<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:1988:ZC3803</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-23T10:16:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:HR:1988:BH7097</dcterms:replaces>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZC3803</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1988-04-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">24190</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>BNB 1988/177</rdf:li>
          <rdf:li>FED 1988/299</rdf:li>
          <rdf:li>FED 1988/555 met annotatie van M. van Duin</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 1988/1772, 6 met annotatie van Redactie</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1988:ZC3803">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1988:ZC3803</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-23T10:16:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-06-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:1988:ZC3803 Hoge Raad , 20-04-1988 / 24190</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:1988:ZC3803:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>In casu is geen sprake van winstverschuiving van belanghebbende, een Nederlandse Beheer-BV, naar haar Antilliaanse dochtervennootschap. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep door HR niet behandeld uit overwegingen van proceseconomie.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:1988:ZC3803:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">Hoge Raad der Nederlanden</emphasis>
  </para>
  <para>derde kamer</para>
  <para>20 april 1988. </para>
  <para>nr. 24.190 </para>
  <para>MG</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">ARREST</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>gewezen op het beroep in cassatie van de <emphasis role="underline">Staatssecretaris van Financiën</emphasis> tegen de uitspraak van het <emphasis role="underline">Gerechtshof te Amsterdam</emphasis> van 15 november 1985 betreffende de aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <para>
      <emphasis role="underline">
        [X] B.V.</emphasis> - voorheen geheten: B.V. [X]  - te <emphasis role="underline">[Z]</emphasis></para>
    <para>opgelegde navorderingsaanslag in de vennootschapsbelasting over het jaar 1977.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">1. Aanslag.</emphasis>
  </para>
  <para>Aan belanghebbende is over het jaar 1977 een navorderingsaanslag in de vennootschapsbelasting opgelegd naar een belastbaar bedrag van f 640.420, -- met een verhoging van 100 percent van welke verhoging bij besluit van de Inspecteur een bedrag van f 37.509, -- is kwijtgescholden.</para>
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">2. Geding voor het Hof.</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Belanghebbende heeft tegen die aanslag en dit besluit beroep ingesteld bij het Hof. Het Hof heeft als tussen partijen vaststaande aangemerkt:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>"Belanghebbende is in 1951 opgericht als naamloze vennootschap en later omgezet in een besloten vennootschap. Voorts is de naam van belanghebbende gewijzigd. De aandelen in belanghebbende zijn tegen uitgifte van certificaten van aandelen ondergebracht in de Stichting [A] . De certificaten zijn in handen van de leden van de familie [B] . [C] bezit 40%, en [D] en [E] bezitten elk 30%. De directie van belanghebbende bestaat in dit jaar voor zover van belang uit voornoemde familieleden.</para>
    <para>Belanghebbende is de moedermaatschappij van een concern met een jaaromzet van ongeveer f 100.000.000, --. Tot haar vermogen behoort het gehele aandelenkapitaal van [F] B.V. (hierna: de Holding), welke vennootschap op haar beurt voor 100% deelneemt in het aandelenkapitaal van drie in Nederland gevestigde dochtervennootschappen, te weten [G] B.V. (hierna: [G] ), B.V. [H] (hierna: [H] ) en B.V. [I] (hierna: B.V. [I] ). [G] bezit het volledige aandelenkapitaal van [J] B.V. (hierna: [J]) en van [K] GmbH (hierna: [K]). Belanghebbende is in een zogenoemde fiscale eenheid als is bedoeld in artikel 15 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 verbonden met de tot het concern behorende en naar Nederlands recht opgerichte vennootschappen.</para>
  </parablock>
  <para>- De Holding fungeert als tussenvennootschap.</para>
  <para>- [G] houdt zich in hoofdzaak bezig met de handel in en de verwerking van rondvis, zoals haring en makreel, en exploiteert tevens twee hektrawlers. Zij is in Nederland marktleider op het gebied van haring in het zuur. De dochtermaatschappij [J] verricht loonproduktie voor [G] . De dochtermaatschappij [K] is in 1976 verworven en vervult een depôtfunctie bij de export naar West-Duitsland.</para>
  <para>- [H] houdt zich in hoofdzaak bezig met de verwerking van en de handel in zeevis, zoals tong, schol en kabeljauw. Tevens wordt gehandeld in luxe vissoorten, zoals krab en kreeft.</para>
  <para>- B.V. [I] werkt voornamelijk in loonproductie voor [H] .</para>
  <parablock>
    <para>De inkoop ten behoeve van het concern wordt geleid door [C] . [D] senior, voorheen directeur van belanghebbende en later commissaris, is in het onderhavige jaar bij de inkoop betrokken. Na het onderhavige jaar is [C] werkzaam als algemeen directeur en wordt [L] met ingang van 1979 benoemd tot directeur belast met de inkoop en verkoop van ruwe vis.</para>
    <para>
      [G] maakt als grondstof voor de verwerking tot haring in het zuur gebruik van haring met een relatief laag vetgehalte.</para>
