<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:1987:AB9113</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-06T10:06:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AB9113</dcterms:replaces>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AG5617</dcterms:replaces>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AM9890</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1987-06-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13274</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:1987:AB9113" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:1987:AB9113</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AB 1988, 276 met annotatie van J.A. Hofman, B.M.J. van der Meulen</rdf:li>
          <rdf:li>NJ 1988, 702 met annotatie van E.A. Alkema</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 1987, 135</rdf:li>
          <rdf:li>PS-Updates.nl 2021-0951</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1987:AB9113">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1987:AB9113</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-02T14:04:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:1987:AB9113 Hoge Raad , 05-06-1987 / 13274</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:1987:AB9113:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:1987:AB9113:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>5 juni 1987</para>
  <para>Eerste Kamer</para>
  <para>Nr. 13.274</para>
  <para>AT</para>
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Hoge Raad der Nederlanden</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Arrest</emphasis>
    </para>
    <para>in de zaak van:</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>1. [eiser 1], en</para>
  <para>2. [eiseres 2], </para>
  <parablock>
    <para>Beiden wonende te [woonplaats], </para>
    <para>EISERS tot cassatie, </para>
    <para>advocaat: Mr. L. van Heijningen, </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>t e g e n</para>
  </parablock>
  <para />
  <para>1. Centrum voor Informatie en Documentatie Israel (C.I.D.I.), </para>
  <para>gevestigd te 'sGravenhage,</para>
  <para>2. Stichting Nederlands Auschwitz Comite, </para>
  <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
  <para>3. Anne Frank Stichting, </para>
  <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
  <para>4. Stichting Overlegorgaan van Joden en Christenen in Nederland, </para>
  <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
  <para>5. Nederlands Israelitische Gemeente te Utrecht,</para>
  <para>gevestigd te Utrecht,</para>
  <para>6. Nederlands Israelitische Gemeente te Zwolle,</para>
  <para>gevestigd te Zwolle,</para>
  <para>7. Nederlands Israelitische Gemeente te Emmen,</para>
  <para>gevestigd te Emmen,</para>
  <para>8. [verweerder 8], </para>
  <para>wonende te [woonplaats],</para>
  <para>9. [verweerster 9], </para>
  <para>wonende te [woonplaats],</para>
  <para>10. [verweerder 10],</para>
  <para>wonende te [woonplaats],</para>
  <para>11. [verweerster 11],</para>
  <parablock>
    <para>wonende te [woonplaats],</para>
    <para>VERWEERDERS in cassatie,</para>
    <para>advocaat: Mr. E. Grabandt.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">1. Het geding in feitelijke instantie</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Verweerders in cassatie — verder te noemen [verweerders] — hebben bij exploot van 4 september 1985 eisers tot cassatie te zamen met de Stichting Evangeliepreking [A] — verder te noemen [eisers] — in kort geding gedagvaard voor de President van de Rechtbank te [woonplaats] en gevorderd dat de President bij vonnis [eisers] zal verbieden door te gaan met het verspreiden van het gospelblad ‘’Evan’’ derde jaargang no. 10–1985 en de bijgewerkte versie hiervan, en [eisers] verder te verbieden zich in de toekomst bij het in het openbaar uitdragen van hun ‘’zienswijze’’ zowel mondeling als schriftelijk beledigend en/of kwetsend en/of onnodig grievend uit te laten jegens leden van het Joodse ras, althans leden van de Joodse bevolkingsgroep, althans personen met de Joodse geloofsovertuiging, zulks op verbeurte van een dwangsom van ƒ. 100.000,-- voor iedere overtreding. </para>
    <para>Nadat [verweerders] bij akte hun eis hadden vermeerderd met een verbod tot het verspreiden van het gospelblad ‘’Evan’’ derde jaargang no. 12–1985, en [eisers] tegen de vorderingen verweer hadden gevoerd, heeft de President bij vonnis van 13 september 1985 de vorderingen in hoofdzaak toegewezen met bepaling van een dwangsom van ƒ. 1.000,-- voor iedere overtreding, met een maximum van ƒ. 100.000,-- totaal. </para>
    <para>Tegen dit vonnis hebben [eisers] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Arnhem.</para>
    <para>Bij tussenarrest van 4 augustus 1986 heeft het Hof de zaak naar de rol verwezen voor het bij akte in het geding brengen van de bijgewerkte versie van aflevering 10 en van aflevering 12 jaargang 1985 van het door [eisers] verspreide blad Evan en bij eindarrest van 29 september 1986 onder wijziging van gronden het vonnis van de President bekrachtigd. </para>
    <para>Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">2. Het geding in cassatie</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Tegen het arrest van het Hof hebben eisers tot cassatie beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. </para>
    <para>
      [verweerders] hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.</para>
    <para>De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.</para>
    <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal Leijten strekt tot verwerping van het beroep.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">3. Beoordeling van het middel</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Het Hof heeft, ieders vrijheid tot het belijden van zijn godsdienst vooropstellende, terecht geoordeeld dat de in art. 6 Grondwet aan die vrijheid gestelde grens van ‘’ieders verantwoordelijkheid volgens de wet’’ betekent dat ook art. 1401 BW beperkingen kan stellen aan de wijze waarop van die vrijheid gebruik wordt gemaakt. Voor wat betreft de in art. 9 EVRM neergelegde ‘’vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst’’, waarop door eisers tot cassatie eveneens een beroep wordt gedaan, moet op grond van het in lid 2 van dat artikel bepaalde hetzelfde worden geoordeeld. </para>
    <para>Het Hof heeft voorts op grond van zijn vaststellingen met betrekking tot de omstandigheden van het onderhavige geval — in het bijzonder de strekking van de uitlatingen van [eisers], de gekozen bewoordingen, de aan hun uitgaven gegeven vorm en de huis aan huis verspreiding daarvan — gewogen tegen de achtergrond van ‘’alles wat Joodse mensen in de Tweede Wereldoorlog is aangedaan’’ en de daaruit voortkomende, bij diverse groepen mensen bestaande gevoelens, zonder schending van enige rechtsregel kunnen oordelen dat [eisers] bij het belijden van hun godsdienstige overtuiging 'hun verantwoordelijkheid volgens de wet —artikel 1401, 4e boek, Burgerlijk Wetboek — (hebben) verzaakt’’, dus onrechtmatig hebben gehandeld. </para>
    <para>Uit het voorgaande volgt dat de aan het middel ten grondslag liggende stelling, dat het Hof het recht op vrijheid van godsdienst heeft miskend door de gewraakte uitlatingen van [eisers] te toetsen aan maatstaven ‘’die gelden in het profane verkeer’’, niet kan worden aanvaard. Het middel faalt. </para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">4. Beslissing</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>De Hoge Raad:</para>
    <para>verwerpt het beroep;</para>
    <para>veroordeelt eisers tot cassatie in de kosten van het geding in cassatie, aan de zijde van [verweerders] tot aan deze uitspraak begroot op ƒ 456,30 aan verschotten en ƒ. 2.500,-- voor salaris. </para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>Dit arrest is gewezen door de vice-president Ras als voorzitter en de raadsheren Van den Blink, De Groot, Bloembergen en Boekman, en in het openbaar uitgesproken door Mr. Hermans op <emphasis role="underline">5 juni 1987</emphasis>.</para>
  </parablock>
  <para />
</uitspraak>
</open-rechtspraak>