<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:1992:AB8562</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T10:25:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:HR:1992:ZC8431</dcterms:replaces>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AB8562</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1992-11-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">2819 Besch</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:1992:AB8562" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:1992:AB8562</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJ 1993, 291</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1992:AB8562">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1992:AB8562</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-18T10:43:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:1992:AB8562 Hoge Raad , 03-11-1992 / 2819 Besch</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:1992:AB8562:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij een voortdurend delict vindt de ontdekking op heterdaad van het feit plaats zo dikwijls wordt geconstateerd dat de verboden situatie (nog) bestaat.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:1992:AB8562:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>3 november 1992</para>
  <para>Strafkamer</para>
  <para>nr. 2819 Besch.</para>
  <para>JM</para>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Hoge Raad der Nederlanden</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Beschikking</emphasis>
    </para>
    <para>op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Arrondissementsrechtbank te ’s-Hertogenbosch van 2 april 1992 op een beklag als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:</para>
    <para>
      [klager] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968, wonende te [woonplaats] .</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">1. De bestreden beschikking</emphasis>
  </para>
  <para>De Rechtbank heeft het beklag gegrond verklaard, het beslag op de betrokken reclameborden opgeheven en de teruggave daarvan aan klager bevolen. </para>
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">2. Het cassatieberoep</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>2.1. Het beroep is ingesteld door de Officier van Justitie bij de Rechtbank. Deze heeft het volgende middel van cassatie voorgesteld:</para>
    <para>‘’Ten onrechte stelt de raadkamer dat van ontdekking op heterdaad geen sprake meer is. Zoals uit het proces-verbaal (no. 09.01.92.08.30 WG) blijkt, bestond de overtredingssituatie op 24 januari 1992 nog steeds zodat van voortduring van de heterdaad-situatie sprake was.’’ </para>
    <para>2.2. Namens [klager] heeft mr. Th.A.G. Vermeulen bij geschrift het beroep tegengesproken.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">3. De conclusie van het Openbaar Ministerie</emphasis>
  </para>
  <para>De Advocaat-Generaal Meijers heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de bestreden beschikking zal vernietigen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.</para>
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">4. Motivering van de bestreden beschikking</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>De Rechtbank heeft ter motivering van de hiervoren onder 1 weergegeven beslissing het volgende overwogen: </para>
    <para>De onderhavige reclameborden zijn blijkens het te dezer zake opgemaakte proces-verbaal van de politie inbeslaggenomen op grond van artikel 96 van het Wetboek van Strafvordering op verdenking van een vermoedelijke overtreding van artikel 235 Algemene Politieverordening van de gemeente Rosmalen. Inbeslagneming op grond van genoemd wetsartikel kan slechts plaatsvinden in geval van ontdekking op heterdaad. Daarvan is in casu geen sprake, nu immers de verbalisant in bedoeld proces-verbaal relateert dat hij de onderhavige overtreding in ieder geval reeds op 2 januari 1992 heeft geconstateerd en klager daaromtrent heeft gehoord en de inbeslagneming eerst heeft plaatsgevonden op 24 januari 1992. Inbeslagneming op grond van enige andere bepaling in het Wetboek van Strafvordering of in bijzondere strafwetten was in casu overigens evenmin mogelijk. Reeds hierom moet geconcludeerd worden dat het onderhavige beslag niet rechtmatig is gelegd, zodat het klaagschrift gegrond dient te worden verklaard. </para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">5. Beoordeling van het middel </emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>5.1. Bij een voortdurend delict als waarvan te dezen [klager] kennelijk wordt verdacht (overtreding van het verbod, neergelegd in het eerste lid van art. 235 van de Algemene Politieverordening van de gemeente Rosmalen) vindt de ontdekking op heterdaad van het feit plaats zo dikwijls wordt geconstateerd dat de verboden situatie (nog) bestaat. </para>
    <para>5.2. Het vorenoverwogene in aanmerking genomen is de hiervoren onder 4.1 weergegeven motivering onbegrijpelijk. Immers: De enkele omstandigheid dat de inbeslagneming heeft plaatsgevonden op 24 januari 1992 — nadat de desbetreffende overtreding reeds was geconstateerd op 2 januari 1992 — rechtvaardigt niet zonder meer de gevolgtrekking dat, zoals de Rechtbank heeft overwogen, ten tijde van de inbeslagneming als voormeld geen sprake was van ontdekking op heterdaad. </para>
    <para>5.3. Uit het vorenoverwogene vloeit voort dat de Rechtbank heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting omtrent het begrip ‘’ontdekking op heterdaad’’ als bedoeld in art. 96 jo. 128 Sv, zodat het middel gegrond is. </para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">6. Slotsom</emphasis>
  </para>
  <para>Het hiervoren onder 5.3 overwogene brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven en verwijzing moet volgen.</para>
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">7. Beslissing</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>De Hoge Raad:</para>
    <para>Vernietigt de bestreden beschikking;</para>
    <para>Verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch ten einde opnieuw te worden beslist.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>Deze beschikking is gegeven door de vice-president Hermans als voorzitter, en de raadsheren Beekhuis en Koster, in bijzijn van de griffier Sillevis Smitt-Mülder, in raadkamer van <emphasis role="underline">3 november 1992</emphasis>. </para>
  </parablock>
  <para />
</uitspraak>
</open-rechtspraak>