    <para>Deze haring is goedkoper dan de vette zogenoemde maatjesharing. Deze laatste komt gedurende het seizoen voor in voedselrijke wateren als de Noordzee, de Ierse Zee en rond de Hebriden. Buiten het seizoen wordt in deze wateren ook de goedkopere magere haring gevangen. De magere haring komt met name voor in minder voedselrijke gebieden, zoals in de wateren bij Canada. Tot 1976 wordt de grondstof voor ruwe haring voornamelijk aangekocht op de Nederlandse en Europese markt, veelal Schotland. Aanvullend wordt magere haring aangekocht op de Canadese markt. In 1976 worden voor de E.E.G .- wateren vangstbeperkende maatregelen ingevoerd. Hierdoor ontstaat een tekort aan Europese haring, hetgeen tot prijsstijgingen leidt. [G] ziet zich genoodzaakt de invoer vanuit Canada uit te breiden.</para>
    <para>In Schotland onderhoudt belanghebbende vanouds handelscontacten met [M] Ltd. (later genaamd: [M] Ltd.) bij wie sinds 1964 werkzaam is [N]. In verband met in 1976 gerezen moeilijkheden tussen [M] Ltd. en [N] neemt de laatste begin 1977 ontslag. [G] zet de handelscontacten met [N] voort en betaalt hem voor zijn werkzaamheden een vast bedrag per maand. In mei en november 1977 brengen [D] sr. en [N] bezoeken aan leveranciers van haring in Canada en oriënteren zich op de Canadese markt omtrent uitbreiding van de inkoop van het concern. Als nieuwe dochtermaatschappij van de Holding wordt in september 1977 opgericht naar Engels recht [O] (later genaamd: [O] en hierna te noemen: [O] ). Als directeuren worden aangesteld [N] en [C] . Het aandelenkapitaal van [O] komt voor 99% in handen van de Holding. Het doel van de vennootschap is in- en verkoop van haring en andere vissoorten voor het Verenigd Koninkrijk, alsmede de verwerking van haring en de export daarvan naar Europa. [O] behaalt na enkele jaren met een personeelsbestand van circa 90 personen een omzet van f 11.000.000, --.</para>
    <para>Voorts is als 100% dochtermaatschappij van de Holding in juli 1977 naar Antilliaans recht opgericht [P] gevestigd te Willemstad (Curaçao). Als directeuren zijn aangesteld [AA] en [BB] die in dienst zijn van [CC], een trustmaatschappij op Curaçao van de Nederlandse bankier van het concern. [N] wordt aangesteld als procuratiehouder. Een deel van het jaarsalaris van £ 10.000 dat [N] van [O] ontvangt, wordt doorgedeclareerd aan [P] Verder personeel heeft [P] niet in dienst. [P] is een zogenoemde off shore handelsmaatschappij met bankrekeningen in Curaçao en Antwerpen (België) en heeft ten doel de handel in vis en visprodukten met name de inkoop van haring op de Canadese markt en de verkoop daarvan op de Europese markt.</para>
    <para>De balans van [P] per 31 december 1977 luidt in Canadese dollars als volgt:</para>
  </parablock>
  <para />
  <informaltable>
    <tgroup cols="4">
      <colspec colname="colA" />
      <colspec colname="colB" />
      <colspec colname="colC" />
      <colspec colname="colD" />
      <tbody>
        <row>
          <entry>
            <para>Activa</para>
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
          <entry>
            <para>Passiva</para>
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
        </row>
        <row>
          <entry>
            <para>Voorraden</para>
          </entry>
          <entry>
            <para>712.534,48</para>
          </entry>
          <entry>
            <para>Aandelenkapitaal</para>
          </entry>
          <entry>
            <para>17.982,46</para>
          </entry>
        </row>
        <row>
          <entry>
            <para>Debiteuren</para>
          </entry>
          <entry>
            <para>269.102,12</para>
          </entry>
          <entry>
            <para>Crediteuren</para>
          </entry>
          <entry>
            <para>358.079,85</para>
          </entry>
        </row>
        <row>
          <entry>
            <para>Bank                           -/-</para>
          </entry>
          <entry>
            <para>232.842,87</para>
          </entry>
          <entry>
            <para>Overige verplichtinge</para>
          </entry>
          <entry>
            <para>178.088,24</para>
          </entry>
        </row>
        <row>
          <entry>
            <para>Overige vorderingen</para>
          </entry>
          <entry>
            <para>
              <emphasis role="underline">3.318,61</emphasis>
            </para>
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
        </row>
        <row>
          <entry>
            <para />
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
          <entry>
            <para>Winst</para>
          </entry>
          <entry>
            <para>
              <emphasis role="underline">197.961,79</emphasis>
            </para>
          </entry>
        </row>
        <row>
          <entry>
            <para />
          </entry>
          <entry>
            <para>752.112,61</para>
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
          <entry>
            <para> 752.112,34</para>
          </entry>
        </row>
      </tbody>
    </tgroup>
  </informaltable>
  <para />
  <parablock>
    <para>De Winst- en verliesrekening over de periode tot 31 december 1977 van [P] ziet er in Canadese dollars uit als volgt:</para>
  </parablock>
  <para />
  <informaltable>
    <tgroup cols="4">
      <colspec colname="colA" />
      <colspec colname="colB" />
      <colspec colname="colC" />
      <colspec colname="colD" />
      <tbody>
        <row>
          <entry>
            <para>Inkopen</para>
          </entry>
          <entry>
            <para>2.911.207,43</para>
          </entry>
