<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:1990:AB9950</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T18:18:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AB9950</dcterms:replaces>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AG6366</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1990-09-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">7704 rek.nr</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:1990:AB9950" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:1990:AB9950</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJ 1991, 266 met annotatie van C.J.H. Brunner</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 1990, 155</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1990:AB9950">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1990:AB9950</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-12-16T14:28:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-12-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:1990:AB9950 Hoge Raad , 07-09-1990 / 7704 rek.nr</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:1990:AB9950:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Arubaanse zaak. Loterij. Geen spel en weddenschap. Geen nietigheid overeenkomst wegens ongeoorloofde oorzaak.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:1990:AB9950:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>7 september 1990</para>
  <para>Eerste kamer</para>
  <para>Rek.nr. 7701</para>
  <para>EN</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Hoge Raad der Nederlanden</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Arrest</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>in de zaak van:</para>
    <para />
    <para>
      [eiser], </para>
    <para>wonende op Aruba (Nederlandse Antillen), </para>
    <para>EISER tot cassatie, </para>
    <para>advocaat: Mr. W.A.J. van Lierop,</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>tegen</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      [verweerster], </para>
    <para>wonende op Aruba (Nederlandse Antillen), </para>
    <para>VERWEERSTER in cassatie, </para>
    <para>advocaat: Mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">1. Het geding in feitelijke instanties</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Met een op 28 februari 1989 gedateerd verzoekschrift heeft eiser tot cassatie - verder te noemen [eiser] - zich gewend in kort geding tot het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba. Hij heeft - met inachtneming van een later aangebrachte wijziging - gevorderd verweerster in cassatie - verder te noemen [verweerster] - te bevelen het door haar gelegd conservatoir beslag op te heffen en ervoor te zorgen dat het bedrag van Afls. 82.000, -- dat de instrumenterende deurwaarder of de Griffier van dat gerecht onder zich heeft, binnen 24 uur na betekening van het te dezen verzochte bevel aan [eiser] ter hand te stellen op verbeurte van een dwangsom van Afls 1.000, -- per dag.</para>
    <para>Nadat [verweerster] tegen het verzoek verweer had gevoerd, heeft het Gerecht in Eerste Aanleg bij vonnis in kort geding van 13 maart 1989 de gevraagde voorzieningen geweigerd.</para>
    <para>Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba. Bij vonnis van 19 september 1989 heeft het Hof het bestreden vonnis bevestigd. Het vonnis van het Hof is aan dit arrest gehecht.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">2. Het geding in cassatie</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Tegen het vonnis van het Hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
    <para>
      [verweerster] heeft verzocht het beroep te verwerpen. De conclusie van de Advocaat-Generaal Koopmans strekt tot verwerping van het beroep.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">3. Beoordeling van de middelen</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>3.1 [eiser], die bedrijfsmatig nummers verkoopt in een loterij op Aruba, volgens het Hof "catoochi" genaamd, vordert in dit kort geding opheffing van een conservatoir beslag dat [verweerster] te zijnen laste heeft gelegd ter verzekering van een door haar op hem gepretendeerde vordering tot uitbetaling van de prijs van Afls. 82.000, -- die is gevallen op door haar bij hem gekochte nummers.</para>
    <para>
      [eiser] voert daartoe, voor zover thans van belang, aan dat het gelegde beslag onrechtmatig is omdat aan [verweerster] geen vorderingsrecht toekomt: de door haar gepretendeerde vordering is, naar zijn zeggen, een "uit spel of weddenschap" in de zin van art. 1807 Arubaans BW, spruit althans voort uit een overeenkomst, die een ongeoorloofde oorzaak heeft nu te dezen sprake is van verkoop van "aandelen" in een zonder de daartoe bij de Loterijverordening vereiste toestemming aangelegde loterij, en zulk een verkoop krachtens die verordening is verboden. Zowel de eerste rechter als het Hof heeft deze beide door [eiser] aan zijn vordering ten grondslag gelegde stellingen onjuist bevonden. Daartegen keren zich de middelen. </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>3.2 Het eerste middel faalt omdat, naar het oordeel van de Hoge Raad, onvoldoende aanleiding bestaat om terug te komen op de in zijn arrest van 22 december 1916, NJ 1917, 87 aanvaarde opvatting dat het deelnemen aan een loterij niet valt aan te merken als "spel en weddenschap" in de zin van art. 1825 BW (= art. 1807 Arubaans BW) .</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>3.3 Ook het tweede middel is tevergeefs voorgesteld. 's Hofs oordeel komt erop neer dat in het licht van de door het Hof geconstateerde maatschappelijke ontwikkelingen op Aruba - die ertoe hebben geleid dat het (bedrijfsmatig) aanleggen van een loterij als de onderhavige in brede lagen van de Arubaanse samenleving niet meer als maatschappelijk onwenselijk, illegaal of strafwaardig wordt ervaren en dan ook door de overheid wordt gedoogd - niet kan worden gezegd dat het enkele feit dat deze loterij - en het verkopen van nummers daarin - bij de wet is verboden, ook thans leidt tot nietigheid van de overeenkomst tot verkoop van nummers in zulk een loterij. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting (vgl. HR 2 februari 1990, Rvdw 1990, 46) en kan voor het overige, verweven als het is met een waardering van de maatschappelijke ontwikkelingen op Aruba welke de Hoge Raad aan het Hof moet overlaten, in cassatie niet op zijn juistheid worden getoetst.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">4. Beslissing</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>De Hoge Raad:</para>
    <para>verwerpt het beroep;</para>
    <para>veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op f 350, -- aan verschotten en f 2.500, -- voor salaris.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president Martens als voorzitter en de raadsheren Hermans, Haak, Boekman en Heemskerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer Hermans op <emphasis role="underline">7 september 1990</emphasis>.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para />
  </parablock>
  <para />
</uitspraak>
</open-rechtspraak>