<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:1983:AG4700</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T07:32:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AG4700</dcterms:replaces>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AC8201</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1983-11-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">6415 rek.nr</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:1983:AG4700" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:1983:AG4700</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJ 1984, 347</rdf:li>
          <rdf:li>RvdW 1983, 207</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1983:AG4700">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1983:AG4700</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-08-14T10:38:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-08-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:1983:AG4700 Hoge Raad , 25-11-1983 / 6415 rek.nr</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:1983:AG4700:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Huurrecht woonruimte. Dringend nodig hebben voor eigen gebruik in art. 7A:1623e lid 1 sub 3 BW (thans art. 7:274 lid 1 sub c BW); lastenverlichting. </para>
        <para>Geen steun in tekst of strekking van art. 7A: 1623e lid 1 sub 3° BW vindt de stelling van de huurder dat “lastenverlichting voor de verhuurder voortvloeiende uit het zelf gaan bewonen van de betrokken woning, nimmer voldoende zou kunnen zijn om aan te nemen dat de verhuurder de woning dringend voor eigen gebruik nodig heeft”.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:1983:AG4700:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>25 november 1983<?linebreak?>Eerste Kamer<?linebreak?>Req.nr. 6415<?linebreak?>AT</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Hoge Raad der Nederlanden</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking</emphasis>
        <?linebreak?>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verzoeker] ,<?linebreak?>wonende te [woonplaats] ,<?linebreak?>VERZOEKER tot cassatie,<?linebreak?>advocaat: Mr. W.G.H. Janssen,<?linebreak?>PD – HR 25/11/1983,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verweerder] ,<?linebreak?>wonende te [woonplaats] ,<?linebreak?>VERWEERDER in cassatie,<?linebreak?>advocaat: Jhr. Mr. D.J. de Brauw,<?linebreak?>PD – Rb 8/3/1983.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">1. Het geding in feitelijke instanties</emphasis> </para>
    <para>Op 3 maart 1982 heeft [verweerder] zich op de voet van art. 1623<emphasis role="underline">c</emphasis> BW gewend tot de Kantonrechter te Tilburg met het verzoek de tussen partijen bestaande huurovereenkomst betreffende de woning c.a. te [woonplaats] aan de [a-straat 1] ontbonden te verklaren en [verzoeker] te bevelen deze woning te verlaten en te ontruimen onder overgave van de sleutel, met machtiging aan verzoeker om desnodig die ontruiming zelf te doen bewerkstelligen, zo nodig met behulp van de sterke arm. </para>
    <para>Nadat [verzoeker] tegen dat verzoek verweer had gevoerd, heeft de Kantonrechter bij beschikking van 1 april 1982 het verzoek afgewezen. </para>
    <para>Tegen deze beschikking heeft [verweerder] hoger beroep ingesteld bij de Rechtbank te Breda. </para>
    <para>Bij beschikking van 8 maart 1983 heeft de Rechtbank de beschikking van de Kantonrechter vernietigd en het verzoek alsnog in dier voege toegewezen dat zij het tijdstip waarop de huurovereenkomst zal eindigen heeft vastgesteld op 1 juni 1983 en [verzoeker] heeft veroordeeld de woning alsdan te ontruimen, met machtiging aan [verweerder] als verzocht. </para>
    <para>De beschikking van de Rechtbank is aan deze beschikking gehecht.</para>
    <para />
    <para />
    <para>
      <emphasis role="underline">2. Het geding in cassatie</emphasis> </para>
    <para>Tegen de beschikking van de Rechtbank heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierequest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. </para>
    <para>
      [verweerder] heeft verzocht het beroep te verwerpen. </para>
    <para>De conclusie van de Advocaat-Generaal Ten Kate strekt tot verwerping van het beroep. </para>
    <para>De conclusie is aan deze beschikking gehecht.</para>
    <para />
    <para />
    <para>
      <emphasis role="underline">3. Beoordeling van het middel</emphasis> </para>
    <para>Voor zover het eerste middel ervan uitgaat dat de beslissing van de Rechtbank, volgens welke [verweerder] de litigieuze woning dringend nodig heeft voor eigen gebruik, louter zou berusten op de bij hem bestaande "financiële noodzaak welke gebaseerd is op een lastenvermindering sec", mist het feitelijke grondslag; de Rechtbank heeft die beslissing mede doen steunen op haar oordeel dat er bij [verweerder] , mede gezien de ongunstige verhouding tussen zijn woonlasten en de huuropbrengst van bedoelde woning, sprake is van een financiële noodsituatie en dat er voor hem, "teneinde zijn financiële lasten tot een maatschappelijk niveau terug te dringen", geen andere mogelijkheid rest dan het zelf gaan bewonen van die woning. </para>
    <para>Ook voor het overige wordt het middel tevergeefs voorgesteld, omdat de daarin vervatte stelling volgens welke lastenverlichting, voor de verhuurder voortvloeiende uit het zelf gaan bewonen van de betrokken woning, nimmer voldoende zou kunnen zijn om aan te nemen dat de verhuurder de woning dringend voor eigen gebruik nodig heeft in de zin van art. 1623<emphasis role="underline">e</emphasis> lid 1 onder 3⁰, geen steun vindt in tekst of strekking van deze bepaling. </para>
    <para>Het tweede middel komt tevergeefs op tegen een waardering en afweging van de belangen en behoeften van beide partijen, die niet onbegrijpelijk zijn. </para>
    <para>Het derde middel faalt op de in de conclusie van het Openbaar Ministerie onder nr. 21 aangegeven gronden.</para>
    <para />
    <para />
    <para>
      <emphasis role="underline">4. Beslissing</emphasis> </para>
    <para>De Hoge Raad: </para>
    <para>verwerpt het beroep; </para>
    <para>compenseert de proceskosten in cassatie in dier voege dat iedere partij haar eigen kosten draagt; </para>
    <para>verleent [verzoeker] de Brouwer vergunning om te dezen in cassatie kosteloos te procederen.</para>
  </uitspraak.info>
  <para />
  <para />
  <para>Deze beschikking is gewezen door vice-president Drion als voorzitter en de raadsheren Snijders, Royer, Martens en Bloembergen, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president Ras op 2<emphasis role="underline">5 november 1983</emphasis>.</para>
  <para />
</uitspraak>
</open-rechtspraak>