          <entry>
            <para>Verkopen</para>
          </entry>
          <entry>
            <para>3.165.261,92</para>
          </entry>
        </row>
        <row>
          <entry>
            <para>Kosten</para>
          </entry>
          <entry>
            <para>44.220,97</para>
          </entry>
          <entry>
            <para>Baten i.v.m. kwaliteitsverschillen</para>
          </entry>
          <entry>
            <para>
              <emphasis role="underline">2.970,--</emphasis>
            </para>
          </entry>
        </row>
        <row>
          <entry>
            <para>Koersverschillen</para>
          </entry>
          <entry>
            <para>4.034,39</para>
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
        </row>
        <row>
          <entry>
            <para>Winstbelasting</para>
          </entry>
          <entry>
            <para>10.807,34</para>
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
        </row>
        <row>
          <entry>
            <para>Winst</para>
          </entry>
          <entry>
            <para>
              <emphasis role="underline">197.961,79</emphasis>
            </para>
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
        </row>
        <row>
          <entry>
            <para />
          </entry>
          <entry>
            <para>3.168.213,91</para>
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
          <entry>
            <para>3.168.231,92</para>
          </entry>
        </row>
      </tbody>
    </tgroup>
  </informaltable>
  <para />
  <parablock>
    <para>Op grond van een bij het concern van belanghebbende gehouden boekenonderzoek heeft de Inspecteur op het oorspronkelijk vastgestelde verlies van f 35.525, -- de volgende correcties aangebracht:</para>
  </parablock>
  <para />
  <informaltable>
    <tgroup cols="3">
      <colspec colname="colA" />
      <colspec colname="colB" />
      <colspec colname="colC" />
      <tbody>
        <row>
          <entry>
            <para>oorspronkelijk verlies</para>
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
          <entry>
            <para>f 35.525,--</para>
          </entry>
        </row>
        <row>
          <entry>
            <para>voorraadcorrectie</para>
          </entry>
          <entry>
            <para>f 104.190,--</para>
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
        </row>
      </tbody>
    </tgroup>
  </informaltable>
  <para />
  <parablock>
    <para>winstverschuiving van belanghebbende naar [P] N.V .:</para>
  </parablock>
  <para />
  <informaltable>
    <tgroup cols="5">
      <colspec colname="colA" />
      <colspec colname="colB" />
      <colspec colname="colC" />
      <colspec colname="colD" />
      <colspec colname="colE" />
      <tbody>
        <row>
          <entry>
            <para>omzet</para>
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
          <entry>
            <para>Can.$ 3.168.231,--</para>
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
        </row>
        <row>
          <entry>
            <para>inkoop Can. $</para>
          </entry>
          <entry>
            <para>2.911.207,--</para>
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
        </row>
        <row>
          <entry>
            <para>koersverlies Can. $</para>
          </entry>
          <entry>
            <para>
              <emphasis role="underline">4.034,--</emphasis>
            </para>
          </entry>
          <entry>
            <para>
              <emphasis role="underline">2.915.241,--</emphasis>
            </para>
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
        </row>
        <row>
          <entry>
            <para />
          </entry>
          <entry>
            <para>Can. $ à 2,26</para>
          </entry>
          <entry>
            <para>252.990,--</para>
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
        </row>
        <row>
          <entry>
            <para />
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
          <entry>
            <para>571.757,--</para>
          </entry>
          <entry>
            <para>
              <emphasis role="underline">675,947,--</emphasis>
            </para>
          </entry>
        </row>
        <row>
          <entry>
            <para />
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
          <entry>
            <para />
          </entry>
          <entry>
            <para>f 640.422,--</para>
          </entry>
        </row>
      </tbody>
    </tgroup>
  </informaltable>
  <para />
  <parablock>
    <para>Nader is de inspecteur van oordeel dat de voorraadcorrectie dient te vervallen. Behalve aan belanghebbende zijn te zelfder tijd aan [P] navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting voor 1977 en 1978 opgelegd. Deze zijn na daartegen ingesteld beroep ambtshalve vernietigd".</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Het Hof heeft het geschil als volgt omschreven:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>"In geschil is in de eerste plaats of winstoverheveling heeft plaatsgevonden van belanghebbende naar [P] De inspecteur stelt dat dit zich heeft voorgedaan tot een beloop van primair f 536.232, -- en subsidiair f 532.717, --. Belanghebbende bestrijdt dat van winstoverheveling sprake is. Voorts is in geschil of ter zake daarvan terecht een verhoging is opgelegd en, zo ja, of daarvan terecht niets is  kwijtgescholden".</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Het Hof heeft omtrent de standpunten van partijen vermeld:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>"Voor de standpunten van partijen verwijst het Hof naar de stukken van het geding. Kort samengevat behelzen de standpunten het volgende:</para>
