<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:HR:1966:AC4706</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-15T10:00:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AC4706</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Hoge_Raad_der_Nederlanden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Hoge Raad</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">1966-12-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10.004</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#cassatie">Cassatie</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Den Haag</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:PHR:1966:AC4706" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Conclusie: ECLI:NL:PHR:1966:AC4706</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJ 1967, 79</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1966:AC4706">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:1966:AC4706</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-05-06T12:12:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-05-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:HR:1966:AC4706 Hoge Raad , 23-12-1966 / 10.004</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:HR:1966:AC4706:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:HR:1966:AC4706:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>23 december 1966 </para>
  <para>v.S.</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN</emphasis>,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>in de zaak nr. 10.004 van</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">
        [de man]
      </emphasis>, wonende te [plaats] , eiser tot cassatie van een door het Gerechtshof te 's-Gravenhage tussen partijen gewezen arrest van 24 november 1965, kosteloos procederende ingevolge beschikking van de Hoge Raad van 6 mei 1966, vertegenwoordigd door Mr. M.P. Plantenga, advocaat bij de Hoge Raad,</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">
        [de vrouw]
      </emphasis>, wonende te [plaats] , verweerster in cassatie, kosteloos procederende ingevolge beschikking van de Arrondissements-Rechtbank te Middelburg van</para>
    <para>20 november 1963, vertegenwoordigd door Mr. E. van Haersma Buma, mede advocaat bij de Hoge Raad;</para>
    <para>Gehoord partijen;</para>
    <para>Gehoord de Advocaat-Generaal Minkenhof, namens de Procureur-Generaal, in haar conclusie, strekkende tot verwerping van het beroep, met veroordeling van eiser in de kosten op de cassatie gevallen; </para>
    <para>Gezien de stukken;</para>
    <para>Overwegende dat uit het bestreden arrest en de stukken van het geding blijkt:</para>
    <para>dat [de man] in eerste instantie voor de Arrondissements-Rechtbank te Middelburg bij exploot van verzet d. d. 22 februari 1964 een reconventionele vordering tegen van [de vrouw] heeft ingesteld strekkende tot nietigverklaring der tussen partijen, echtelieden, gesloten huwelijkse voorwaarden, omdat toen deze werden aangegaan [de man] , evenals van [de vrouw] , nog minderjarig was en hem toen de bijstand zijner ouders ontbroken heeft, daar deze bij onderhandse acte volmacht hadden verleend aan de vader van de bruid om namens hen bijstand te verlenen aan hun zoon en om die huwelijksvoorwaarden vast te stellen op de wijze als hun genoemde zoon wenselijk zou achten, zulks terwijl een authentieke akte voor die volmacht vereist zou zijn, waarin bovendien de verschillende bepalingen der te sluiten huwelijksvoorwaarden waartoe toestemming werd verleend moesten zijn opgenomen, althans omschreven; dat de Rechtbank bij vonnis van 30 september 1964 [de man] niet-ontvankelijk in zijn vordering heeft verklaard, zulks na in reconventie te hebben overwogen: </para>
