<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:1992:ZC5168</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-25T13:36:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZC5168</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1992-11-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">28503</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002740&amp;artikel=2&amp;g=1992-11-18">Wet op belastingen van rechtsverkeer 2</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>BNB 1993/49</rdf:li>
          <rdf:li>FED 1992/902</rdf:li>
          <rdf:li>WFR 1992/1750</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 1993/264, 17</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 1992-1580</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1992:ZC5168">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1992:ZC5168</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-09T13:07:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:1992:ZC5168 Hoge Raad , 18-11-1992 / 28503</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:1992:ZC5168:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Belastingen van rechtsverkeer Stacaravan niet onroerend naar aard of bestemming</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:1992:ZC5168:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">Hoge Raad der Nederlanden</emphasis>
  </para>
  <para>derde kamer</para>
  <para>nr. 28.503 </para>
  <para>18 november 1992 </para>
  <para>SK</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">ARREST</emphasis>
    </para>
    <para>gewezen op het beroep in cassatie van <emphasis role="underline">[X]</emphasis> te <emphasis role="underline">[Z]</emphasis> tegen de uitspraak van het <emphasis role="underline">Gerechtshof te Amsterdam</emphasis> van 2 september 1991 betreffende na te melden aan haar opgelegde naheffingsaanslag in de overdrachtsbelasting.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">1. Naheffingsaanslag, bezwaar en geding voor het Hof</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Aan belanghebbende is ter zake van de verkrijging van een onroerende zaak een naheffingsaanslag in de overdrachtsbelasting opgelegd ten bedrage van f 4.200, -- , zonder verhoging, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.</para>
    <para>Belanghebbende is van de uitspraak van de Inspecteur in beroep gekomen bij het Hof.</para>
    <para>Het Hof heeft die uitspraak bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.</para>
    <para />
  </parablock>
  <para>
    <emphasis role="underline">2. Geding in cassatie</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
    <para>De Staatssecretaris van Financiën heeft een vertoogschrift ingediend.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">3. Beoordeling van de klachten</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>3.1. Het Hof heeft geoordeeld dat het onderhavige "mobile home" een zaak is die zo al niet naar haar aard, dan toch door bestemming onroerend is. Dit oordeel wordt in cassatie terecht bestreden.</para>
    <para>3.2. Het "mobile home" zou naar zijn aard slechts dan onroerend zijn indien het duurzaam met de grond zou zijn verenigd. Van zodanige vereniging is blijkens de door het Hof als vaststaand aangemerkte feiten geen sprake.</para>
    <para>3.3. De omstandigheden dat het "mobile home" tot blijvend gebruik aan het onderhavige perceel grond is verbonden alsmede dat belanghebbende zowel van het perceel grond als van het "mobile home" de eigendom heeft, brengen niet mee dat het "mobile home" onroerend door bestemming is. Immers, daartoe is tevens vereist dat het perceel en het "mobile home" zich door onderling overeenstemmende eigenschappen zodanig van soortgelijke percelen en "mobile homes" onderscheiden dat het "mobile home" het kenmerk vertoont tot een blijvend gebruik aan slechts het onderhavige perceel te zijn verbonden. Dienaangaande is door het Hof niets vastgesteld.</para>
    <para>3.4. De klacht is gegrond. De uitspraak kan niet in stand blijven. De Hoge Raad kan de zaak afdoen, omdat uit de uitspraak van het Hof en de stukken van het geding niet blijkt dat door de Inspecteur is aangevoerd dat het perceel en het "mobile home" eigenschappen als de vorenbedoelde hebben, en daarvoor na verwijzing geen gelegenheid meer is.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">4. Beslissing</emphasis>
  </para>
  <para>De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het Hof, de uitspraak van de Inspecteur alsmede de aanslag en gelast dat door de Staatssecretaris van Financiën aan belanghebbende wordt vergoed het door deze ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie gestorte griffierecht ten bedrage van f 300, -- alsmede het bij het Hof gestorte griffierecht ter zake van de behandeling van de zaak voor het Hof ten bedrage van f 75, -- , derhalve in totaal f 375, --.</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president Stoffer als voorzitter, en de raadsheren Wildeboer, Urlings, Zuurmond en Fleers in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Zandhuis, in raadkamer van 18 november 1992.</para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>