    <para>belanghebbende:</para>
    <para>Het door de inspecteur overgelegde bewijsmateriaal leidt niet tot de conclusie dat [P] geen zelfstandigheid bezit of in werkelijkheid geen reden van bestaan heeft of had. Evenmin is daaruit op te maken dat van winstoverheveling sprake is. De door belanghebbende overgelegde bewijsstukken tonen het tegendeel aan van wat de inspecteur beweert.</para>
    <para>Tot 1977 kocht het concern op beperkte schaal haring in in Canada. De kwaliteit van de Canadese haring liet te wensen over. De Canadese leveranciers konden blijkens proefleveranties niet aan de gestelde kwaliteitseisen voldoen. De te geringe aanvoer van haring op de Europese markt vanwege de E.E.G .- maatregelen noodzaakte belanghebbende niettemin zich in 1977 te richten op Canada. Deze markt moest worden onderzocht en geschikt gemaakt om de verlangde kwaliteit te halen. Dit werd bemoeilijkt door de ontstane situatie. De haringmarkt was door de tekorten omgeslagen van een kopersmarkt in een verkopersmarkt. [N] kende de Canadese markt en werd aangetrokken om deze markt te bewerken. Zowel in Schotland als in Curaçao werd een dochtermaatschappij opgericht met welke maatschappijen [N] de gelegenheid kreeg voor het concern de Canadese en Engelse markt te verkennen en te bewerken. [N] maakte daarbij gebruik van zijn kennis en relaties in Canada - zoals [DD] - bezocht regelmatig Canadese visproducenten, kocht haring en hield toezicht op de verwerking daarvan. Bij dit laatste werd vooral [DD] ingeschakeld.</para>
    <para>De directie van [P] bevindt zich in Curaçao. De werkelijke leiding met betrekking tot de inkoop en de verkoop voor rekening en risico van [P] berust bij [N] die niet in Nederland woont en slechts gedurende een korte overgangsperiode op de pay-roll heeft gestaan van [G] . Ook is geen sprake van een vaste inrichting van [P] in Nederland. Gezien het ontstaan en de internationale ontwikkeling van het concern heeft belanghebbende zich geen winst laten ontgaan. De keuze van de plaats van uitvoering van de internationale werkzaamheden is afhankelijk van het bedrijfsbeleid en berust op bedrijfseconomische gronden. Dit staat niet ter beoordeling van de fiscus. Uit de overgelegde telexberichten blijkt voldoende dat [N] de zaken voor [P] regelde en dat niet feitelijk vanuit Nederland werd gehandeld buiten [P] om. De positie van [D] sr. en diens activiteiten voor het concern dragen sinds zijn hartaanval in 1974 een beperkt karakter. De in Curaçao aanwezige directeuren verzorgen de administratie van [P] en verstrekken de betalingsopdrachten na fiattering door [N]. De door [P] bedongen marges moeten worden bezien vanuit het gegeven dat er sprake was van een verkopersmarkt. Er kon een goede marge worden bedongen, welke in concreto voor leveranties aan [H] en [G] ongeveer 7,4% bedroeg en voor leveranties aan derden varieerde van 12,75% tot 13,3%. Deze marges zijn niet bovenmatig als zij worden afgezet tegen de marge van ongeveer 3% van agenten die zonder produktbegeleiding niets anders doen dan het doorgeven van bestellingen. In 1977 en 1978 maakten de verkopen aan derden circa 10% van de omzet uit. De lagere marges voor [P] in 1980 en later zijn veroorzaakt door de sterke vermindering van de activiteiten van [N] en zijn organisatie. Dit is bevorderd door het feit dat in Nederland Van Leeuwen de inkoop is gaan verzorgen. Een verdere conclusie kan hieraan niet worden verbonden.</para>
    <para>Wat de verhoging betreft kan 100% slechts als passend gelden, indien [N] moet worden gezien als stroman en indien van inbreng van know how en potentiële cliënten geen sprake is geweest. De feitelijke situatie in 1977 stemt met dit laatste niet overeen. Er is door Nederland geen marktaandeel overgedragen aan een buitenlandse dochtermaatschappij. Van opzet of een zeer ernstige vorm van grove schuld, laat staan van fraude kan niet worden gesproken.</para>
    <para>Ter zitting van 18 januari 1985 is daaraan nog toegevoegd:</para>
    <para>De navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting 1977 en 1978 ten name van [P] zijn vernietigd wegens het ontbreken van een nieuw feit. De aanslag over 1979 ten name van [P] wordt in beroep bestreden. [P] is vanaf 1 november 1984 gevestigd in Nederland. De aanslagen vennootschapsbelasting 1978 tot en met 1980 ten name van belanghebbende zijn nog niet geregeld.</para>
    <para>
      [N] onderzocht de marktsituatie in Canada en bezocht potentiële afnemers. Het concern was de grootste klant. Deze wilde 10.000 ton per jaar afnemen, zodat de verkopen aan derden in verband met de marktsituatie beperkt moesten blijven. Als er verkoopmogelijkheden waren, kocht [N] in Canada in. Hij probeerde in- en verkoop op elkaar af te stemmen. Behalve ter plaatse kocht [N] ook in per telex vanuit Aberdeen. [P] werkte met bankgaranties en had een kredietfaciliteit gedekt door de moedervennootschap. [N] is niet in Curaçao geweest. Hij fiatteerde van elders de betalingen die door de directeuren werden verricht. [O] kocht in 1977 nog geen haring. Zij kreeg eerst in 1979 een fabriek voor verwerking en roken van vis. Toen er later weer Europese haring op de markt kwam, verdwenen de inkopen in Canada.</para>
