<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:1990:ZC4444</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T08:00:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZC4444</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1990-11-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">26913</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>BNB 1991/34</rdf:li>
          <rdf:li>FED 1990/898</rdf:li>
          <rdf:li>FED 1991/159 met annotatie van E.P.J. WASCH</rdf:li>
          <rdf:li>WFR 1990/1754, 2</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 1990/3836, 10 met annotatie van Redactie</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1990:ZC4444">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1990:ZC4444</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-31T10:00:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:1990:ZC4444 Hoge Raad , 14-11-1990 / 26913</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:1990:ZC4444:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Inkomstenbelasting. Kledingkosten niet aftrekbaar</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:1990:ZC4444:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">Hoge Raad der Nederlanden</emphasis>
  </para>
  <para>d e r d e k a m e r</para>
  <para>nr. 26.913</para>
  <para>14 november 1990</para>
  <para>TB</para>
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">ARREST</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>gewezen op het beroep in cassatie van <emphasis role="underline">[X]</emphasis> te <emphasis role="underline">[Z]</emphasis> tegen de uitspraak van het <emphasis role="underline">Gerechtshof te 's-Gravenhage</emphasis> van 14 juli 1989 betreffende de haar voor het jaar 1986 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting. </para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">1. Aanslag en bezwaar.</emphasis>
  </para>
  <para>Aan belanghebbende is voor het jaar 1986 een aanslag in de inkomstenbelasting opgelegd naar een belastbaar inkomen van f 50.941,--, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd. </para>
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">2. Geding voor het Hof.</emphasis>
  </para>
  <para>Belanghebbende is van de uitspraak van de Inspecteur in beroep gekomen bij het Hof. Het Hof heeft die uitspraak bevestigd.</para>
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">3. Geding in cassatie.</emphasis>
  </para>
  <para>Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij enige klachten aangevoerd. De Staatssecretaris van Financiën heeft een vertoogschrift ingediend. </para>
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">4. Beoordeling van de klachten.</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>4.1. Het Hof heeft geoordeeld dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat en in hoeverre zij ten behoeve van een behoorlijke vervulling van haar dienstbetrekking - waaronder het Hof de in 's Hofs uitspraak nader omschreven lidmaatschappen begrijpt - meer uitgaven voor kleding en dergelijke heeft moeten maken dan iemand in vergelijkbare omstandigheden doch zonder zodanige dienstbetrekking. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste verdeling van de bewijslast en is voor het overige van feitelijke aard en behoefde geen nadere motivering dan door het Hof is gegeven, zodat het in cassatie niet met vrucht kan worden bestreden. </para>
    <para>4.2. De opvatting dat de omstandigheden dat belanghebbende de gewone kleding zonder de vorenbedoelde lidmaatschappen niet zou hebben gekocht en dat zij die kleding uitsluitend in de werksfeer gebruikt, meebrengen dat voor toetsing van die uitgaven aan de in 4.1 bedoelde vergelijkingsmaatstaf geen plaats is, kan niet als juist worden aanvaard, omdat die omstandigheden niet wegnemen dat die kleding met het persoonlijke leven van belanghebbende bleef samenhangen. </para>
    <para>4.3. Uitgaande van het in 4.1 bedoelde oordeel heeft het Hof de onderwerpelijke uitgaven voor kleding en dergelijke terecht niet aangemerkt als aftrekbare kosten in de zin van artikel 35, lid 1, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. </para>
    <para>4.4. Voor zover de klachten ertoe strekken te betogen dat de Inspecteur in de bezwaarfase de feitelijke grondslag van de stellingen van belanghebbende onvoldoende heeft onderzocht en dat daarom het Hof van de juistheid van die stellingen had moeten uitgaan, falen zij, omdat die gevolgtrekking in haar algemeenheid niet als juist kan worden aanvaard. </para>
    <para>4.5. Voor zover belanghebbende erover klaagt dat het Hof onvoldoende acht heeft geslagen op door haar aangevoerde argumenten, faalt deze klacht omdat 's Hofs uitspraak naar de eis der wet met redenen is omkleed en het Hof niet gehouden was op alle argumenten van partijen afzonderlijk in te gaan. </para>
    <para>4.6. De klachten kunnen derhalve niet tot cassatie leiden.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">5. Beslissing.</emphasis>
  </para>
  <para>De Hoge Raad verwerpt het beroep.</para>
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>Dit arrest is gewezen door de raadsheer Stoffer als voorzitter, en de raadsheren Wildeboer en Zuurmond, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Zandhuis, in raadkamer van 14 november 1990. </para>
  </parablock>
  <para />
</uitspraak>
</open-rechtspraak>