<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHSHE:2026:630</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-10T14:44:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_'s-Hertogenbosch" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof 's-Hertogenbosch</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-03-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">20-000107-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:630">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2026:630</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-10T14:43:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHSHE:2026:630 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 04-03-2026 / 20-000107-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHSHE:2026:630:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het hof heeft niet buiten redelijke twijfel kunnen vaststellen dat de verdachte opzet – al dan niet in de voorwaardelijke zin – heeft gehad op de tenlastegelegde mishandeling. Aldus heeft het hof niet de overtuiging bekomen dat de verdachte het feit heeft begaan, derhalve is de verdachte vrijgesproken.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHSHE:2026:630:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Parketnummer	: 20-000107-25 </para>
  <para>Uitspraak	: 4 maart 2026</para>
  <parablock>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof</title>
    <bridgehead role="bold">’s-Hertogenbosch 	</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 15 januari 2025, in de strafzaak met parketnummer 02-072552-23 tegen: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988, </para>
      <para>wonende te [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Hoger beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte ter zake van ‘mishandeling’ veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren subsidiair 20 dagen hechtenis. Verder heeft de politierechter de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] toegewezen tot een bedrag van € 1.000,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente alsook met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De politierechter heeft de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens de verdachte is primair vrijspraak bepleit. Subsidiair heeft de raadsvrouw een straftoemetingsverweer gevoerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vonnis waarvan beroep</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bestreden vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen valt met de hierna te nemen beslissing. Bovendien heeft de politierechter volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 16 augustus 2022 te Goes [slachtoffer] heeft mishandeld door met/op een fiets naast die [slachtoffer] te gaan rijden en/of (vervolgens) die [slachtoffer] klem te rijden en/of af te snijden, waardoor die [slachtoffer] (hard) (van haar fiets) is gevallen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van het procesdossier, waaronder de verschillende getuigenverklaringen en de camerabeelden die ter beschikking staan en van het dossier deel uitmaken, alsmede van hetgeen door en namens de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep dienaangaande naar voren is gebracht. Op basis daarvan is, voor zover hier relevant, het volgende komen vast te staan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De aangeefster heeft verklaard dat zij is weggefietst en dat de verdachte op dat moment ook wegfietste. De verdachte reed voor haar aan de linkerkant van de weg en zij probeerde hem rechts in te halen. Toen ze de verdachte bijna helemaal voorbij was, reed hij op haar af en probeerde hij haar bagagedrager te pakken, hetgeen niet lukte. Vervolgens fietste de verdachte recht op haar af waardoor zij tegen de stoeprand botste en is gevallen. Dientengevolge is zij gewond geraakt. De verdachte fietste vervolgens door.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De getuige [getuige 1] heeft verklaard het voorval te hebben gezien. Hij heeft verklaard dat hij zag dat zijn buurvrouw (<emphasis role="italic">aangeefster</emphasis>) wegfietste en dat zijn bovenbuurman (<emphasis role="italic">de verdachte</emphasis>) achter de buurvrouw aan reed. Hij zag dat de verdachte de buurvrouw zodanig de weg afsneed dat de buurvrouw hierdoor ten val kwam. Hij zag dat de buurvrouw met haar fiets en al door de lucht vloog en dat zij op de stoeprand terecht kwam. De getuige [getuige 1] heeft ook verklaard dat hij de verdachte heeft zien stoppen en dat hij bleef kijken naar de buurvrouw. Daarna reed hij verder zonder zich om aangeefster te bekommeren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De getuige [getuige 2] heeft bij de raadsheer-commissaris verklaard dat hij de camerabeelden van het voorval heeft gezien. Hij kan niet uitsluiten dat de camerabeelden niet volledig zijn en dat er iets tussen uit is gevallen, omdat de beelden een hapering hebben. De getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij duidelijk heeft gezien dat de hand van verdachte op de schouder van aangeefster ging en dat hij haar duwde en dat zij daarna in ieder geval moest stoppen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft de camerabeelden bekeken en constateert, met de verdediging, dat er enkele seconden ontbreken. De seconden die ontbreken betreffen naar het oordeel van het hof cruciale seconden. Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte als eerste wegfietst. Aangeefster fietst daarna pas weg. Er ontbreken dan enkele seconden. Het hof heeft vervolgens waargenomen dat de aangeefster rechts naast de verdachte is komen fietsen en dat de verdachte op dat moment enigszins slingert en van zijn route afwijkt. Het moment direct voorafgaande aan de val, waarop mogelijk contact is geweest tussen aangeefster en de verdachte, en de val zelf ontbreken op de camerabeelden. Het hof heeft vervolgens vastgesteld dat het beeld wederom een hapering vertoont en één seconde later verder gaat, waarna te zien is dat enkel de verdachte nog op zijn fiets zit. Daarna is zichtbaar dat aangeefster opstaat en dat de verdachte de straat uit fietst, zonder te stoppen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de beschikbare beelden kan naar het oordeel van het hof niet worden waargenomen dat de verdachte aangeefster, zoals zij in haar aangifte heeft verklaard, (vergeefs) bij de bagagedrager probeerde te pakken en hij vervolgens (kennelijk opzettelijk, zo begrijpt het hof de aangifte), recht op haar af reed waardoor zij ten val is gekomen. Daarbij komt dat de verklaring van aangeefster omtrent de toedracht van de val, onvoldoende steun vindt in de getuigenverklaringen en dat deze verklaringen, in onderling verband en samenhang gelezen met de aangifte, op dit punt onderling tegenstrijdig zijn. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof kan derhalve niet vaststellen wat de werkelijke toedracht is geweest waardoor de aangeefster ten val is gekomen waardoor niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat de verdachte opzet, al dan niet in voorwaardelijke zin, heeft gehad op de tenlastegelegde mishandeling. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus heeft het hof niet de overtuiging bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [slachtoffer] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 5.000,00. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.000,00.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd ter zake van het niet toegewezen gedeelte van de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu aan verdachte ter zake van het tenlastegelegde handelen waardoor de gestelde schade veroorzaakt zou zijn, geen straf of maatregel wordt opgelegd en evenmin toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, kan de benadeelde partij [slachtoffer] in haar vordering niet worden ontvangen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal de benadeelde partij – gelet op de niet-ontvankelijkheid – veroordelen in de proceskosten en deze begroten op nihil. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] :</title>
    <para>verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte kosten en begroot deze op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door:</para>
      <para>mr. R.A.T.M. Dekkers, voorzitter,</para>
      <para>mr. M.J.M.A. van der Put en mr. M.J.A.E. Rijssenbeek, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. D.S. Yap en mr. R.A.C.G. Heijse, griffiers,</para>
      <para>en op 4 maart 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. M.J.A.E. Rijssenbeek is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>