    <para>Bij de inkopen in Canada werd [N] geassisteerd door [DD], een zelfstandig ondernemer wonende in Vancouver, en door twee mensen in dienst van [O] te weten [EE] en [FF]. Aan de activiteiten voor [P] besteedde [N] ongeveer 60 dagen per jaar. Vanzelfsprekend was er contact met de klanten over verpakking, kwaliteit en dergelijke. Belanghebbende liet echter het commerciële beleid over aan [N].</para>
    <para>Ter zitting van 30 augustus 1985 heeft belanghebbende bij zijn stellingen volhard.</para>
    <para>de inspecteur:</para>
    <para>
      [P] is niet meer dan een tussengeschoven maatschappij tussen [G] en [H] en de reeds bestaande Canadese contacten. [N] heeft de Canadese markt niet voor het concern opengelegd. De belangrijkste [P]-leveranciers waren reeds minstens 10 jaar leverancier van [G] . Dit kan worden geconstateerd aan de hand van de inkoopboeken uit het verleden. In 1975 bestonden er contacten tussen het concern en leveranciers van Canadese haring. In 1977 zijn er ook rechtstreekse contacten. [D] sr. die in 1977 tweemaal naar Canada reisde, heeft zelf voldoende kennis van haring en heeft daar [N] niet voor nodig.</para>
    <para>Uit het overgelegde bewijsmateriaal blijkt de onzelfstandige positie van [N] en [P] Ook de leveranties van [P] aan derden zijn feitelijk overeengekomen in Katwijk zoals uit het bewijsmateriaal blijkt. De in het voorjaar van 1979 aan [P] gegeven exportfunctie ter zake van de verkoop van producten van [H] naar Amerika heeft eveneens geen zelfstandige inhoud. De directeuren in Curaçao hebben geen enkele haringkennis en ontvangen slechts een managementvergoeding van ± Can. $ 1,500 per jaar. [N] heeft niets kunnen toevoegen aan de bij het concern aanwezige kennis van haring en makreel. Een nuttige bijdrage met betrekking tot kreeft, krab en zalm lijkt zeer onwaarschijnlijk gelet op zijn achtergrond. [N] kon als procuratiehouder van [P] vele toegerekende transacties niet afsluiten, aangezien zijn procuratie was beperkt tot f 100.000, -- per transactie. De door [P] te factureren prijzen en daarmee de marges werden bepaald door Nederland. Enig feitelijk risico heeft [P] niet gelopen. Uit de notulen van vergaderingen blijkt dat [P] geen zelfstandig profit center is, maar slechts op advies van anderen is geconstrueerd om fiscale voordelen te behalen. Het fiscale voordeel is aanzienlijk. Volgens een afspraak met de Antilliaanse fiscus wordt 90% van de winst van [P] belast naar maximaal 3%. Het effectieve tarief voor de gehele winst bedraagt ongeveer 5%. Er is sprake van een spel rond [P] en [O] De bankrekening van [P] te Curaçao is er uitsluitend ter wille van de "optiek". De feitelijke betalingen lopen via Antwerpen, waarop vanuit Nederland gemakkelijk controle kan worden uitgeoefend. De Nederlandse vennootschappen houden zich veel gedetailleerder met [P] bezig dan binnen een concern gebruikelijk is.</para>
    <para>De geconstateerde feiten leiden tot geen andere conclusie dan dat een onzakelijke winstverschuiving binnen het concern heeft plaatsgehad, welke op grond van het arm's length beginsel dient te worden gecorrigeerd. Gelet op de bedragen waarom het gaat is een verhoging van 100% passend.</para>
    <para>Ter zitting van 18 januari 1985 is nog het volgende toegevoegd: De inkoop van het concern op de Canadese markt bedraagt sinds 1972 300 ton haring per jaar. [N] verrichtte slechts hulpwerkzaamheden op het terrein van de inkoop voor het concern en fungeert als tussenpersoon in de opzet rond [P] De kwaliteitsproblemen met de haring zijn gebleven. Niet aangetoond is dat alleen [N] met betrekking tot andere produkten dan haring de Canadese inkoopmarkt voor het concern heeft opengelegd voor rekening en risico van [P]</para>
    <para>Op grond van afspraken tussen belanghebbende en de formele directeuren van [P] worden in Nederland de beslissingen genomen. [N] voert slechts instructies uit. Ten aanzien van de inkoopprocedure in Canada is sprake van raamafspraken waarbij [N] na ruggespraak met Nederland betrokken is. De leveranties geschieden vervolgens op afroep. </para>
    <para>Als [P] al zelfstandigheid toekomt is het onzakelijk dat haar zonder een adequate vergoeding het behalen van hoge winstmarges wordt gegund.</para>
    <para>Subsidiair wordt gesteld dat de activiteiten van [P] zich hebben beperkt tot de administratieve sfeer. De daaraan toe te rekenen winst kan worden bepaald met de "cost plus" methode, waarbij een opslag van 5% als at arm's length kan worden beschouwd. Hiervan uitgaande kan het belastbaar bedrag worden verminderd met f 3.515, -- (5% van Can. $ 42.604,97 à f 1,65).</para>
    <para>Ter zitting van 30 augustus 1985 heeft de inspecteur gepersisteerd".</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Het Hof heeft omtrent het geschil overwogen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>"Het staat een concern als dat van belanghebbende vrij voor zijn onderscheiden activiteiten die vennootschapsstructuur te kiezen die hem passend voorkomt. Binnen het raam van zijn economische doelstelling kan een concern in beginsel naar eigen inzicht bepalen in hoeveel en in welke afzonderlijke juridische eenheden de organisatie van het totale produktieproces wordt opgedeeld. Wijziging in het aantal afzonderlijke onderdelen en in de taak van elk afzonderlijk onderdeel behoort tot de competentie van de concernleiding. De belastingadministratie dient ten behoeve van de belastingheffing de juridische opbouw en inrichting van het concern te eerbiedigen en te volgen, tenzij sprake zou zijn van een schijnhandeling of van fraus legis. Dat een van deze laatste situaties zich zou voordoen, is gesteld noch gebleken.</para>