    <para>"Ten processe staat vast, dat ter zake van het maken van huwelijksvoorwaarden op 11 juli 1961 ten overstaan van een notaris door partijen en andere comparanten - de ouders van de vrouw - is verklaard als weergegeven in de daarvan opgemaakte ten processe overgelegde notariële akte d.d. 11 juli 1961, inhoudende onder meer dat partijen hebben verklaard te zullen zijn gehuwd buiten elke gemeenschap van goederen; dat die akte voorts inhoudt: ""En zijn ten deze mede voor mij, notaris, verschenen: A. [vader van de vrouw] , schilder, wonende te [plaats] , [b-straat 1] , vader van de comparante sub 2, ten deze handelende: a. voor zich; b. als lasthebber van [vader van de man] , bakker, wonende te [plaats] , [a-straat 1] , vader van de comparant sub 1, en [moeder van de man] , particuliere, wonende te [plaats] , [a-straat 1] , echtgenote van [vader van de man] voornoemd, moeder van de comparant sub 1. Van welke lastgeving blijkt uit een onderhandse akte, welke na vooraf door de lasthebber in tegenwoordigheid van mij, notaris, en de getuigen voor echt erkend en ten blijke daarvan door allen getekend te zijn, aan deze akte is gehecht. B. [moeder van de vrouw] , particuliere, wonende te [plaats] , [b-straat 1] , echtgenote van [vader van de vrouw] voornoemd, moeder van de comparante sub 2. De comparanten sub A en B in privé en kwaliteit als gemeld hebben verklaard aan de comparanten sub 1 en sub 2 de vereiste bijstand te verlenen tot het vaststellen van bovenstaande huwelijksvoorwaarden. "" </para>
    <para>"Voorts staat vast dat de aan de akte gehechte onderhandse akte van lastgeving vorenbedoeld inhoudt: ""De ondergetekenden: 1. [vader van de man] en 2. [moeder van de man] , echtgenoten, beiden wonende te [plaats] , [a-straat 1] , verklaren last te geven aan: [vader van de vrouw] , schilder, wonende te [plaats] , speciaal om voor en namens hen, ondergetekenden, bijstand te verlenen aan hun zoon [de man] , geboren [geboortedatum] 1942, bij het maken van huwelijksvoorwaarden terzake van zijn voorgenomen huwelijk met mejuffrouw [de vrouw] , geboren op [geboortedatum] 1943, en om die huwelijksvoorwaarden vast te stellen op de wijze als hun genoemde zoon wenselijk zal achten.</para>
    <para>(get. ) [vader van de man] . [plaats] , juli 1961 </para>
    <para>(get. ) [moeder van de man] . "</para>
    <para>"Stellende dat die akte nietig is of vernietigbaar, en partijen mitsdien - indien de desbetreffende vordering zal zijn toegewezen - niet op huwelijksvoorwaarden, doch in algehele gemeenschap van goederen zijn gehuwd, vordert de man thans nietigverklaring en vernietiging van de akte van huwelijksvoorwaarden en voorts veroordeling van de vrouw om over te gaan tot scheiding en deling van de gemeenschap waarin partijen zijn gehuwd met benoeming van notaris en onzijdig persoon. </para>
    <para>"De man heeft daartoe aangevoerd, in het kort weergegeven: A. volmacht tot het verlenen van de bijstand bedoeld bij artikel 206 van het Burgerlijk Wetboek dient notarieel te worden verleend, gelijk ook de huwelijksvoorwaarden zelve niet anders dan bij authentieke akte kunnen worden aangegaan en de gevorderde bijstand ook bij die notariële akte moet plaats hebben; B. de volmacht dient de te maken voorwaarden in te houden, aangezien anders niet blijkt waartoe machtiging is verleend en dus van bijstand in wezen geen sprake is. </para>
    <para>"Ten aanzien van de stellingen van de man dient het volgende te worden overwogen: ad a. de Rechtbank kan de man in deze niet volgen. Het gestelde vereiste vindt geen steun in de wet die immers niets bepaalt omtrent de vorm van de desbetreffende lastgeving. ad b. Ook hier kan de Rechtbank de man niet volgen. Uit de overgelegde volmacht blijkt, dat de ouders van de man zich verenigen met het maken van huwelijksvoorwaarden die hun zoon zou willen aangaan; daaruit volgt dat zij ook hun goedkeuring hechten aan eventuele uitsluiting van elke gemeenschap als de zoon zou verklaren zulks te wensen. Aan de eis van bijstand is voldaan doordat de gevolmachtigde bij het verlijden der akte de toestemming der ouders heeft gegeven tot de desbetreffende bepalingen, die de man heeft verklaard te willen maken. Naar het oordeel van de Rechtbank kan daarbij niet gezegd worden, dat in dit geval van wezenlijke bijstand als door de wet verlangd geen sprake is: in hoeverre de ouders zich te voren van de inhoud der te maken voorwaarden op de hoogte willen stellen en daarvan in de volmacht willen doen blijken is aan hen zelve overgelaten; niet is. in te zien dat een ouder die het overbodig acht een onderzoek in te stellen naar de inhoud der te maken voorwaarden, zich wel met ernst aan de beoordeling daarvan zou zetten indien hem een volmacht ter ondertekening wordt voorgelegd waarin die voorwaarden tot uitdrukking zijn gebracht; in zoverre kan een volmacht waarin de voorwaarden woordelijk zijn weergegeven in feite evenmin het wezen van daadwerkelijke bijstand waarborgen.</para>
