<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:1984:AG4781</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T15:38:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AG4781</dcterms:replaces>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AC8357</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1984-03-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">6026</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:1984:AG4781" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:1984:AG4781</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJ 1984, 650 met annotatie van A.H.J. Swart</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 1984, 72</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1984:AG4781">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1984:AG4781</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-01T10:45:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-03-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:1984:AG4781 Hoge Raad , 23-03-1984 / 6026</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:1984:AG4781:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vreemdelingenrecht. Beklag ingevolge art. 43 Vreemdelingenwet. Nederlandse nationaliteit door erkenning? Eisen te stellen aan het bewijs dat erkenning nietig is.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:1984:AG4781:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>23 maart 1984</para>
  <para>Eerste Kamer</para>
  <para>Reg. Nr. 6026</para>
  <para>AT</para>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Hoger Raad der Nederlanden</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Uitspraak</emphasis>
    </para>
    <para>Gegeven op een beklag ingevolge artikel 43 van de Vreemdelingenwet, ingediend door:</para>
    <para>
      <emphasis role="underline">
        [klaagster]
      </emphasis>, geboren te [geboorteplaats] , Indonesië op [geboortedatum] 1994.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">1. Het beklag </emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Het beklag berust op de stelling dat klaagster, ofschoon zij de Nederlandse nationaliteit bezit, wordt onderworpen, althans dreigt te worden onderworpen, aan maatregelen die slechts op vreemdelingen kunnen worden toegepast.</para>
    <para>De betrokken schriftuur, ondertekend door Mr. L.C.D.F. Bienen, advocaat bij de Hoge Raad, en ter griffie van de Hoge Raad ingekomen op 22 februari 1982, is – te zamen met een door dezelfde advocaat ondertekende aanvullende schriftuur die op 10 maart 1982 is binnengekomen – aan deze uitspraak gehecht en maakt daarvan deel uit.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">2. Het standpunt van de Staatssecretaris van Justitie</emphasis>
  </para>
  <para>Naar aanleiding van een verzoek van de Hoge Raad zich over het beklag uit te laten, heeft de Staatssecretaris bij brief van 29 maart 1982 aan de Hoge Raad bericht zich op het standpunt te stellen, samengevat weergegeven, dat naar zijn oordeel voor de vraag of klaagster Nederlandse is beslissend is of haar op 30 juni 1921 in het voormalige Nederlandsch-Indië te Surabaya uit de inlandse vrouw [betrokkene 1] geboren moeder aan haar erkenning door [betrokkene 2] de Nederlandse nationaliteit kon ontlenen, hetgeen niet het geval is nu die erkenning geen rechtsgevolgen heeft gehad omdat [betrokkene 2] toen nog gehuwd was met een andere vrouw.</para>
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">3. Verdere procesgang</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Op verzoek van klaagster is de behandeling van het beklag aanvankelijk aangehouden. De behandeling heeft plaatsgevonden ter openbare terechtzitting van 13 januari 1983. Aldaar zijn gehoord Mr. Bienen die namens klaagster het beklag heeft toegelicht en daarbij nog een uittreksel uit de registers van de burgerlijke stand heeft overgelegd betreffende het overlijden van </para>
    <para>
      [betrokkene 3] , alsmede [betrokkene 4] , werkzaam bij de Hoofdafdeling Privaatrecht van het Ministerie van Justitie. Laatstgenoemde heeft bij schrijven van 14 maart 1983 nog nadere gegevens verstrekt welke zijns inziens het standpunt van de Staatssecretaris ondersteunen. Namens klaagster is op dit schrijven bij op 24 mei 1983 ter griffie van de Hoge Raad ingekomen brief van haar raadsvrouw gereageerd.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">4. De conclusie van het Openbaar Ministerie</emphasis>
  </para>
  <para>De Advocaat-Generaal Mok heeft op 3 februari 1984 geconcludeerd tot gegrondverklaring van het beklag.</para>