    <para>Voor zover een concern bij zijn organisatie van het totale produktieproces gebruik maakt van buiten Nederland gevestigde vennootschappen, behoeft slechts te worden bezien of de transacties tussen de in het buitenland gevestigde onderdelen van het concern en die gevestigd in Nederland worden afgerekend op basis van at arm's length voorwaarden.</para>
    <para>Te dien aanzien heeft de inspecteur primair gesteld, dat tussen belanghebbende en haar statutair in Willemstad te Curaçao gevestigde dochtermaatschappij [P] winstverschuiving heeft plaatsgevonden in dier voege dat [P] haar gehele netto-omzet (verkoop minus inkoop) heeft te danken aan belanghebbende, en dat die netto-omzet winst is van belanghebbende.</para>
    <para>In het licht van het eerder overwogene moet deze stelling van de inspecteur worden verworpen. Deze stelling komt in wezen erop neer dat het belanghebbende niet vrijstaat een deel van haar activiteiten, te weten de inkoop van grondstof op de Canadese markt, te laten verrichten door het concernonderdeel dat haar binnen het raam van haar economische doelstelling goeddunkt. Hierbij dient in aanmerking te worden genomen dat door de veranderde marktomstandigheden met betrekking tot de inkoop van haring voor belanghebbende een nieuwe situatie ontstond en het voor haar van groot belang was de inkoop op de Canadese markt in het onderhavige jaar fors uit te breiden en, gelet op de ongunstige ervaringen in het verleden met betrekking tot de kwaliteit van Canadese haring, goed te begeleiden. Om zulks te realiseren is de in Schotland woonachtige [N] aangetrokken die, naar niet is betwist, activiteiten heeft ontplooid in Canada en daarbij, naar aannemelijk is geworden, niet in loondienst was van een van de in Nederland gevestigde concernonderdelen, en die, naar voor de hand ligt en naar de inspecteur uiteindelijk ook niet bestrijdt, deskundig is op het gebied van haring. Er is dan ook geen reden aan [P] bestaansrecht te ontzeggen of te oordelen dat deze omzet niet via [P] is gerealiseerd.</para>
    <para>Van geen belang is in dit opzicht dat ook belanghebbende zelf in staat moet worden geacht de Canadese inkoopmarkt te kunnen verkennen en bewerken en dat zij ondanks de activiteiten van [P] met die markt bemoeienis bleef houden. Voorts valt op dat de inspecteur zonder redengeving de kosten van [P] - waarvan geenszins aannemelijk is dat die zouden zijn vermeden, indien belanghebbende niet via [P] zou hebben ingekocht op de Canadese markt - buiten aanmerking heeft gelaten.</para>
    <para>Nader heeft de inspecteur ten aanzien van de door [P] B.V. verantwoorde omzet nog aangevoerd, dat belanghebbende ten onrechte geen adequate vergoeding voor de aan [P] overgehevelde winstpotentie heeft bedongen. Deze achterwege gelaten vergoeding had, naar het Hof dit nadere standpunt van de inspecteur verstaat, moeten worden gesteld op de eerder vermelde netto-omzet. Dit nadere standpunt van de inspecteur moet op dezelfde gronden als hiervoor overwogen worden verworpen. Daar komt bij dat niet valt in te zien waarom [P] voor het bewerken van een nieuwe markt als hier in geding, waarvoor zijzelf de deskundige in de persoon van [N] beschikbaar had, een vergoeding - nog wel een zodanige als door de inspecteur gesteld - zou moeten betalen.</para>
    <para>Aan het door de inspecteur subsidiair ingenomen standpunt ligt ten grondslag dat [P] een zelfstandige taak heeft, zij het een beperkt tot het verrichten van administratieve handelingen. Met deze stelling wordt echter evenzeer miskend dat het aan het concern vrijstond aan [P] de taak te geven die hem passend voorkwam. Ook deze stelling kan de inspecteur derhalve niet baten.</para>
    <para>Gesteld noch gebleken is dat een deel van de door [P] in het onderhavige jaar afgesloten transacties naar zijn aard niet paste binnen haar taakstelling in het concern. Evenmin is gesteld of gebleken dat de door [P] berekende prijzen en marges op zichzelf bezien niet op zakelijke gronden zouden berusten.</para>
    <para>Uit al het vorenoverwogene volgt dat in het onderhavige jaar er geen sprake is geweest van een winstoverheveling van belanghebbende naar [P], welke zou moeten worden gecorrigeerd.</para>
    <para>Voor zover de inspecteur heeft willen stellen dat uit de door hem aangedragen feiten en omstandigheden moet worden afgeleid dat [P] haar winst heeft behaald door middel van een vaste inrichting in Nederland dan wel dat de feitelijke leiding van [P] in Nederland werd uitgeoefend, behoeven die stellingen geen nader onderzoek, aangezien die stellingen met zich brengen dat niet belanghebbende maar [P] voor de door haar behaalde winst in Nederland belastingplichtig is".</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Op die gronden heeft het Hof de navorderingsaanslag vernietigd.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">3. Geding in cassatie.</emphasis>
  </para>
  <para>De Staatssecretaris van Financiën heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Hij heeft het volgende middel van cassatie voorgesteld:</para>
  <parablock>
    <para>"Schending van het recht, met name van artikel 8, eerste lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 in verbinding met artikel 7 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 en van artikel 17 van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken, doordat het Hof ten onrechte en/of op gronden welke de beslissing niet kunnen dragen, heeft beslist, dat er in het onderhavige jaar geen sprake is geweest van een winstoverheveling van belanghebbende naar [P], welke zou moeten worden gecorrigeerd.</para>
    <para>Ter toelichting moge het volgende dienen.</para>