    <para>"Uit het voorgaande vloeit voort, dat 's mans stellingen zijn petitum niet kunnen dragen en hij deswege in zijn vordering in reconventie niet kan worden ontvangen." dat, nadat [de man] van dit vonnis in hoger beroep was gekomen bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage, het Hof bij zijn bestreden arrest het vonnis, waarvan beroep, heeft bekrachtigd;</para>
    <para>dat het Hof daartoe heeft overwogen:</para>
    <para>"dat de eerste grief tegen het in reconventie gewezen vonnis der Rechtbank de stelling inhoudt, dat ouders, die hun minderjarig kind bij het verlijden van huwelijkse voorwaarden bijstand verlenen, zich daarbij weliswaar kunnen doen vertegenwoordigen, doch dat de aan hun vertegenwoordiger te verlenen volmacht slechts bij authentieke akte zou kunnen worden gegeven;</para>
    <para>"dat de wet echter voor dit geval niet de eis stelt dat de volmacht een authentieke moet zijn en geen onderhandse, zoals in casu gegeven, zou mogen wezen, zodat de grief moet worden verworpen;</para>
    <para>"dat in de tweede grief wordt betoogd, dat de onderhavige volmacht bovendien onvoldoende zou zijn voor de vereiste bijstand, omdat deze niet uitdrukkelijk de verschillende bepalingen der te maken huwelijkse voorwaarden behelst, doch ook deze grief faalt, omdat het verlenen van bijstand niet anders wil zeggen dan het geven van toestemming aan de minderjarige tot het aangaan van huwelijkse voorwaarden als door deze met zijn toekomstige huwelijkspartner overeengekomen, en ten deze in de volmacht is vermeld, zakelijk weergegeven, dat de ouders van [de man] hun toestemming verlenen tot het doen vaststellen der huwelijksvoorwaarden op de wijze als hun zoon wenselijk zal achten;</para>
    <para>"dat mitsdien het vonnis, waarvan beroep, moet worden bekrachtigd";</para>
    <para>Overwegende dat [de man] deze beslissingen met het navolgende cassatiemiddel heeft bestreden:</para>
    <para>"Schending van het recht, meer in het bijzonder van de artikelen 175 van de Grondwet, 20 van de Wet op de Rechterlijke Organisatie, 194, 200, 201, 206 van het Burgerlijk Wetboek, 48 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en 32 van de Notariswet, doordat het Hof ten onrechte heeft verworpen de stelling van [de man] , dat ouders, die hun minderjarig kind bij het verlijden van huwelijkse voorwaarden bijstand verlenen, zich daarbij weliswaar kunnen doen vertegenwoordigen, doch dat de aan hun vertegenwoordiger te verlenen volmacht slechts bij authentieke akte kan worden gegeven, alsmede de stelling, dat de verleende volmacht onvoldoende is voor de vereiste bijstand, omdat deze niet uitdrukkelijk de verschillende bepalingen der te maken huwelijkse voorwaarden behelst, daar de te verlenen bijstand ten minste omvat zowel het kennis nemen van als het goedkeuren van de te maken huwelijkse voorwaarden; " Overwegende omtrent het middel:</para>
    <para>dat dit tevergeefs wordt voorgesteld, vermits de wet en bepaaldelijk artikel 206 van het Burgerlijk Wetboek niet de eis stelt, dat een aan een derde verleende volmacht tot de "bijstand", in voormeld voorschrift bedoeld, moet worden gegeven bij authentieke akte noch dat de volmacht de bepalingen van de te maken huwelijkse voorwaarden inhoudt, terwijl de aard van die bijstand het stellen van deze eis ook niet noodzakelijk medebrengt;</para>
    <para>Verwerpt het beroep;</para>
    <para>Veroordeelt eiser tot cassatie in de op het beroep gevallen kosten, tot aan de uitspraak van dit arrest aan de zijde van verweerder in cassatie begroot op f. 50, -- aan verschotten en f. 1.000, -- voor salaris.</para>
    <para> Aldus gedaan door de Heren Mrs. de Jong, Vice- President, Wiarda, Hülsmann, Loeff en Beekhuis, Raden, en door de Vice-President voornoemde uitgesproken ter openbare terechtzitting van de drie en twintigste december 1900 zes en zestig, in tegenwoordigheid van de Advocaat-Generaal Minkenhof. </para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>