, voorzover inhoudende dat de verdachte zijn tong in de mond van het slachtoffer heeft gebracht en gehouden, kan worden aangemerkt als "seksueel binnendringen" als bedoeld in art. 242 Sr. Zoals de Hoge Raad heeft geoordeeld in zijn arrest van 22 februari 1994, NJ 1994, 379, moet op grond van de wetsgeschiedenis worden aangenomen dat de term "seksueel binnendringen" in art. 242 Sr ieder binnen dringen van het lichaam met een seksuele strekking omvat.</para>
  <para>De vraag kan worden gesteld of voor wat het toepassingsbereik van die bepaling betreft niettemin een uitzondering moet worden gemaakt voor die gevallen waarin de wijze waarop het lichaam is binnengedrongen objectief niet op één lijn kan worden gesteld met het binnendringen met een lichaamsdeel in anus of vagina.Die vraag moet ontkennend worden beantwoord. Naar volgt uit het eerdergenoemde arrest van de Hoge Raad dwingt de wetsgeschiedenis tot de opvatting dat de wetgever voor wat de toepassing van art. 242 Sr betreft geen beperking heeft willen aanbrengen in de wijze waarop het lichaam is binnengedrongen.</para>
  <para>Dat strookt ook met de ratio van die bepaling, te weten de bescherming van de (seksuele) integriteit van het lichaam. Ook ogenschijnlijk minder ernstige vormen van binnendringen van het lichaam met een seksuele strekking kunnen immers als een ingrijpende aantasting van de lichamelijke integriteit worden ervaren en kunnen even kwetsend zijn als gedwongen geslachtsgemeenschap.</para>
  <para>Gelet op de aldus door de wetgever beoogde reik wijdte van art. 242 Sr kan de toepasselijkheid van die bepaling dan ook niet afhankelijk worden gesteld van de wijze waarop het lichaam is binnengedrongen en de aard en de ernst daarvan, nog daargelaten dat een dergelijke differentiatie op gespannen voet zou staan met de eisen die vanuit een oogpunt van rechtszekerheid aan de afgrenzing van de desbetreffende strafbe paling moeten worden gesteld.</para>
  <para />
  <para>5.2. In het licht van het vorenoverwogene geeft het oordeel van het Hof dat het bewezenverklaarde mede "verkrachting" oplevert, geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting, terwijl het evenmin onbegrijpelijk is.</para>
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">6.   Slotsom </emphasis>
  </para>
  <para />
  <para>Nu het middel niet tot cassatie kan leiden terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.</para>
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">7.   Beslissing </emphasis>
  </para>
  <para>De Hoge Raad verwerpt het beroep.</para>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president Haak als voorzitter, en de raadsheren Davids, Bleichrodt, Koster en Aaftink, in bijzijn van de griffier Bogaert, en uitgesproken op <emphasis role="underline">21 april 1998</emphasis>.</para>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>