    <para>1.1. Het Hof heeft overwogen dat, voor zover een concern bij zijn organisatie van het totale produktieproces gebruik maakt van buiten Nederland gevestigde vennootschappen, slechts behoeft te worden bezien of de transacties tussen de in het buitenland gevestigde onderdelen van het concern en die gevestigd in Nederland worden afgerekend op basis van at arm's length voorwaarden. Te dien aanzien heeft de inspecteur, blijkens 's Hofs weergave daarvan, primair gesteld, dat tussen belanghebbende en haar statutair in Willemstad te Curaçao gevestigde dochtermaatschappij [P] winstverschuiving heeft plaatsgevonden in dier voege dat [P] haar gehele netto-omzet (verkoop minus inkoop) heeft te danken aan belanghebbende, en dat die netto-omzet winst is van belanghebbende.</para>
    <para>Het Hof heeft deze stelling verworpen op de grond dat deze stelling er in wezen op neerkomt dat het belanghebbende niet vrij staat een deel van haar activiteiten, te weten de inkoop van grondstof op de Canadese markt, te laten verrichten door het concernonderdeel dat haar binnen het raam van haar economische doelstelling goeddunkt. Dat 's Hofs evenbedoelde oordeel 's Hofs uitspraak niet kan dragen moge hierna worden toegelicht.</para>
    <para>1.2. De inspecteur heeft onder meer in zijn vertoogschrift (blz. 7, 11 en 12) gemotiveerd weersproken dat [P] met betrekking tot haar inkoop-, verkoop- en exportfunctie zelfstandig optrad. Op blz. 18 van zijn vertoogschrift concludeert de inspecteur, gelet op zijn voorgaande beschouwingen en het daarbij behorende uitgebreide feitenmateriaal, tot een onzakelijke winstverschuiving binnen het Ouwehand-concern naar de dochtermaatschappij [P], welke op grond van het arm's length beginsel bij de winstbepaling van belanghebbende dient te worden gecorrigeerd. In zijn conclusie van dupliek (blz. 2 en 3) heeft de inspecteur opgemerkt dat de winstmarge van [P] alleen dan gerechtvaardigd zou kunnen worden met het feitelijk gelopen hebben van risico ten aanzien van onder meer het vinden van afnemers voor de door haar ingekochte produkten, de te ontvangen prijs en afkeuring van de verkochte partijen. Voor de wijze waarop men de desbetreffende risico's feitelijk heeft ontlopen, verwees de inspecteur naar zijn vertoogschrift, waarin een en ander (blz. 7 en volgende) uitvoerig en gedocumenteerd is beschreven. Op blz. 3 van de eerdergenoemde conclusie van dupliek heeft de inspecteur er (terecht) op gewezen dat van belang is, welke activiteiten feitelijk door [P] werden verricht en vooral welke handelsrisico's door [P] feitelijk werden gelopen. In zijn pleitnota (punt 1) concludeert de inspecteur nogmaals dat zich te dezen een onzakelijke winstverschuiving ten gunste van de Antillen heeft voorgedaan en dat de door [P] gerealiseerde winst onder gelijke voorwaarden en omstandigheden niet aan derden zou toevallen. Daaraan voegde hij nog toe dat dit anders zou zijn als [P] feitelijk zelfstandig en voor eigen rekening zou hebben gehandeld. Laatstbedoelde omstandigheid heeft zich, gelijk de inspecteur reeds in zijn vertoogschrift onder verwijzing naar het uitgebreide feitenmateriaal, concludeerde, te dezen niet voorgedaan. Onder punt 2.3 van zijn pleitnota neemt de inspecteur het standpunt in dat het toerekenen van een inkoopmarge berust op fiscale overwegingen en economische grondslag ontbeert. Onder punt 2.19 van de pleitnota komt de inspecteur tot het oordeel dat, aangezien door [P] niet voor eigen rekening en risico is ingekocht, elke aan haar toegerekende marge als onzakelijk moet worden bestempeld.</para>
    <para>Volledigheidshalve wijs ik nog op belanghebbendes reactie op de pleitnota van de inspecteur (blz. 3) waar zij opmerkt dat de inspecteur impliciet erkent het feit dat het belastingplichtige vrij staat economische activiteiten onder te brengen in zelfstandige vennootschappen en dat het juist is dat de inspecteur, daarvan uitgaande, dat intercompany-pricing mag toetsen.</para>
    <para>1.3. In het licht van al het voorgaande acht ik het even onbegrijpelijk als onjuist, dat het Hof de (primaire) stelling van de inspecteur heeft verstaan in die zin, dat deze stelling er in wezen op neerkomt, dat het belanghebbende niet vrij staat een deel van haar activiteiten te laten verrichten door het concernonderdeel dat haar binnen het raam van haar economische doelstelling goeddunkt. Uit de gedingstukken valt op geen enkele wijze af te leiden dat de inspecteur in wezen van een zodanige stelling zou zijn uitgegaan. Integendeel, de inspecteur heeft zich op grond van het bijgevoegde bewijsmateriaal in wezen veeleer op het standpunt gesteld dat N.V. [P] de inkoopactiviteiten e.d. in feite helemaal niet voor eigen rekening en risico heeft verricht en dat derhalve een onzakelijke winstverschuiving optrad, die diende te worden gecorrigeerd.</para>
    <para>1.4. Uit het voorgaande volgt dat 's Hofs beslissing onbegrijpelijk is en niet naar de eisen van de wet met redenen omkleed, zodat zij niet in stand zal kunnen blijven.</para>
  </parablock>
  <para>2. Het Hof heeft geoordeeld dat aan het door de inspecteur subsidiar (bedoeld zal zijn: meer subsidiar; zie de pleitnota' van de inspecteur, blz. 11, slot) ingenomen standpunt ten grondslag ligt dat [P] een zelfstandige taak heeft, zij het een beperkt tot het verrichten van administratieve handelingen, doch dat met deze stelling evenzeer wordt miskend dat het aan het concern vrij stond aan [P] de taak te geven die hem passend voorkwam. Ook dit oordeel van het Hof acht ik onbegrijpelijk, waar het volledig voorbij gaat aan en een miskenning inhoudt van het wezen van de hierbedoelde stelling van de inspecteur. Uit de gedingstukken volgt op geen enkele wijze dat aan de stelling van de inspecteur enige miskenning of betwisting ten grondslag ligt van een aan het concern toekomende vrijheid aan [P] ondersteunende, voorbereidende of hulpactiviteiten. 's Hofs verwerping van de stelling van de inspecteur op de daartoe gebezigde grond acht ik even onbegrijpelijk als onjuist, weshalve ik ook te dien aanzien 's Hofs uitspraak niet naar de eisen der wet met redenen omkleed acht.</para>
