<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:1997:ZD0838</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T17:06:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZD0838</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1997-10-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">3616</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:1997:26" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#gevolgd">Conclusie: ECLI:NL:PHR:1997:26, Gevolgd</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001903&amp;artikel=552a&amp;g=1997-10-21">Wetboek van Strafvordering 552a</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJ 1998, 172</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1997:ZD0838">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1997:ZD0838</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-12-10T09:37:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-12-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:1997:ZD0838 Hoge Raad , 21-10-1997 / 3616</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:1997:ZD0838:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Hernieuwd beklag is alleen mogelijk op grond van nieuwe feiten en omstandigheden, welken niet zijn aangevoerd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:1997:ZD0838:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>21 oktober 1997</para>
  <para>Strafkamer</para>
  <para>nr. 3616 Besch.</para>
  <para>LD</para>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Hoge Raad der Nederlanden</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Beschikking</emphasis>
    </para>
    <para>op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Arrondissementsrechtbank te Utrecht van 24 oktober 1996 op een beklag als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:</para>
    <para>
      <emphasis role="underline">
        [klaagster]
      </emphasis>, wonende te <emphasis role="underline">[woonplaats]</emphasis>.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">1. De bestreden beschikking</emphasis>
  </para>
  <para />
  <parablock>
    <para>De Rechtbank heeft [klaagster] niet-ontvankelijk verklaard in het door haar ingediende beklag strekkende tot teruggave aan haar van de in bovenvermelde beschikking omschreven goederen. </para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">2. Het cassatieberoep</emphasis>
  </para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Het beroep is ingesteld door [klaagster]. Namens deze heeft mr D.W.H.M. Wolters, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">3. De conclusie van het Openbaar Ministerie</emphasis>
  </para>
  <para />
  <parablock>
    <para>De Advocaat-Generaal Fokkens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">4. Beoordeling van het middel</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>4.1. De Rechtbank heeft klaagster niet-ontvankelijk verklaard op de volgende gronden: </para>
    <para>In de onderhavige zaak is reeds bij beschikking van 15 februari 1996 van deze rechtbank ten gronde beslist op een door klaagster op 16 november 1995 ingediend klaagschrift tegen de inbeslagneming van dezelfde goederen.</para>
    <para>De raadsman beoogd met het onderhavige klaagschrift slechts een bij het instellen van het cassatieberoep tegen voormelde beschikking gemaakte fout te herstellen en aldus nogmaals de mogelijkheid te krijgen de zaak aan de Hoge Raad der Nederlanden voor te leggen.</para>
    <para>De raadsman heeft dan ook thans geen andere argumenten of omstandigheden naar voren gebracht dan die welke ten grondslag zijn gelegd aan het eerdere klaagschrift, waarop reeds ten gronde is beslist. </para>
    <para>Nu door de raadsman geen andere argumenten of omstandigheden zijn gesteld dan die waarover bij voormelde beschikking van 15 februari 1996 een oordeel is gegeven, zou het inhoudelijk behandelen van het onderhavige klaagschrift neerkomen op een ‘’intern beroep’’ tegen de beschikking van 15 februari 1996. Een dergelijk ‘’intern beroep’’ is strijdig met het gesloten systeem van rechtsmiddelen dat is gegeven in het Wetboek van Strafvordering. Klaagster kan derhalve niet in haar beklag worden ontvangen. </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>4.2. Door aldus te overwegen heeft de Rechtbank geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting en heeft zij haar beschikking toereikend gemotiveerd. </para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">5. Slotsom</emphasis>
  </para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden beschikking ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen. </para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">6. Beslissing</emphasis>
  </para>
  <para />
  <parablock>
    <para>De Hoge Raad verwerpt het beroep.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>Deze beschikking is gegeven door de vice-president Hermans als voorzitter, en de raadsheren Bleichrodt, Corstens, Aaftink en Orie, in bijzijn van de griffier Bogaert in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van <emphasis role="underline">21 oktober 1997. </emphasis></para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>