<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:1994:ZC5655</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T17:00:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZC5655</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1994-04-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">28500</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:1993:48" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:1993:48</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002320&amp;artikel=29&amp;g=1994-04-27">Algemene wet inzake rijksbelastingen 29</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002672&amp;artikel=2&amp;g=1994-04-27">Wet op de vennootschapsbelasting 1969 2</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBV0003462&amp;artikel=4&amp;g=1994-04-27">Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Spaanse Staat tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en het vermogen, Madrid, 16-06-1971 4</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>BNB 1994/208 met annotatie van P. den Boer</rdf:li>
          <rdf:li>FED 1994/377 met annotatie van J.A. SMIT</rdf:li>
          <rdf:li>WFR 1994/768</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 1994/1591, 8 met annotatie van Redactie</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1994:ZC5655">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1994:ZC5655</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-09-26T14:14:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-09-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:1994:ZC5655 Hoge Raad , 27-04-1994 / 28500</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:1994:ZC5655:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Spaanse vervangingsreserve. Internationaal belastingrecht. Bilaterale regelingen ter voorkoming van dubbele belasting. Vennootschapsbelasting.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:1994:ZC5655:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">Hoge Raad der Nederlanden</emphasis>
  </para>
  <para>derde kamer</para>
  <parablock>
    <para>nr. 28.500 </para>
    <para>27 april 1994</para>
    <para>TB</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">ARREST</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>gewezen op het beroep in cassatie van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid <emphasis role="underline">B.V.</emphasis> <emphasis role="underline">[X]</emphasis> te <emphasis role="underline">[Z]</emphasis>, Spanje, tegen de uitspraak van het <emphasis role="underline">Gerechtshof te Amsterdam</emphasis> van 26 juni 1991 betreffende de haar voor het jaar 1986 opgelegde aanslag in de vennootschapsbelasting.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Aan belanghebbende is voor het jaar 1986 een aanslag in de vennootschapsbelasting opgelegd naar een belastbaar bedrag van f 175.000,--, met een verhoging wegens niet tijdige aangifte ten bedrage van f 250,--, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.</para>
    <para>Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof, dat deze uitspraak heeft bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">2. Geding in cassatie</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
    <para>De Staatssecretaris van Financiën heeft bij vertoogschrift het cassatieberoep bestreden.</para>
    <para>Belanghebbende heeft de zaak doen toelichten door mr. B.A.M. van Maarschalkerwaart, advocaat te Amsterdam.</para>
    <para>De Advocaat-Generaal Van Soest heeft op 8 juli 1993 geconcludeerd tot verwerping van het beroep.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">3. Beoordeling van de klachten</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan:</para>
    <para>3.1.1. Belanghebbende heeft in 1984 een tweetal bedrijfsmiddelen verkocht en de daarbij behaalde boekwinst van f 154.738,-- gereserveerd op de voet van artikel 14 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (hierna: de Wet). Bij de aanslagregeling over de jaren 1984 en 1985 is deze vervangingsreserve aanvaard.</para>
    <para>3.1.2. Op 5 maart 1986 zijn de aandelen in belanghebbende verkocht. Met ingang van 6 maart 1986 is de feitelijke leiding van belanghebbende gelegen te [Z] in Spanje.</para>
    <para>3.1.3. De Inspecteur heeft bij de vaststelling van de aanslag over het onderhavige jaar (1986) het saldo van de vervangingsreserve gerekend tot de tot 6 maart 1986 behaalde winst.</para>
    <para>3.2. Het Hof heeft - in cassatie niet bestreden - geoordeeld dat belanghebbende per 6 maart 1986 is opgehouden hier te lande belastbare winst te genieten, zodat ingevolge artikel 16 van de Wet de vervangingsreserve dient te worden gerekend tot de winst van het per 6 maart 1986 geëindigde boekjaar.</para>
    <para>3.3.1. Het Hof heeft voorts geoordeeld dat het verzoek van belanghebbende tot het horen van deskundigen en/of getuigen op een tweede zitting wordt gepasseerd, nu dit horen betrekking heeft op de - door het Hof reeds aanvaarde - vorming van de vervangingsreserve.</para>
    <para>3.3.2. De eerste klacht, die zich tegen dit oordeel richt, faalt aangezien 's Hofs oordeel feitelijk en niet onbegrijpelijk is, zodat het in cassatie niet met vrucht kan worden bestreden.</para>
    <para>3.4.1. Het Hof heeft overwogen dat, nu belanghebbende niet de vereiste aangifte heeft gedaan, het bepaalde in artikel 29, lid 2, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen meebrengt dat belanghebbende overtuigend moet aantonen dat en in hoeverre de aanslag onjuist is, en dat belanghebbende niet overtuigend heeft aangetoond dat of in hoeverre de overigens door de Inspecteur in aanmerking genomen winst op een te hoog bedrag is gesteld.</para>
    <para>3.4.2. De hiertegen gerichte klacht dat het Hof rekening had moeten houden met de door belanghebbende in haar pleitnota gestelde kosten, faalt. Het Hof heeft met zijn oordeel immers tot uitdrukking gebracht dat met hetgeen door belanghebbende met betrekking tot die kosten is gesteld, onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat de winst tot een te hoog bedrag is vastgesteld.</para>
    <para>Dit oordeel kan als van feitelijke aard in cassatie niet op zijn juistheid worden getoetst. Het is ook niet onbegrijpelijk. Het Hof was daarbij niet verplicht om op belanghebbendes aanbod de boekhouding over te leggen in te gaan.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">4. Proceskosten</emphasis>
  </para>
  <para>De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.</para>
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">5. Beslissing</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>De Hoge Raad verwerpt het beroep.</para>
    <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J.J. Jansen als voorzitter, en de raadsheren Van der Linde, Bellaart, De Moor en Van der Putt-Lauwers, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Van Hooff, in raadkamer van 27 april 1994.</para>
  </parablock>
  <para />
</uitspraak>
</open-rechtspraak>