  <para>3. Het Hof overweegt dat gesteld noch gebleken is dat een deel van de door [P] in het onderhavige jaar afgesloten transacties naar zijn aard niet paste binnen haar taakstelling in het concern. Voor zover 's Hofs beslissing dat er in het onderhavige jaar geen sprake is geweest van een winstoverheveling steunt op vorenbedoeld oordeel, acht ik die beslissing onbegrijpelijk alsook - voor wat vorenbedoeld oordeel betreft - blijk te geven van een onjuiste rechtsopvatting, waar het te dezen immers niet aankomt op de vraag of een deel van de door [P] in het onderhavige jaar afgesloten transacties naar zijn aard al dan niet paste binnen haar taakstelling in het concern, doch op de vraag of en in hoeverre door [P] in het onderhavige jaar feitelijk voor eigen rekening en risico transacties zijn afgesloten. </para>
  <para>4. Met betrekking tot 's Hofs overweging dat evenmin is gesteld of gebleken dat de door [P] berekende prijzen en marges op zichzelf bezien niet op zakelijke gronden zouden berusten, geldt mutatis mutandis hetzelfde als ik hiervoor onder 3 heb opgemerkt. Te dezen komt het in wezen slechts aan op de vraag of en in hoeverre door [P] in het onderhavige jaar feitelijk voor eigen rekening en risico transacties zijn afgesloten en de daarvoor berekende prijzen en marges op zakelijke gronden berusten. Dat laatste wordt door de inspecteur ontkend.</para>
  <parablock>
    <para>Op grond van het vorenstaande ben ik van oordeel dat de uitspraak van het Hof niet in stand zal kunnen blijven. Volledigheidshalve merk ik nog op, dat na verwijzing naar mijn oordeel alsnog aan de orde kan komen tot welk bedrag bij de vaststelling van de winstverschuiving nog rekening behoort te worden gehouden met de kosten van [P] </para>
    <para>Ten slotte merk ik nog op dat het Hof te Amsterdam eveneens op 15 november 1985 (rolnr. 5819/83) uitspraak heeft gedaan inzake de vraag of [P] in Nederland, hetzij als binnenlands, hetzij als buitenlands belastingplichtige kan worden belast. Een afschrift van de desbetreffende uitspraak voeg ik ter informatie hierbij".</para>
    <para>Belanghebbende heeft bij vertoogschrift zowel de ontvankelijkheid als de gegrondheid van het cassatieberoep bestreden.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">4. Bestrijding door belanghebbende van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie.</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Ten betoge dat de Staatssecretaris in zijn beroep niet kan worden ontvangen, heeft belanghebbende gesteld - zakelijk weergegeven - dat zij en de Inspecteur bij een gedurende de loop van het geding voor het Hof mondeling tot stand gekomen overeenkomst afstand hebben gedaan van de aan haar, onderscheidenlijk aan de Staatssecretaris toekomende bevoegdheid beroep in cassatie in te stellen tegen de door het Hof in dat geding te geven uitspraak. De Staatssecretaris heeft de juistheid van deze stelling weersproken.</para>
    <para>Uit hetgeen hierna onder 5 wordt overwogen, volgt dat het middel, ook indien de Staatssecretaris ontvankelijk mocht zijn in zijn beroep, niet tot cassatie zou kunnen leiden. Zulks in aanmerking genomen vindt de Hoge Raad uit overwegingen van proceseconomie aanleiding vorenstaand betoog van belanghebbende buiten beschouwing te laten en, veronderstellenderwijze uitgaande van de ontvankelijkheid van het beroep, dat te verwerpen.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">5. Beoordeling van het middel.</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Anders dan de eerste twee onderdelen van het middel betogen, is de wijze waarop het Hof de primair, onderscheidenlijk subsidiair door de Inspecteur ingenomen standpunten heeft verstaan - beschouwd tegen de achtergrond van al hetgeen de Inspecteur blijkens de gedingstukken voor het Hof had aangevoerd - niet onbegrijpelijk, zodat die onderdelen tevergeefs worden voorgesteld.</para>
    <para>Het derde en het vierde onderdeel keren zich tegen 's Hofs oordeel dat er in het onderhavige jaar geen sprake is geweest van een winstoverheveling van belanghebbende naar [P], alsmede tegen de overwegingen die het Hof tot dit oordeel hebben geleid.</para>
    <para>Dat oordeel en die overwegingen geven echter geen blijk van een onjuiste opvatting omtrent het bepaalde in artikel 7 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 en zijn verweven met waarderingen van feitelijke aard, zodat zij voor het overige in cassatie niet op hun juistheid kunnen worden getoetst. Een en ander is ook niet onbegrijpelijk. Het derde en het vierde onderdeel kunnen dus evenmin tot cassatie leiden.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">6. Beslissing. </emphasis>
  </para>
  <para>De Hoge Raad verwerpt het beroep.</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Aldus gewezen door mrs. Royer, vice-president, Jansen, Van der Linde, Baardman en Bellaart, raadsheren. Uitgesproken door de vice-president voornoemd ter raadkamer van 20 april 1988, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier mr. Koopman.</para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>