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">5. Beoordeling van het beklag</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Blijkens een overgelegd uittreksel uit het register van de burgerlijke stand voor Europeanen te Pasuruan is klaagster op 24 maart 1944 in het toenmalige Nederlandsch-Indië te [geboorteplaats] geboren als buitenechtelijke dochter van [klaagster] ; van een erkenning door de vader is niet gebleken.</para>
    <para>Voor de vraag of klaagster de Nederlandse nationaliteit bezit, is – daarover zijn klaagster en de Staatssecretaris het eens – enkel beslissend of haar moeder, [klaagster] , die op 26 maart 1951 is overleden, Nederlandse was.</para>
    <para>Partijen zijn het er voorts over eens dat op [klaagster] betrekking heeft een overgelegd uittreksel uit de registers van de burgerlijke stand voor Europeanen te Surabaya, blijkens hetwelk uit het bij-register I van geboorten voor Europeanen te Surabaya, akte gedateerd 11 oktober 1924, nr. 35, blijkt dat te Surabaya op de [geboortedatum] 1921 is geboren: “ [klaagster] , dochter, door de vader [betrokkene 2] , [betrokkene 2] , erkend, met toestemming van de moeder, een Indonesische vrouw, genaamd [betrokkene 1] ”.</para>
    <para>Klaagster stelt dat nu [betrokkene 2] de Nederlandse nationaliteit bezat, uit diens erkenning van zijn dochter [klaagster] volgt dat ook deze laatste Nederlandse was.</para>
    <para>De Staatssecretaris betwist niet dat [betrokkene 2] de Nederlandse nationaliteit bezat, maar wel dat uit diens erkenning van klaagster moeder voortvloeit dat deze laatste Nederlandse was. De Staatssecretaris stelt daartoe:</para>
    <para>dat blijkens de opgaven Burgerlijke Stand voorkomende in de “Naamlijst van de Europeesche Inwoners” van 1902, blz. 370, [betrokkene 2] in 1902 is gehuwd met de Chinese vrouw [betrokkene 3] ,;</para>
    <para>dat op deze vrouw betrekking heeft het overgelegde uittreksel uit de registers voor de burgerlijke stand voor Europeanen te Surabaya, blijkens hetwelk aldaar op 6 oktober 1930 is overleden: “ [betrokkene 3] , (…) laatstelijk verblijvend te Kamal (Madura), echtgenote van [betrokkene 2] , nadere gegevens onbekend”;</para>
  </parablock>
  <para>- dat uit Kleian’s Adresboek voor Nederlandsch-Indië valt op te maken dat [betrokkene 2] in 1930 te Kamal woonde.</para>
  <parablock>
    <para>Uit deze omstandigheden wil de Staatssecretaris klaarblijkelijk afleiden dat [betrokkene 2] , toen hij bij [betrokkene 1] het kind verwekte dat hij in 1924 heeft erkend, was gehuwd met [betrokkene 3] Kwie Nio, zodat dit kind “ in overspel geteeld” en de erkenning ingevolge art. 283 van het Burgerlijk Wetboek voor Nederlandsch-Indië nietig is en elk rechtsgevolg ontbeert.</para>
    <para>Aan de door de Staatssecretaris ingeroepen omstandigheden kunnen inderdaad vermoedens worden ontleend voor de juistheid van het door hem ingenomen standpunt. Daaraan kan nog worden toegevoegd dat [betrokkene 2] pas ongeveer acht maanden na het overlijden van [betrokkene 3] met [betrokkene 1] in het huwelijk is getreden en dat hij bij die gelegenheid als weduwnaar van [betrokkene 3] is vermeld. Het gaat hier evenwel om feiten en omstandigheden die moeten worden gesitueerd in een samenleving die in tijd en plaats ver van onze is verwijderd en waaromtrent zich van hieruit thans ook bezwaarlijk meer met genoegzame zekerheid gegevens laten verzamelen. Tegen die achtergrond, en mede in aanmerking genomen dat niet blijkt dat de Nederlandsch-Indische autoriteiten ooit in twijfel hebben getrokken dat aan klaagster en haar moeder de achternaam [klaagster] en de Nederlandse nationaliteit toekwamen, is de Hoge Raad door eerder genoemde vermoedens ten gunste van het standpunt van de Staatssecretaris niet voldoende overtuigd om bewezen te oordelen dat [klaagster] door [betrokkene 2] “in overspel geteeld”, en haar erkenning door hem deswege nietig is.</para>
    <para>Een en ander leidt tot de slotsom dat het beklag gegrond is.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para>
    <emphasis role="underline">6. Beslissing</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>De Hoge Raad:</para>
    <para>verklaart het beklag gegrond;</para>
    <para>laat klaagster toe te dezer zake kosteloos te procederen. </para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>Dit beklag is gewezen door de vice-president Drion als voorzitter en de raadsheren Snijders, Royer, Martens en Verburgh, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president Ras op <emphasis role="underline">23 maart 1984</emphasis>.</para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>